“Vaker militair bewijsmateriaal inzetten in strafzaken”

International Centre for Counter-Terrorism

, Ellen van den Berg

Bibi van Ginkel van het International Centre for Counter-Terrorism bepleit een grotere rol van militairen bij het vergaren van bewijsmateriaal in conflictgebieden om in te zetten bij terrorisme strafzaken. “Er ligt goud aan bewijzen op het slagveld. Er is veel meer uit de rol van de militair te halen, wel met een aantal waarborgen. Bij niets doen laat je kansen liggen.”

Dit zegt onderzoeker Bibi van Ginkel zaterdag 10 november in het radio 1 programma Argos. Zij doet samen met collega’s al vier jaar lang onderzoek in opdracht van de VN. Het rapport , met daarin de VN guidelines, is nog niet openbaar en wordt naar verwachting begin 2019 gepubliceerd.

Tot op heden is de rol van militairen bij het vergaren van bewijs in conflictgebieden inzake terreurstrafzaken niet erg groot. Het zijn geen opsporingsambtenaren en ze hebben niet de juiste bevoegdheden, maar militairen lopen wel vaak (per toeval) tegen bewijsmateriaal aan. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld bomresten, vingerafdrukken, computerfiles, getuigenverklaringen.

In de aanbevelingen staat onder andere dat militairen getraind moeten worden op hoe ze bewijs op goede manier kunnen verzamelen. Zo moet het altijd duidelijk zijn wie het in handen heeft gehad. Of het op rechtmatige wijze verkregen is en niet gemanipuleerd is.

Strafrechtadvocaat Bart Nooitgedagt reageert op het onderzoek. Hij vindt dat militairen geen opsporingsambtenaren zijn en dat de kans op een betrouwbare verklaring niet groot is.

 

advertentie