Hoge windmolens hebben een sterk negatief effect op de waarde van omliggende woningen. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit (VU). De Tweede Kamer had daarom gevraagd naar aanleiding van een Argos-reportage over waardedaling rond windparken. In Groningen en Drenthe, waar de twee grootste parken van Nederland worden gebouwd, komt de schade voor omwonenden boven de 50 miljoen euro.

De studie ‘windturbines, zonneparken en woningprijzen’ is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), na de uitzending van afgelopen april: 'De strijd om wind'. 

luister hier de uitzending

 

De onderzoekers keken naar miljoenen daadwerkelijke woningtransacties in Nederland tussen 1985 en 2019. Vooral na 2011 blijken woningen nabij windturbines in waarde achter te blijven, omdat deze molens deze steeds groter worden. Vooral bij windmolens van 150 meter is het effect op de woningwaarde zichtbaar. Onderzoeker Hans Koster: ‘Een waardedalend effect betekent niet persé dat de woningen minder waard worden, het kan ook zijn dat deze woningen minder in waarde stijgen dan vergelijkbare woningen die niet in de nabijheid van windturbines liggen.’ Volgens Koster is een andere opmerkelijke conclusie dat het drukkende effect niet tijdelijk is, maar permanent. Het maakt volgens de onderzoekers niet uit of het om één turbine gaat of om meerdere.

De ‘relatieve waardedaling’ van 5% is een gemiddelde. Volgens de onderzoekers is het te verwachten dat woningen die dichterbij een turbine staan sterker in waarde dalen en woningen die daar verder vanaf staan minder sterk dan het gemiddelde.

Waardedaling boven de 50 miljoen

In Groningen en Drenthe worden momenteel de grootste parken in Nederland gebouwd. Rond het Groningse park N33 staan 6352 woningen in een straal van 2 kilometer met een gemiddelde WOZ-waarde van 151.000 euro, rond het Drentse park DMOM gaat het om 5890 woningen met een gemiddelde WOZ waarde van 159.000 euro. Een gemiddelde relatieve waardedaling van 5% komt dan uit op 93 miljoen euro.

De onderzoekers hebben niet specifiek naar die parken gekeken, zegt Koster. Uitgaande van gegevens van andere parken met hoge turbines schat hij de relatieve woningwaardedaling bij het Groningse park op minimaal 25 miljoen euro en bij het Drentse park op 27,5 miljoen. ‘Dat is dan zeer conservatief berekend, het werkelijke effect zal daar wellicht boven liggen. ‘Er zit altijd een marge in die moeilijk precies te kwantificeren is.’

Moorlach: 'Schaderegeling ontoereikend'

Minister Wiebes noemt de waardedaling in een Kamerbrief van vandaag, ‘vervelend’.  In een eerdere studie kwamen de onderzoekers Droes en Koster op een relatieve waardedaling van zo’n 2%. De toename is te verklaren door het gegeven dat windturbines steeds hoger worden. Ook bij zonneparken zien de onderzoekers een relatie met relatieve woningwaardedaling, maar omdat dit een vrij nieuw fenomeen is trekken ze hierover nog geen harde conclusies.

Minister Wiebes wijst in zijn Kamerbrief op de bestaande planschaderegeling. Omwonenden die schade ondervinden van ruimtelijke ontwikkelingen kunnen die schade claimen. Wel geldt een maatschappelijk eigen risico van 2%. In de nieuwe omgevingswet die vanaf 2021 van kracht wordt geldt een vast eigen risico van 4%. Komt het waardeverlies hoger uit dan het eigen risico, dan dient de ontwikkelaar van een wind –of zonnepark dit te vergoeden aan de woningeigenaar, schrijft Wiebes.

Tweede Kamerlid William Moorlag (PvdA) noemt deze planschaderegeling ontoereikend: ‘De oneerlijke verdeling van lusten en lasten is een grote bron van onvrede. Enerzijds zien we woningeigenaren die de waarde van hun woning zien verminderen en de kwaliteit van hun leefomgeving zien aangetast, anderzijds zien we ontwikkelaars en boeren die financieel helemaal binnenlopen.’ Volgens Moorlag moet de overheid ook een regeling treffen om collectieve planschade te kunnen claimen:  ‘Mensen moeten nu 100 tot 500 euro aan leges betalen en die krijgen ze alleen terug als de aanvraag wordt gehonoreerd.’