Laten we het Modern Creative noemen

Botte Jellema ,

Zangeres Claron McFadden en gitarist Reinier Baas traden in het eerste weekend van november beide op in Den Bosch, op het festival November Music. Het is een festival dat zich niets aantrekt van de muren tussen verschillende muziekgenres. En zo speelde de jazzgitarist een moderne klassieke compositie, en trad de sopraan op met een jazztrio. Maar hoe gaan we dat noemen?

Hun gemeenschappelijke vriendin Nora Fischer trekt de kussens van de bank waar ze op zitten. Zij organiseert beneden een concert en wil het gezellig maken in de zaal. Sopraan Claron McFadden (1961) en jazzgitarist Reinier Baas (1985) trekken zich er niets van aan. Als het interview op de vloer zou moeten, zouden ze het beiden ook goed vinden. Ze zijn relaxed. Aan niets is te zien dat we te maken hebben met twee van Nederlands interessantste moderne muziekmakers.

Van Reiniers hand ging een concerto voor blazers en gitaar in première tijdens November Music. Hij noemt het klassieke muziek. "Ik vind het altijd moeilijk om muziek te benoemen. Jazz is een levensgevaarlijk woord. En klassiek in feite ook. Maar die twee termen vertegenwoordigen wel een proces. In klassieke muziek liggen bijna alle parameters vast, en in jazz is er ruimte voor improvisatie. Dat dingen in het moment zelf gebeuren. Ik zou het zelf eerder geschreven en geïmproviseerde muziek noemen."

Claron McFadden

Claron speelt een muziektheaterstuk rond geheimen. "Ik ben heel erg gefascineerd door geheimen. Ik heb nu een tekst gemaakt die is gebaseerd op het boek 'PostSecret' (Frank Warren, 2005, red.). We vragen mensen om ons hun geheimen toe te vertrouwen, en wij als muzikanten geven dan een stem aan het geheim. Al snel was duidelijk dat elk geheim z’n eigen taal, ritme en poëzie heeft."
 
Reinier heeft op het conservatorium in Amsterdam de jazzopleiding gedaan, Claron in Rochester (VS) de klassieke. Beiden verlaten ze regelmatig hun oude leest en begeven zich in muzikale avonturen 'aan de andere kant'. Maar noem wat ze maken niet 'crossover’.

Reinier Baas

"Het is een vies woord, een soort puree van alles," zegt Claron. "Net zoals we 'Westerse muziek' hebben, en de rest is dan 'wereldmuziek'. Dan krijg ik kriebels in m’n kont; hoe durf je dat te zeggen. Het is allemaal vanuit je eigen perspectief. Als het niet ’t een of ’t ander is, dan zeggen puristen 'het is crossover'. En dat wordt gezien als een poging om iets commercieels te maken; je gaat naar de 'andere kant' om iets leuks te doen, waarbij je een heleboel mensen die normaal niet naar een concert zouden gaan, er nu toch naar toe lokt. Het heeft gewoon een heel negatieve betekenis." Reinier beaamt het.

"Het enige verschil is het proces," zegt Reinier. "Of de parameters vastliggen of niet. Dat is voor mij eigenlijk het enige interessante. Je ziet vaak dat mensen die in jazz zijn opgeleid misschien niet zo goed muziek lezen of vergeten dynamiek in een partij te zetten. En dat aan de andere kant mensen die klassiek zijn opgeleid, bang zijn om iets verkeerd te doen of verkeerd te interpreteren. Dat zou ik wel graag anders zien. Maar er zijn inmiddels veel mensen die zich op het snijvlak begeven, en dat gaat wel echt de goeie kant op." Claron: "Het is gevaarlijk om muziek in een hokje te duwen. Want dan zijn mensen niet meer open."

Maar je kan er niet omheen; van conservatoria tot platenwinkels en van zendermanagers tot concertzalen: alle muziek krijgt een label. Crossover mogen we het dus niet meer noemen. Wat dan wel? Reinier: "Je ziet bij festivals wel eens 'Modern Creative' staan." Claron: "Ja, dat was Stravinsky ook, toen!" En Stravinsky is weer een grote held van Reinier.

Modern Creative. Dat is de term waar ze het over eens worden. Zo eens, dat ze op de vraag of er een samenwerken tussen hen in zou kunnen zitten ze meteen samen grappen maken. "Fasten your seatbelts and let’s go", zegt Claron.