Advocaten maken zich ernstige zorgen om de wildgroei aan juridische letselschadebureaus. Door gebrekkige hulp worden financieel kwetsbare slachtoffers gedupeerd. Ze lopen soms honderdduizenden euro’s aan schadevergoeding mis en raken financieel aan de grond. ‘Er wordt met mindere kwaliteit meer geld verdiend over de ruggen van de slachtoffers.’

De afgelopen vier jaar is het aantal juridische adviesbureaus bijna verdubbeld, zo blijkt uit een analyse die de Kamer van Koophandel deed in opdracht van Argos. Veel beloven gratis bijstand en advies, bijvoorbeeld na een verkeersongeval. Deze ‘kosteloze hulp bij letselschade’ is een aantrekkelijk voorstel voor slachtoffers die vrezen voor torenhoge advocaatkosten. De kwaliteit van die dienstverlening is vaak onder de maat, zo blijkt uit een inventarisatie van Argos onder 39 letselschadeadvocaten van vereniging ASP.  Advocaten van deze vereniging nemen regelmatig dossiers over van letselschadebureaus. Geen van de ondervraagde advocaten vindt de kwaliteit van de dossiers die zij overnemen ‘voldoende’. ASP-voorzitter Tim Bueters maakt zich ernstige zorgen. ‘Er wordt met mindere kwaliteit meer geld verdiend over de ruggen van de slachtoffers.’

Toename rechtskundige adviesbureaus

‘Letselschadespecialist is een vrij beroep’, zegt Arno Akkermans hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Iedereen kan een letselschadekantoor oprichten. ‘Er is geen regeling die iets zegt over kwaliteitseisen, opleidingseisen of andere procedurele waarborgen die er zouden moeten zijn voor het verlenen van juridische diensten aan letselschadeslachtoffers.’ Bij slachtoffers ontbreekt volgens de hoogleraar vaak de kennis om over wat goed juridisch advies inhoudt. Akkermans: ‘Dit is typisch zo’n terrein waarin je niet alles aan de markt zou moeten laten, terwijl we dat wel nog steeds doen.’  

Lees meer over het onderzoek

Stel, u bent slachtoffer van een verkeersongeluk door de fout van een ander. Dan heeft u volgens de wet recht op juridische bijstand, bijvoorbeeld om schade te verhalen op de partij die het ongeluk heeft veroorzaakt. Vaak komen hier letselschadebureaus om de hoek kijken. Zo’n bureau onderzoekt hoeveel vergoeding past bij de geleden schade en onderhandelt hierover met de verzekeraar van de tegenpartij. Soms zijn slachtoffers niet tevreden met het werk van letselschadebureaus. Dan stappen zij over naar een ander letselschadekantoor of naar een advocaat. Argos vroeg 39 letselschadeadvocaten van vereniging ASP naar de kwaliteit van de dossiers die zij op hun bureau krijgen. Advocaten van deze vereniging staan uitsluitend slachtoffers van letselschade bij. De belangrijkste resultaten van deze inventarisatie:

  • Geen enkele advocaat vindt de kwaliteit van de dossiers die zij op hun bureau krijgen ‘voldoende’. 
  • De eerdere belangenbehartiger (geen advocaat) heeft het slachtoffer geadviseerd akkoord te gaan met een te laag schadebedrag. Zo zeggen 33 van de ondervraagde advocaten.
  • Twintig advocaten geven aan dat slachtoffers ‘vaak’ in de vooronderstelling waren dat hun vroegere belangenbehartiger advocaat was (terwijl dit in werkelijkheid niet het geval is).

Compleet afhankelijk van anderen

Het is acht jaar geleden dat de 27-jarige Rishi slachtoffer werd van een aanrijding. Hij zat in de auto, op de achterbank. De bestuurder van de auto was dronken en reed veel te hard. Rishi loopt bij het ongeluk ernstig hersenletsel op en kan niet meer lopen. Hij zit in een rolstoel, kan moeilijk spreken en is compleet afhankelijk van de zorg van anderen.

