into great silence: dood- en doodstil

Henny Vrienten toonde een fragment uit de documentaire Into Great Silence, over de kartuizer monniken in het klooster la Grande Chartreuse

Gröning moest 16 jaar wachten op toestemming om in La Grande Chartreuse te mogen filmen. Het klooster eiste bovendien dat hij het leefritme van de monniken volledig zou volgen. Gröning mocht tijdens het filmen geen kunstlicht gebruiken, geen technische crew meebrengen, niemand interviewen en geen achtergrondmuziek gebruiken. In het begin vond de regisseur het moeilijk om zonder enige vorm van afleiding te leven, vertelde hij in een video-interview op de website van de RKK.

Later begon hij zich thuis te voelen, zelfs meer dan in de 'buitenwereld': er heerst een groot gemeenschapsgevoel in het klooster en iedereen leeft in dezelfde geest en energie. De stilte en eenzaamheid hebben een grote invloed op je zintuigen: alles is helderder. Gröning ervoer een grote 'vreugde om het wonder van het leven'.

Eenmaal terug in Berlijn viel hem op dat veel mensen in onze maatschappij in angst leven. De monniken in het klooster kenden geen angst. Het gevoel om nergens bang voor te hoeven zijn, ook niet voor de dood, is Gröning na zijn verblijf bij de kartuizers bijgebleven.

De Nederlandse prior van la Grande Chartreuse

Dat Grönings film er uiteindelijk kon komen, is volgens journalist Joost Reijnders te danken aan Dom Marcellin Theeuwes. Reijnders, een achterneef van de prior, verbleef zelf enige tijd in het klooster en schreef daarover het boek Een reis in stilte. De tweede schermredactie vertelde hij: 'Theeuwes staat wat meer open voor buitenstaanders dan sommige van zijn voorgangers. Omdat hij weet dat de buitenwereld erg geïnteresseerd is in hoe de kartuizers leven, heeft hij tijdens mijn verblijf zelf een fotograaf uitgenodigd.'

Dom Marcellin Theeuwes (geboren als Jac Theeuwes in het Noord-Brabandtse Rijen, op zijn 12e ingetreden bij een cisterciënzer klooster in Nieuwkuijk) is de vierde Nederlandse prior van la Grande Chartreuse (de derde stierf in 1546). Daarmee is hij de generaal-overste van de gehele kartuizer orde. 'Bij de kartuizers moet die steeds voor twee jaar worden gekozen, daarna vraagt hij of hij weer mag terugkeren naar de eenzaamheid. Dom Marcellin is inmiddels 77, dus wellicht mag hij na deze termijn weer terug naar zijn leven in stilte,' zegt Reijnders.

Dom Marcellin werd geboren als Jac Theeuwes in het Noord-Brabandtse Rijen, en trad op zijn 12e in bij een cisterciënzer klooster in Nieuwkuijk.

Lees het volledige interview van de Tweede Schermredactie met Joost Reijnders op onze website. Bekijk hier een aflevering van Kruispunt (RKK, 21 oktober 2007) over la Grande Chartreuse, met interviews met Philip Gröning en Marcellin Theeuwes.

Ze zonderen zich af in de natuur en betrachten 18 uur per dag stilte. Door in zichzelf af te dalen en te leven in stilte en eenzaamheid, proberen ze zo dicht mogelijk bij God te komen.

La Grande Chartreuse, gelegen in het Massif de la Chartreuse in de Franse Alpen, is het moederklooster van de kartuizers. De heilige Bruno van Keulen stichtte de orde in 1084. Wereldwijd zijn er 24 kartuizerkloosters, met daarin zo'n 350 kartuizers en 70 kartuizerinnen. Het laatste Nederlandse kartuizerklooster 'Onze Lieve Vrouwe van Bethlehem' stond in Roermond en werd in 1783 gesloten.

Monnikenwerk: de likeur Chartreuse is de belangrijkste bron van inkomsten

De monniken van la Grande Chartreuse onderhouden zichzelf door likeur te stoken: Chartreuse, bereid met meer dan 130 soorten kruiden en planten, in de varianten groen (55%) en het iets zoetere geel (40%). Het 'elixer' wordt al sinds 1737 volgens geheim recept gestookt.

De likeur sloeg in de negentiende eeuw goed aan, en niet bij de eerste de beste: 'Zo had de ontdekkingsreiziger Stanley altijd de vermeend geneeskrachtige kartuizerdrank in zijn bagage op zijn reizen door Afrika. Het verhaal gaat dat Stanley verzekerde dat de chartreuse hem en anderen in zijn gezelschap verschillende keren het leven had gered,' schrijft Joost Reijnders in Een reis in stilte.

'Door de eeuwen heen leefden de kartuizers van het typische monnikenwerk', aldus Reijnders. In vroeger tijden verdienden de kartuizers de kost door boeken te kopiëren en te drukken en met siersmederij. Dat laatste deden ze niet onverdienstelijk: 'De kartuizers wonnen in het massief van de Grand Som hoogwaardig ijzererts dat in hun eigen hoogoven werd gesmolten. Dankzij de hoge kwaliteit van het ijzer en het smeedwerk behoorden de kartuizers tot de belangrijkste meestersmeden in het toenmalige Europa. Aan het smeedwerk kwam een einde in 1793, als gevolg van de vervolging na de Franse Revolutie.'