Ook al hebben artsen sterke aanwijzingen dat hun patiënt een nier in het buitenland gekocht heeft en er waarschijnlijk sprake is van orgaanhandel, ze beginnen er niet over tegen hun patiënt.

 Dat is een van de belangrijkste bevindingen van criminoloog en internationaal jurist Frederike Ambagtsheer, die deze week promoveerde op orgaanhandel. Artsen hebben er geen tijd voor om hun vermoedens van orgaanhandel te melden en ze weten ook niet of ze het mogen, omdat ze een beroepsgeheim hebben. Ambagtsheer pleit voor een meldpunt waar artsen anoniem melding kunnen doen van bijvoorbeeld het land of de kliniek waar hun patiënt geweest is voor een transplantatie. In 2014 heeft ze daarom voorgesteld dat zo’n meldpunt bij de artsenfederatie, KNMG, zou moeten komen. Tot op heden is het meldpunt er niet gekomen. En de KNMG laat Argos weten dat het ook niet de taak van artsen is om vermoedens van orgaanhandel te melden. Voor haar onderzoek sprak Ambagtsheer patiënten uit verschillende Europese landen die een nier in het buitenland hadden gekocht, en vroeg hen naar hun beweegredenen.

Enquête
Daarnaast hield Ambagtsheer een enquête. 240 Nederlandse transplantatiechirurgen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers reageerden en beantwoordden vragen over hun ervaring met patiënten die een niertransplantatie in het buitenland hadden ondergaan en weer terugkwamen in de behandelkamer. Meer dan de helft van de ondervraagden gaf aan patiënten te kennen die een transplantatie in het buitenland hadden ondergaan. En in 70 procent van die gevallen vermoedden de artsen dat die nieren gekocht waren, omdat de patiënten weinig tot geen documenten over hun transplantatie bij zich hadden.

Meer in Argos, zaterdag 10 juni tussen 14:00 en 15:00 op NPO Radio 1

Criminoloog en internationaal jurist Frederike Ambagtsheer