Omdat Rishi recht heeft op een schadevergoeding, gaat de familie op zoek naar een belangenbehartiger. Die vinden ze, maar de communicatie verloopt stroef. John Beer, Rishi’s huidige advocaat, vertelt: ‘Er werd eigenlijk een beetje snel, relatief kort na het ongeval, een regeling voorgesteld waar de belangenbehartiger mee leek in te stemmen.’ Het advies is om te schikken met de verzekeraar. Rismah, de zus van Rishi, vertrouwt het niet. Ze besluit advocaat Beer om raad te vragen. Die overstap opent haar de ogen. ‘Je wordt met respect behandeld en begrepen. Je wordt ondersteund. Ik hoefde het werk niet meer zelf te verrichten. Iemand kon dat voor mij doen.’

Het bedrag waarvoor het letselschadebureau wilde schikken, noemt de advocaat ‘volstrekt ontoereikend’. Rishi woont nu nog in een appartement en wordt verzorgd door zijn familie. Zou hij de voorgestelde schikking hebben geaccepteerd dan had Rishi volgens Beer waarschijnlijk na een jaar of tien naar een verzorgingshuis gemoeten. Beer: ‘Hij was negentien jaar oud toen dit gebeurde. Je complete leven ligt aan diggelen. Hij kan nooit meer werken, kan nooit meer voor zichzelf zorgen en is dus compleet afhankelijk van zijn schadevergoeding.’

Rishi voor het ongeluk
Rishi na het ongeluk

Advocaten over de zaken die zij overnemen

Dit is geen geïsoleerd geval, zo geven advocaten aan die de belangen van slachtoffers als Rishi behartigen. Maar liefst 39 letselschadeadvocaten, aangesloten bij vereniging ASP, reageerden op onze vragen. Alle 39 advocaten hebben weleens een zaak overgenomen van een letselschadebureau. Geen enkele advocaat vindt de kwaliteit van de dossiers die zij op hun bureau krijgen ‘voldoende’. 

Vrijwel alle ondervraagde advocaten zijn van mening dat de eerdere belangenbehartiger (geen advocaat) het slachtoffer heeft geadviseerd akkoord te gaan met een te laag schadebedrag. Enkele advocaten noemen voorbeelden van zaken waarin verzekeraars door hun tussenkomst honderdduizenden euro’s meer uitkeren aan het slachtoffer dan letselschadebureaus oorspronkelijk adviseerden.

Letselschadeadvocaat John Beer: ‘Met een schadevergoeding moet je je hele leven kunnen doen. Dus mensen die al in een hele zware, moeilijke situatie terecht zijn gekomen, moeten erop kunnen vertrouwen dat ze niet ook nog sociaal en economisch de afgrond ingeduwd worden.’

 

‘Te laag schadebedrag’

‘In een zaak kwam de cliënt die al eerder een ongeval heeft gehad bij mij met een aanbod van de verzekeraar en een positief advies van een juridisch adviesbureau voor een regeling van 10.000 euro. Uiteindelijk, na het doorlopen van het medisch traject, heeft dit slachtoffer 150.000 euro aan schade vergoed gekregen.’

‘Cliënt raakte aan lager wal’

Een advocaat vertelt over een letselschadezaak die zijn kantoor recent heeft overgenomen: Het slachtoffer heeft een ernstige zenuwziekte door het inademen van giftige stoffen door zijn werk. De verzekeraar vroeg om aanvullende informatie. De vroegere jurist stuurde die niet op. ‘De man heeft alles moeten verkopen. Hij is aan lagerwal geraakt, ziet zijn kinderen nauwelijks meer en zijn vrouw is bij hem weggegaan. Het voormalige ouderlijk huis heeft hij met verlies moeten verkopen. Hij is in de schuldsanering terecht gekomen en is daar helaas ook nog met schulden uitgekomen. Kortom: zeer tragisch.’

