Hoe kan het dat de politie zegt dat er nooit ergens bewijs is gevonden voor Ritueel misbruik, en dat traumatherapeuten tientallen slachtoffers in behandeling hebben? Met die vraag klopte klinisch psycholoog Christel Kraaij anderhalf jaar geleden aan bij Argos.

We zijn met elkaar in contact gekomen na de Argos-uitzending over Lisa. Zij was vijftien jaar oud toen ze bij de politie aangifte deed van seksueel misbruik door haar vader en andere mannen. Ze zou ook in het bos zijn bevallen van een baby, die vervolgens door de mannen werd vermoord.

Kraaij: ‘Ik hoorde die uitzending, en herkende daarin elementen die cliënten van mij ook vertellen. Ook bij andere TRTC’s (traumacentra) in Nederland zijn mensen in behandeling die vertellen dat ze zoiets hebben meegemaakt. Dat gaat om zo’n veertig cliënten in totaal. Ik vind het belangrijk en zou het mooi vinden als daar eens goed onderzoek naar wordt gedaan.’

Dat gebeurt nu niet?
‘Als deze cliënten aangifte doen komen ze automatisch terecht bij een aparte afdeling van de politie: de LEBZ (de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken, red.). Dat is een vereiste als een aangifte rituele kenmerken bevat. De LEBZ is opgericht om valse aangiftes te voorkomen. Dat geeft mijn cliënten geen vertrouwen dat hun verhaal echt goed en grondig wordt onderzocht.’ 

‘Daarnaast ervaren mijn cliënten sowieso een hoge drempel als het gaat om aangifte doen. Ze raken bijvoorbeeld getriggerd door een politieuniform, of door de manier waarop ze verhoord worden. Ik snap dat de politie dat moet doen, maar voor mijn cliënten is het ingewikkeld. Zeker als ze geen vertrouwensband met iemand hebben.’ 

Noemen uw cliënten het ook ritueel misbruik?
‘Nee, zij hebben het meestal over “de mensen daar”, of “de groep”. Soms zeggen ze “het netwerk” of “de cult”.’ 

Waarom neemt u de verhalen van uw cliënten serieus?
‘Mijn cliënten zijn hele normale mensen met hele normale banen. Ik zie geen enkele meerwaarde voor hen om dit te gaan vertellen. Dat wil niet zeggen dat ik tot op detail aanneem dat alles zo gegaan is – zij kunnen als kind ook voor de gek gehouden zijn, of zich iets verkeerd herinneren. Maar dat is iets anders dan dat hun verhalen compleet verzonnen zouden zijn.’

Christel Kraaij

Christel Kraaij is klinisch psycholoog bij Transit, GGZ Centraal. Ze is gespecialiseerd in DIS – dissociatieve identiteitsstoornis. Hiervoor werkte ze bij het Top Referent Trauma Centrum van Altrecht. Ze heeft ongeveer 15 cliënten behandeld die getuigden over Ritueel misbruik.

Heeft het maatschappelijk ongeloof impact op uw cliënten?
‘Cliënten vertellen dat het ongeloof het moeilijk maakt om los te komen van het netwerk. Het is precies wat ze voorgehouden wordt; dat ze niet geloofd zullen worden. En als juist de mensen van wie je ’t zou moeten hebben jou niet geloven, en jou niet oké vinden. Dan voelt het soms zelfs beter om ‘daar’ te blijven, waar je wel een plek hebt. Hoe naar die plek ook is.’  
 

'mijn cliënten beleven zichzelf als verdeeld. Het kan zo zijn dat zo’n deel ook controle neemt over het gedrag.'


U bent een van de experts die ons heeft geholpen bij het opstellen van een vragenlijst voor slachtoffers van georganiseerd seksueel misbruik.  Er hebben meer dan tweehonderd mensen gereageerd, meer dan honderd melden ook rituele kenmerken. Had u dat verwacht?

‘Nee, Ik ben heel blij dat zoveel mensen gereageerd hebben, maar dat had ik zeker niet verwacht. Veel mensen vinden het doodeng om hun verhaal te delen. Zo’n onderzoek onder slachtoffers is naar mijn weten ook nooit eerder geprobeerd. Een aantal jaar geleden is er wel een onderzoek geweest onder hulpverleners.’  

Hebben uw eigen cliënten de vragenlijst ingevuld?
‘Wij hebben in de wachtkamer een affiche opgehangen. Sommige cliënten heb ik er specifiek op gewezen. Ik heb wel benadrukt dat het hun eigen keuze is of ze het willen doen. Ik denk dat sommige cliënten hun verhaal hebben gedeeld en andere niet.’
 

