Stravinsky: Histoire du soldat

De Buitenbocht

Stravinsky: Histoire du soldat

De Buitenbocht

L’Histoire du Soldat is geschreven voor een spreker, twee acteurs, een danseres en een klein kamerensemble van zeven instrumentalisten, gecomponeerd in Zwitserland in 1918. Het werk is geschreven voor een rondreizend theater. Het libretto werd geschreven door Charles Ferdinand Ramuz; Martinus Nijhoff maakte van de tekst in 1930 een vertaling. Histoire du Soldat, met een lengte van ongeveer een uur (d.i. inclusief de gesproken delen), is opgedragen aan de mecenas Werner Reinhardt (1884-1951), aan wie Stravinsky het manuscript later heeft geschonken. De eerste uitvoering vond plaats op 28 september 1918 in het Théâtre Municipal de Lausanne onder leiding van Ernest Ansermet.

Histoire du Soldat is een parabel over een soldaat die zijn viool ruilt met de duivel voor een boek dat de toekomst van de economie kan voorspellen. Het werk heeft vier rollen: de Verteller, de Soldaat, de Prinses en de Duivel. De Verteller, een idee ontleend aan Luigi Pirandello, is het hoofdkarakter van het stuk; hij reciteert de tekst ritmisch in dichtvorm; hij is zowel uitlegger voor de karakters als commentator voor het publiek. De verschillende delen voor de Soldaat en de Duivel worden in tableauvorm gepresenteerd; zij zijn acteurs en soms hebben zij dialoog, soms spelen zij pantomime. De Verteller neemt soms deel aan de actie. De Prinses is een stomme rol.

We horen Scene 1: Aan de oever van een beek.
Vermoeid van het lange lopen rust de Soldaat uit op weg naar huis en hij haalt o.a.zijn viool uit zijn ransel. Terwijl de Soldaat speelt verschijnt de Duivel, verkleed als oude man met een vlindernet. Hij wil de viool van de soldaat kopen, maar die weigert. De Duivel biedt de Soldaat dan een toverboek aan in ruil voor de viool – een boek vol papiergeld, goud en het vermogen in de toekomst te kijken. De Soldaat stemt enthousiast in. Maar de Duivel kan de viool niet spelen en hij nodigt de Soldaat bij hem thuis uit, hem een beeld schetsend van het luxe leven daar. Het voorstel doet de Soldaat zijn moeder en verloofde vergeten en hij stemt in. De derde dag neemt de Duivel de Soldaat mee naar het dorp van de Soldaat. Niemand beantwoordt de groeten van de Soldaat: men is bang als men hem ziet, zelfs zijn moeder rent van angst schreeuwend weg; zijn verloofde is getrouwd en heeft twee kinderen. De Soldaat realiseert zich dat er niet 3 dagen maar 3 jaar zijn verstreken: hij is een geest voor de dorpelingen. Hij vervloekt zichzelf om zijn domheid en dat hij zelfs zijn viool kwijt is.