Nachtclub De Koer

, Eddy De Clercq

Nachtclub De Koer

Eddy De Clercq ,

Dit is een passage uit een verhaal over mijn eerste nachtclub De Koer in Amsterdam zoals opgetekend in het boek ‘Laat de nacht nooit eindigen’ - Van discothèque tot rave

de anti-disco

Een rijzige man in een zwart pak met verwilderd haar leunt aan de lange bar. Hij haalt een pakje uit zijn binnenzak, vouwt het open, lepelt wat poeder met zijn lange vingernagel op en snuift dit snel op via beide neusgaten. Hij gooit daarbij zijn nek naar achteren en veegt verlekkerd de restanten witte snuif onder zijn neus vandaan. Steve, de barman wenkt mij.  Ik stap op de man af en vraag of hij mij wil volgen. Niet-begrijpend kijkt hij me aan en ook na een herhaald verzoek weigert hij arrogant mee te komen. Ik haal de portier erbij en samen escorteren we de tegenstribbelende man door de drukte van een zaterdagavond naar de uitgang. Ik vertel hem dat het gebruik van cocaïne in De Koer verboden is en dat hij daarom persona non grata is. ‘Maar het is speed’ krijst Peter Pontiac, de man voor wie De Koer nu verboden terrein is. Onder veel misbaar verlaat hij de club om ‘er nooit meer terug te keren’, schreeuwt hij mij nog na.

De Koer -1980- affiche

De snelle jaren tachtig zijn begonnen

Drugs zijn uiteraard onlosmakelijk verbonden met het nachtleven en hier in De Koer is het helaas niet anders. Eerder heb ik al fotograaf Paul Blanca betrapt. Hij heeft een glas bier over zijn hemd gekregen nadat iemand hem per ongeluk heeft aangestoten bij een wilde dans. Vloekend haalt Paul een gevouwen pakje uit de bovenzak van zijn natte hemd en slikt het in zijn geheel door ‘want natte cocaïne kan je niet meer snuiven’, tiert hij. Het moet twee gram zijn geweest. Hup, in één keer, zo naar binnen. Paul stuitert de rest van de avond De Koer door. De week er voor is het credo Speed, Speed Speed met grote spijkers op een van de toiletdeuren gekrast, niet als ode aan de snelheid van de muziek maar eerder als een lofzang op het witte poeder. Sommige bezoekers zijn niet vies van de geneugten van stimulerende kristallen en laten dat graag merken. Marihuana of hasjiesj zijn op dat moment niet hip, cocaïne, speed en alles wat een koele high bezorgt daarentegen des te meer. De snelle jaren tachtig zijn begonnen.

        In 1980 open ik met partners Jan Liebregs en Bas Gerhards discotheek- en cocktailbar De Koer. Na de wilde decadentie van mijn discofeesten zoeken we opnieuw een vaste plek in het centrum waar ik party’s kan organiseren. De voorkeur gaat hierbij uit naar een eigen ruimte met een vaste crew. Deze wens komt tot vervulling wanneer we een leegstaande ruimte achter een café op de Nieuwezijds Voorburgwal ontdekken, op loopafstand van het Paleis op de Dam. Ik ben getipt door de eigenaar, een enorme man, bully by day, dragqueen by night, die in het piepklein zaaltje boven zijn café travestieshows organiseert waarbij hij zelf optreedt als Nana Mouskouri. Er tegenover zit een groot krakersbolwerk in de oude gebouwen van NRC Handelsblad waar ook Aorta is gevestigd, de galerie van kunstenaar Peter Giele die er samen met David Veldhoen aan de straatkant hun etages openstelt. Een mooie centrale locatie en een ideale ruimte, zij het dat de zaal geen eigen ingang heeft, behalve het nauwe steegje naast het pand dat eigenlijk dienst doet als nooduitgang.

De Koer -1980-decor van Peter Klashorst

‘PUH!’

Na een afwezigheid van zes maanden verschijnt Peter Pontiac weer ten tonele en na een goed gesprek en zijn belofte om voortaan wat discreter om te gaan met zijn gebruik staat Peter weer te genieten aan de bar. Maar er is een voorwaarde aan zijn rehabilitatie verbonden. We hebben afgesproken dat hij een wand van De Koer zal bekleden met witte T-shirts en deze beschilderen en bespuiten als ware het een muur van graffiti. Elk van de T-shirts verbeeldt een apart verhaaltje en na afloop van de performance krijgen de bezoekers één van de beschilderde shirts mee als uniek souvenir. Op mijn persoonlijk exemplaar heeft Pontiac verslag gedaan van het moment dat hij De Koer wordt uitgezet: ‘puh!’

        Pontiac (echte naam: Peter J.G. Pollmann) zal dit fragment helaas zelf niet meer lezen. De rock-‘n-rolltekenaar komt in 2015 te overlijden als gevolg van leverfalen, op zich weer veroorzaakt door hepatitis-C als gevolg van het gebruik van vervuilde injectienaalden. In 1983 kickt hij af. De dood haalt hem dertig jaar later alsnog in. Ik koester in mijn kantoor nog altijd een T-shirt dat hij ooit in De Koer voor ons maakte.

Deze opname van een dj-set van Eddy De Clercq komt van cassette, live gemixed op 8 Oktober 1981.

‘Laat de nacht nooit eindigen’ -Van discothèque tot rave

(uitgeverij Bas Lubberhuizen Amsterdam 2015 -ISBN 9789059374270)