Wij kregen toen wij met dit onderzoek begonnen meerdere waarschuwingsmails. Door aandacht hieraan te besteden zouden vrouwen die niet gelukkig zijn met hun leven gaan geloven dat zij misschien ook zijn misbruikt, en zelfs ritueel misbruik hebben meegemaakt. 
‘Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat aangeeft dat aandacht voor georganiseerd misbruik ertoe leidt dat mensen ineens gaan geloven dat dat hen is overkomen. En ik vind het voor zowel de slachtoffers van ritueel misbruik als voor vrouwen die niet gelukkig zijn met hun leven nogal beledigend om dit te suggereren.’

Het taboe op ritueel misbruik heeft er in ieder geval niet toe geleid dat minder mensen onze vragenlijst hebben ingevuld.
‘Precies. Als het gaat over georganiseerde misdaad en seksueel misbruik is het risico eerder dat mensen er niet over praten, terwijl het wel gebeurt; dan dat mensen daarover gaan vertellen terwijl het niet gebeurt. Als dat gebeurt is het natuurlijk heel ernstig, net als wanneer een valse aangifte wordt gedaan.’

Enquete: Diagnoses

66% van de personen die onze vragenlijst heeft ingevuld is gediagnosticeerd met DIS. Bij de mensen die aangeven dat er sprake was van ritueel misbruik is dat nog iets hoger: 77%. 

Van de totale groep heeft iets meer dan de helft (58%) zowel een diagnose DIS als PTSS, post-traumatisch stress syndroom. Vier procent heeft geen van beide, maar kampt met een depressie, borderline of een psychose. Veertien procent heeft alleen PTTS als diagnose.

Wat is DIS?

Kraaij: ‘DIS staat voor Dissociatieve Identiteitsstoornis. Het is een gevolg van ernstig trauma in de vroege kindertijd. Vroeger werd het ook wel Meervoudige Persoonlijkheidsstoornis genoemd. Een van de redenen waarom dat veranderd is, is omdat iemand gewoon een lijf heeft en een stel hersenen. Maar mijn cliënten beleven zichzelf als verdeeld. Het kan zo zijn dat zo’n deel ook controle neemt over het gedrag. Dan merk je bijvoorbeeld dat een volwassene ineens kinderlijk praat, of kinderlijke dingen doet. Of iemand wordt heel boos – wat niet past bij die persoon.’

‘Ik denk dat het goed is om te benadrukken dat als je een Dissociatieve Identiteitsstoornis hebt, dat niet per se betekent dat je ook een achtergrond met georganiseerd Ritueel misbruik hebt. Je kunt ook DIS ontwikkelen door heel ernstig misbruik en mishandeling binnen een gezin of door iemand die nabij stond.'

Hoe uit DIS zich?
‘Het begint vaak dat mensen aangeven dat ze zich verdeeld voelen, al dan niet in andere woorden. Dat ze tijd kwijt zijn, dat ze enerzijds eigenlijk goed functioneren, bepaalde dingen in het dagelijks leven heel goed kunnen, een baan hebben, gezin runnen, sociaal netwerk hebben. En aan de andere kant, en dat is vaak als ze alleen zijn, in de nachten, maar ook in therapie, hele forse psychische klachten laten zien, en enorm lijden. Dat is atypisch voor andere psychische stoornissen.’ 

Er zijn rechtspsychologen die zeggen dat DIS een iatrogene stoornis is. Kortom: dat het een stoornis is die door therapeuten wordt aangepraat. 
‘Ik vind dat heel schadelijk voor de cliënten die DIS hebben en een flinke beschuldiging aan ons adres, die niet gegrond is. Ik volg de DSM (de wereldwijde classificatie voor psychische stoornissen, red.) en daar is de classificatie in opgenomen. Ik snap eerlijk gezegd niet waarom daar nog steeds zo'n discussie over is.’ 

Een van die dingen die zo typerend is aan DIS, is dat het vaak in therapie naar boven komt. Alleen al daarom concluderen de rechtspsychologen dat DIS moet zijn aangepraat, Zonder therapie geen DIS-diagnose.
‘Elke diagnose wordt door een psycholoog of psychiater gesteld. Mensen met DIS komen binnen met typerende klachten die ik ze echt niet aanpraat. Bijvoorbeeld: Ik ben tijd kwijt. Ik vind mezelf terug in een hoekje heel angstig. Ik heb allemaal kleding in mijn kast die ik niet pas en die niet mijn smaak is. Het is wel belangrijk dat je er naar vraagt, want de meeste klachten zijn zeer schaamtevol om te vertellen.’ 