Lees meer

Opmerkelijk is dat advocaten niet alleen klachten hebben over het dossierwerk van letselschadekantoren, maar ook regelmatig voorbeelden noemen van rechtsbijstandsverzekeraars die hun werk niet goed doen. Consumentenprogramma Radar onthulde eerder al dat rechtsbijstandsverzekeraars werk uitbesteden aan laag betaalde freelancers die een vaste prijs per dossier krijgen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de kwaliteit van het werk dat zij leveren.

'Voordelig om minder tijd aan een zaak te besteden'

ASP-voorzitter Bueters wijt dit voor een deel aan een ‘oneigenlijke prikkel’ in de letselschademarkt: een overeenkomst tussen verzekeraars en letselschadebureaus over een vaste werkvergoeding. Als zij het eens worden over de hoogte van de schadevergoeding voor het slachtoffer, ontvangt de belangenbehartiger – het juridisch adviesbureau - een vast percentage daarvan als honorarium. Die bedragen zijn vastgelegd in een tabel – de zogeheten PIV-staffel. Vanaf een bepaald bedrag geldt: hoe hoger het bedrag, hoe lager de vergoeding voor het letselschadebureau in verhouding is. Volgens Bueters hebben de afspraken over vaste vergoedingen geleid tot een verdienmodel. ‘Het is voor kantoren voordelig om minder tijd aan een zaak te besteden en slachtoffers te adviseren om voor een lager schadebedrag te schikken.’

Hoogleraar Akkermans is kritisch op het systeem waarin iedereen zich letselschadejurist kan noemen en waarin het moeilijk is voor slachtoffers om te ontdekken waar je de beste hulp kan halen: ‘Ik vind het onvoorstelbaar zuur dat als je de pech hebt om het slachtoffer te worden van een ongeval, je eigenlijk ook meteen de pech hebt om te belanden in een wereld die buitengewoon slachtofferonvriendelijk is.’

De Letselschaderaad

De Letselschaderaad, de overkoepelende organisatie van belangenbehartigers en verzekeraars, als ook de beheerder van kwaliteitsregister ‘Register Letselschade’, herkent dit probleem. Veel gaat goed, maar er gaan ook dingen mis. De Letselschaderaad laat weten niets liever te willen dan de cowboys uit de sector te weren. Er wordt gewerkt aan een nationaal keurmerk letselschade, om zo het kaf van het koren te kunnen scheiden. Hier worden momenteel grote stappen in gezet. Bepaalde kantoren helemaal van de markt weren kan echter niet, zo stelt de Letselschaderaad. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) zou dat omwille van vrije concurrentie niet goedkeuren. 

Hoe vindt u goede hulp?

Het internet staat vol met advertenties van juridische bureaus die zeggen te kunnen helpen met het claimen van een schadevergoeding bij letsel. Via de zoektermen ‘advocaat’ en ‘letselschade’ kom je direct bij ze terecht. Maar hoe onderscheid je een goede van een minder goede belangenbehartiger? Dit is waar je op moet letten.

Sommige letselschadebureaus gebruiken het woord ‘advocaat’ op hun website, maar hebben geen advocaat in dienst. Dit kan verschil maken. Advocaten kunnen gemakkelijk naar de rechter stappen. Dit gegeven is een extra drukmiddel tijdens de onderhandelingen met de verzekeraar over het schadebedrag. Daarnaast heeft een advocaat een speciale opleiding gehad.

Als vaststaat dat de letselschade is veroorzaakt door de fout van een ander én het gaat over grote belangen en een groot schadebedrag, dan is het raadzaam om naar een advocaat te gaan. Daar heeft u recht op en die hulp wordt net zo goed vergoed. Check van tevoren of de advocaat wel gespecialiseerd is in letselschade. Hij of zij moet zijn aangesloten bij de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), de vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP) of NIVRE.

Gaat het om relatief kleiner letsel en ga je naar een letselschadebureau? Kijk dan in ieder geval of het bureau geregistreerd is bij De Letselschade Raad. Nog beter is het als de belangenbehartiger een NIVRE-registratie heeft. Daarvoor moet een schade-expert aan specifieke kwaliteitseisen voldoen.