Nieuw licht op raadselachtige liquidatie

De moord op Ali Motamed

Rik Delhaas, Merijn Kramer, Linus Verloop

In december 2015 wordt Ali Motamed voor zijn huis neergeschoten. Een ‘koelbloedige moord op bestelling’. De politie heeft het echte motief van de moord nooit ontdekt. Sterker nog, eerst werd onderzocht of Motamed betrokken was bij hennepteelt. Dat is vreemd gezien hij een blanco strafblad had. Wat is er aan de hand?

De uitzending gemist?

U vindt hem hier.

De moord

Al op de eerste dag van het politieonderzoek wordt duidelijk bij de recherche dat Ali Motamed iemand anders blijkt te zijn. De weduwe van Motamed geeft bij de politie toe dat hij eigenlijk Mohammed Reza Kolahi Samadi was, een terrorist die in Iran gezocht werd voor het plegen van een grote aanslag.

Dat is op dat moment nog niet publiek bekend. Totdat Het Parool tweeëneenhalf jaar na dato een tip binnenkrijgt dat er meer achter te moord schuilt dan in eerste instantie duidelijk is. In een reeks artikelen beschrijft journalist Paul Vugts voor een groot deel het leven dat Motamed leidde in de aanloop naar zijn dood.

Tijdens ons onderzoek stuiten we op een uitzending van Voice Of America, een Iraans-Amerikaanse nieuwszender. Een Nijmeegse Iraniër, Morteza Sadeghi, wist al in 2016 dat Ali Motamed iemand anders bleek te zijn.

Hij vertelde in deze uitzending in het Farsi (vanaf 8:10) dat de moord gepleegd was op Mohammed Reza Kolahi Samadi, een Iraans lid van de Mujahedeen-Khalq die mede verantwoordelijk was voor een aanslag op het hoofdkwartier van de Partij van de Islamitische Republiek in Teheran. Zo wordt een politiek motief realistischer.

Het verhaal van de vermoorde elektricien uit Almere begint met een grote aanslag in Teheran. Begin jaren ‘80 zijn het roerige tijden in het Midden-Oosten. Iran is in oorlog en heeft zich net ontdaan van de dictatoriale Shah van Iran. Bij de Iraanse revolutie komen uiteindelijk de Ayatollahs ten koste van andere oppositiegroepen aan de macht.

Niet lang hierna komt het land terecht in een oorlog met Irak. Ook heeft de nog jonge republiek op dat moment zelf te maken met militaire oppositiegroepen die vechten tegen het nieuwe regime van de Partij van de Islamitische Republiek.

Zo ook de Mujahedeen-Khalq, ookwel de Volksmujahedeen. Op dat moment een marxistisch-islamitische oppositiefractie die sterk tegen het beleid van de Partij van de Islamitische Republiek was. De jonge Mohammed Reza Kolahi Samadi, toen 22,  is ook lid van de Mujahedeen en pleegt op 28 juni 1981 een aanslag.

De Mujahedeen worden door Iran tot de dag van vandaag gezien als een terroristische organisatie en worden geregeld in verband gebracht met aanslagen in Iran. En met een reden: de Mujahedeen was een van de sterkste partijen die meevocht bij het afzetten van de Shah, en was daarom een gevaarlijke partij voor de toen nieuwbakken regering in Iran.

Na de oorlog met de Shah werden ze samen met andere revolutionairen verslagen door de religieuze partij van religieus leider Khomenei, waarna een conflict ontstond tussen de verschillende groeperingen die de revolutie wisten te bewerkstelligen. De Mujahedeen zijn tot de dag van vandaag actief en hebben in verschillende Europese landen fracties zitten.

De Haft-e-Tir aanslagen in Teheran

De aanslag in Teheran was een van de grootste aanslagen in de Eerste Golfoorlog die plaatsvond tussen 1980 en 1988. In 1981 waren de aanslagen in juni van groot belang. Er werden namelijk twee aanslagen in korte tijd gepleegd tegen de Partij van de Islamitische Republiek. Daarbij vonden veel belangrijke partijfunctionarissen de dood.

Bij de aanslag die Reza Kolahi Samadi heeft gepleegd zijn 73 mensen om het leven gekomen. Er waren ook regeringsleiders van de Partij van de Islamitische Republiek vermoord tijdens de aanslag, waaronder 4 ministers en de tweede man van de Partij van de Islamitische Republiek: Ayatollah Mohammad Beheshti. Hij was partijsecretaris op dat moment. Die dag was op het hoofdkantoor namelijk een congres van partijleiders van de regeringspartij gaande. Een aantal leiders van de partij vonden hun noodlot bij de aanslag.

Tot de dag van vandaag wordt de aanslag van daarom ook herdacht als een van de grotere aanslagen die Iran heeft gekend. Mede doordat een deel van het partijkader van de grootste politieke partij gestorven was bij de aanslag. Kolahi Samadi werd dan ook gezien als een van de grootste terroristen uit het land.

Een woordvoerder van de Iraanse ambassade bevestigt ons bij navraag tijdens ons onderzoek dat Mohammed Reza Kolahi Samadi vrij vlug na de aanslag als gezocht vermeld stond bij Interpol, vanwege de aanslag die hij gepleegd had. Zij bevestigen ook zijn lidmaatschap bij de Mujahedeen-Khalq.

De herdenking na de aanslag.

Hoe bleef Kolahi Samadi zo lang verborgen?

De route van Reza Kolahi.

De route van Reza Kolahi.

