we zijn weer thuis

Wim T. Schippers

Micha Wertheim liet een fragment zien uit een aflevering van 'Zeg 'ns Aaa' waarin twee personages uit de serie kijken naar een aflevering van 'We zijn weer thuis'. Hierin verschijnt Govert Zwanenpark, die ook in 'Zeg 'ns Aaa', speelt

We Zijn Weer Thuis

We Zijn Weer Thuis (VPRO, 1989-1994) is een creatie van Wim T. Schippers, ook bekend van o.a. Van Oekels Discohoek en Ronflonflon. Ronflonflon werd gepresenteerd door Jacques Plafond, het typetje van Schippers dat ook dit titelnummer van We Zijn Weer Thuis zingt.

Zelf noemde Schippers We Zijn Weer Thuis een dramady: een serie die niet alleen op grappen geschreven is, maar ook een vorm van dramatische ontwikkeling bevat (de Volkskrant, 1990). De serie vertelt het verhaal van weduwe Nel van der Hoed-Smulders (Truus Dekker) en haar drie zoons van verschillende vaders. De overleden vader van de jongste zoon Thijs (gespeeld door Dick van den Toorn) heeft een fortuin nagelaten aan de drie, op voorwaarde dat ze thuis blijven wonen bij hun moeder.

De andere zoons worden gespeeld door Wim T. Schippers zelf (Simon Raaspit) en Kenneth Herdigein (Govert Zwanenpark). We zien hier 'Zeg 'ns Aaa', aflevering 4 uit het eerste seizoen.

Zeg 'ns Aaa en de taal van Wim T. Schippers

Met We Zijn Weer Thuis wilde Schippers iets maken dat anders was dan populaire series van destijds als bijvoorbeeld Zeg ‘ns AAA:

“Ik voel er niks voor om eerst een frame op te zetten en dat vervolgens te bekleden met grapjes. Als je Zeg ’ns AAA ziet, zie je ogenblikkelijk de constructies. Je kijkt en denkt: wat praten die mensen raar. Aan het einde begrijp je dan dat dat nodig was om de clou te begrijpen. (…) Het echte leven is ook geen invuloefening. Er gebeurt altijd van alles wat je niet voorzien had. Je moet je wel kunnen laten leiden door het toeval.”

(Wim T. Schippers in HP/De Tijd, 1991).

Maar zelf liet hij zijn dialogen niet aan het toeval over, lijkt het: “Zijn teksten zijn héél moeilijk!”, zegt acteur Dick van den Toorn.“ Alles wat hij schrijft is vrij melodisch en nogal geconstrueerd, maar het moet klinken alsof je het zo maar even zegt. Je zit op de eerste repetitie ook nooit met een potlood, want er hoeft niets veranderd te worden. Je kúnt niets veranderen of omdraaien, want dan klopt het niet meer” (Algemeen Dagblad, 1994).

Lees hier een essay van Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman over de taal van Wim T. Schippers.