Clubs met kleur

Dit artikel verscheen deze week in de VPRO-Gids. Zaterdag meer in Argos tussen 14:00 en 15:00 op NPO Radio 1

, Jurgen Tiekstra

Na een ruzie met de gemeente Culemborg kwam er een eind aan SMVC Fair Play, een voetbalclub die veel betekende voor de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap. Welke maatschappelijke functie heeft zo’n ‘ongemengde’ club eigenlijk?

Ziekte dwong hem helaas afscheid te nemen, maar tot voor kort was Paul Verweel behalve hoogleraar ook voorzitter van een voetbalclub. Dat was vv Hoograven, dat voor negentig procent bestaat uit Marokkaans-Nederlandse jongeren uit de Utrechtse krachtwijk Hoograven. De ene functie hing wel met de andere samen: als hoogleraar deed hij onderzoek naar de maatschappelijke impact van sport op jongeren in achterstandswijken. Hij wilde echter niet alleen theoretiseren aan de zijlijn, maar zelf in het veld staan. Verweel is een van de sprekers in een 
Argos-aflevering waarin journalist Ellen van den Berg wil achterhalen wat er misging tussen de gemeente Culemborg en smvc Fair Play.

Wat is het maatschappelijk belang van zo’n gekleurde club?
‘Je weet misschien dat ik met mijn collega Jan Janssens een groot onderzoek gedaan heb over de vraag of het in sociaal opzicht wel gezond is dat groepen zich terugtrekken in een eigen club. Keer je je dan niet af van de samenleving? Als Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen lid zijn van een gemengde voetbalvereniging óf van een eigen vereniging – maakt dat uit voor de ontwikkeling van hun sociaal kapitaal?  En sociaal kapitaal betekent dan: vertrouwen hebben in jezelf, vertrouwen hebben in een ander die je niet kent, maar met wie je wel contact hebt en het opbouwen van een netwerk dat je verder helpt in je leven. Wat blijkt nou? Er is nau-we-lijks verschil. Ik heb ook altijd gezegd: draai het eens om. Als mensen in staat zijn om zelf hun club te organiseren in plaats van mee te liften op wat anderen al doen, dan is dat een uiting van de kracht die zij hebben weten te ontwikkelen in de samenleving.’

Een aantal jaren geleden waren er in 
Culemborg rellen tussen Marokkaanse en Molukse inwoners. SMVC Fair Play schijnt in die onrust een dempende rol te hebben gehad. Wat is precies de maatschappelijke betekenis van zo’n club?
‘Wat ik al aangaf: je lot in eigen hand nemen. Dat zie je hier in Utrecht ook met Turken, Surinamers, Marokkanen, noem maar op. Zo’n voetbalclub geeft hen een plek, een plek waar ze elkaar helpen, ook juist in dit soort dingen: jongens, hoe gaan we hier mee om? Kijk uit, kom liever naar het clubhuis. Daar wordt een gesprek georganiseerd: doe hier alsjeblieft niet aan mee. De ouders worden erbij gehaald.’

Is het daarom een aderlating dat SMVC Fair Play gestopt is?
‘Dat is jammer, want dat betekent dat allerlei dingen niet meer gereguleerd worden vanuit de gemeenschap zelf. Wat je bij die clubs veel ziet, is de ontmoetingsfunctie, maar ook huiswerkbegeleiding of een gesprek met de kinderen over hun gedrag in het veld. Het gebeurt natuurlijk vaak dat toeschouwers aan de zijlijn, en dat zijn overwegend witte Nederlanders, zich bemoeien met de spelers in het veld. Daar kunnen Turkse en Marokkaanse spelers heel slecht tegen. Je moet ze dus leren met die momenten om te gaan, en dan hoop je dat ze dit doortrekken naar hun gedrag buiten het voetbal. Want ook buiten het voetbal gebeurt het vaak genoeg dat mensen allerlei dingen naar je roepen.’

Ik zag dat er bij uw eigen oude club, VV Hoog-
raven, ook opvallend veel aandacht is voor de maatschappelijke kant van de zaak.
‘Ja, er is onder mijn leiding net een proefschrift verschenen van Ali Karatas, die de samenwerking beschrijft tussen de school, het welzijnswerk en het voetbal in de wijk Hoograven. Vanuit die drie contexten proberen wij de kinderen op een positieve manier te benaderen. Daar hoort bij dat alle leiders een cursus positief coachen moeten doen, zodat niemand naar een kind roept: hé klootzak, je moet dit... Nee, het is wetenschappelijk bewezen dat het beter werkt als je een kind een oplossingsstrategie geeft. Bij een conflict laten we de kinderen bijvoorbeeld hand in hand rond het veld lopen en zelf de oplossing bedenken voor het probleem. Dat werkt perfect. Daarnaast hebben we op de club ook samengewerkt met de gezondheidsdienst: we hebben ouders laten zien hoeveel suiker er in cola zit, of in een aa’tje, zo’n míerzoet sportdrankje. Die ouders schrokken zich te pletter. We hebben ook een gezond ontbijt gedaan, want een heleboel kinderen komen met die bekende zak chips en, hup, even een Red Bull. Wij zeiden: nee, kijk: dít is gezond eten. Dat was vooral bedoeld voor de kinderen, maar we nodigden zoveel mogelijk ouders uit. Om een impuls te geven, ik bedoel: je kunt het leven niet overnemen.’

Is het al met al toch niet ideaal als iedereen lid is van een gemengde voetbalclub? Is dat niet de beste integratie?
‘Dan moet je in Utrecht ook beginnen met het opheffen van Kampong en Hercules. Daar voetbalt de elite van Utrecht, en hier en daar doet er een getalenteerde of goed opgeleide Marokkaanse jongere mee. En vergeet niet: bij een van oudsher Nederlandse vereniging blijf jij altijd die Turk of die Marokkaan. Zo word je aangesproken, maar in je eigen vereniging ben je gewoon Ismael of Aziz. Uit een ander promotie-
onderzoek bleek dat de best geïntegreerde Surinamers het toch het leukst vinden om in zo’n eigen vereniging te zitten. Want dan hoeven ze niet de hele tijd uit te leggen dat ze uit Suriname komen. Daar zijn wij wereldberoemd om: “Wie ben je, waar kom jij vandaan?” “Nou, ik kom uit Suriname, maar ik woon in Nederland en ben verdomme hoofd van een financiële afdeling met dertig man onder me.”’

Luister zaterdag tussen 14:00 en 15:00 naar Argos op NPO Radio1