Na de aanslag sloeg Reza Kolahi Samadi op de vlucht vanuit Teheran. Hij reist eerst af naar Baneh, een dorp op zo’n 600 kilometer afstand van Teheran in het noorden van Iran. Die plaats is op dat moment in handen van de Koerdische Democratische partij, een andere oppositiegroep die was ontstaan na de val van de shah. In Baneh wordt hij opgepikt door Massoud Khodabandeh, ook lid van de Mujahedeen-Khalq, die hem vervolgens brengt naar een grot in de buurt van het dorp Sardasht.

Khodabandeh zet in deze grot een radiostation op voor de Mujahedeen. Zoals blijkt uit de uitzending, wordt Reza Kolahi overgeleverd aan het radiostation. Hij werkt twee jaar als elektricien binnen het radiostation. Dat is dan ook zijn eerste schuilplaats. Wanneer het Iraanse leger vervolgens oprukt, moeten Khodabandeh en Reza Kolahi vluchten.

Ze werden door het oprukken van de militairen gedwongen de Zab-rivier naar Irak over te steken. Khodabandeh vertrekt vervolgens naar Europa, om daar voor de Mujahedeen aan de slag te gaan. Reza Kolahi vlucht vervolgens naar een militair kamp in de buurt van Bagdad: kamp Ashraf. Daar verblijft hij om en nabij zo’n twee jaar. In dat kamp bevind zich op dat moment het nieuwe hoofdkwartier van de Mujahedeen. Van hieruit worden ook verschillende aanvallen gecoördineerd.

Hier verblijft Reza Kolahi weer om en nabij twee jaar, tot het moment dat hij via een groene zone in Turks-Koerdisch gebied verder vlucht naar Istanbul, waar hij, inmiddels met een vals vluchtverhaal een directe vlucht pakt naar Schiphol.

Uit artikelen van Carolien Roelants in de jaren ’90 blijkt dat de Mujahedeen vluchtverhalen vervalsen en regisseren. Zo konden hun dissidenten namelijk aanspraak maken op een vluchtelingenstatus. Zo konden toen 1000 tot 1500 Mujahedeen onderduiken in Europa. Zo is dat hoogstwaarschijnlijk ook gegaan met Reza Kolahi.

Het vluchtverhaal

Farah Karimi, oud-Tweede Kamerlid en huidig senator in de Eerste kamer voor GroenLinks, beschrijft in haar in 2006 uitgekomen autobiografie duidelijk hoe zo’n verhaal tot stand komt. Zij was begin jaren 80 lid van de Mujahedeen. Ook zij ontvluchtte toen Iran. Van 1985 tot ‘ 86 werkte zij een jaar in het Europese hoofdkwartier van de Mujahedeen-Khalq in Parijs. In haar boek tekent zij het als volgt op:

‘’Ik dook waargebeurde verhalen in het archief op waarbij ik ze in verband bracht met demonstraties, politie-aanvallen of gewapende aanslagen waarbij daadwerkelijk mensen gewond waren geraakt en ontvlucht waren. Ik bezorgde ze dus goed gedocumenteerde, werkelijk gebeurde verhalen waarbij ik alleen de namen veranderde en meestal ook de vluchtroute. Nooit de werkelijke, om niet teveel prijs te geven.’’

Uiteindelijk komt Reza Kolahi met valse naam in 1985 aan in Nederland, en wordt hij bijgestaan door Rob Hamerslag. Zo blijkt ook uit onze uitzending. Hij mag in Nederland blijven, doordat hij ook bij zijn aankomst al aangaf dat hij bij de Mujahedeen-Khalq zat. De route die hij gereisd heeft naar West-Europa, was in die tijd de normale route die veel dissidenten van de Mujahedeen hebben bewandeld. Door de valse namen en het gefabriceerde verhaal was het moeilijk te achterhalen wat de dissidenten hadden gedaan, waardoor ze aanspraak konden maken op een vluchtelingenstatus.

Iraanse moorden in het buitenland

Uit de jaarlijkse herdenkingen blijkt dat de terroristische aanslag veel losmaakt bij Iraniërs. De moord op Mohammed Reza Kolahi Samadi is dan ook niet bijzonder, Iran laat namelijk vaker mensen liquideren met een politiek motief. Dat motief is echter vaak moeilijk te achterhalen.

Een rapport van de Amerikaanse regering uit 2012 geeft moorden weer die buiten Iran zijn gepleegd. Het laat zien dat de Iraanse inlichtingendienst tussen 1980 en 1997 vrij actief was met buitenlandse liquidaties. Zo werd onder andere in april 1990 Massoud Rajavi, de broer van de leider van de Mujahedeen, vermoord in Geneve. Tot de bevestiging van de moord op Reza Kolahi Samadi zijn er geen officiële bronnen die bevestigen dat er meer leden van de Mujahedeen zijn vermoord.

Maar ook in de recente geschiedenis lijkt de Iraanse inlichtingendienst erg actief. Verschillende buitenlandse media spreken van moorden en pogingen tot moord in West-Europa. In Denemarken, Frankrijk en ook recentelijk nog in Nederland worden moorden gepleegd en beraamd met een mogelijk politiek motief. Het gaat daarbij vaak om Iraanse dissidenten die bij oppositiepartijen actief zijn of waren geweest.

Waarom is Iran weer begonnen met liquidaties?

Carolien Roelants geeft ons in een interview een inkijk in de moordsystematiek van Iran. Zij geeft aan dat het min of meer logisch is dat Iran meer de ruimte heeft omde inlichtingendiensten meer ruimte te geven. Zeker in tijden van sancties.

Zij geeft aan dat juist doordat Iran zich minder open stelt voor het buitenland, krijgt de inlichtingendienst steeds meer vrij spel. Dat gegeven is dan ook een mogelijke verklaring voor de nieuwe golf Iraanse inlichtingenmoorden sinds 2015. Het laat zien dat in tijden van argwaan naar Iran toe zij happiger is bij het vermoorden van zijn tegenstanders.

advertentie