'Kenmerkend is dat in bepaalde perioden – rondom specifieke feestdagen – meer symptomen zijn.'

Even voor de duidelijkheid: u brengt uw cliënten niet onder hypnose om ze aan het praten te krijgen?
‘Nee, ik zou niet eens weten hoe dat zou moeten. Wat er bijvoorbeeld gebeurt, is dat buiten een hond blaft, en dat iemand daar zo heftig op reageert dat er een ander deel van de persoonlijkheid naar voren komt. Ineens praat iemand als een meisje van zes, met het taalgebruik van een meisje van zes, en de mimiek van een kind. Zo’n deelpersoonlijkheid weet soms niet wie ik ben, of dat-ie nu therapie volgt. Soms gaat ze vertellen dat zij heel bang is voor honden, omdat ze daar nare dingen mee moest doen. Dan is ’t overigens nog steeds niet zo dat ik dan meteen denk: hier is sprake van ritueel misbruik.’ 

Wat is het verschil tussen cliënten met DIS, en cliënten die ook nog ritueel misbruik rapporteren?
‘Er zijn veel overeenkomsten in klachten, vandaar ook dat de diagnose bij beiden gesteld kan worden. Maar kenmerkend voor mensen die ook over ritueel misbruik vertellen, is dat er vaak in bepaald perioden – rondom specifieke feestdagen – meer symptomen zijn. Dat gaat om feestdagen die we kennen vanuit het Christendom, zoals Pasen, Pinksteren en Kerst. Een omgekeerd kruis kan daar bijvoorbeeld een rol bij spelen. Er zijn ook andere feestdagen, zoals verjaardagen van leden van de groep, Volle Maan en seizoenswisselingen. Het is opvallend dat verschillende cliënten die verder niets met elkaar te maken daaraan refereren.’ 

'Alle Christelijke, Keltische en Paganistische feestdagen. Denk aan Pasen, Kerst, maar ook het begin van de lente, zomer, herfst of winter, volle maan, verjaardagen van personen in de groep. De rituelen waren vaak ’s avonds of ’s nachts. Overdag werd ik vaak gebruikt om in de prostitutie te werken.'

anonieme deelnemer

‘Ik merk rondom die dagen een enorme angst bij mijn cliënten. Degenen die nog in het netwerk zitten moeten op die dagen ergens zijn, of ze worden opgehaald om ergens naartoe te gaan. Degenen die eruit zijn die blijven bang dat ze toch weer opgehaald zullen worden. Of ze hebben herbelevingen aan wat er op die feestdag is gebeurd.’ 

Wat is nog meer typerend voor ritueel misbruik?
‘Er is sprake van hersenspoelingen. Mind Control noemen we dat. De cliënten noemen het zelf soms ook wel ‘programma’s die aan kunnen gaan’. Het voelt alsof van buitenaf op een soort knopje wordt gedrukt, waardoor iemand gaat handelen zonder dat-ie daar nog regie over heeft. Ze vertellen dat ze het gevoel krijgen dat ze draaien, of zich psychotisch moeten gedragen, of zichzelf pijn moeten doen.’ 

Wat ziet u daarvan?
‘Soms kan een cliënte deze gedachtes, drang of sensaties benoemen. Soms zie ik vooral non-verbale onrust toenemen. Als ik er vragen over stel, gebeurt het soms dat een cliënte vlak wordt en op een monotone manier reageert. Het is misschien een rare associatie, maar ik zou het ‘soldaterig’ noemen. Iemand geeft staccato antwoorden, alsof-ie niet meer bij mij is maar in een drill-achtige situatie is terechtgekomen.’

Hoe vertellen zij dat die programma’s zijn ontstaan?
‘Zij vertellen dat er sprake is van een soort training. Het is eigenlijk een vorm van conditioneren dat als ‘A’ gezegd wordt, B moet worden gedaan. Als iemand bijvoorbeeld op het punt staat iets te vertellen over het netwerk, dan komen beelden naar boven van een hele nare ervaring, waardoor iemand nauwelijks meer in staat is door te vertellen.’ 

Wij hebben tijdens dit onderzoek gemerkt dat mensen soms heel heftig reageerden als ze probeerden om ons meer te vertellen over locaties of over daders. Soms begon iemand een kinderliedje te zingen: ‘daar was laatst een meisje dood, die was geen praten’. Iemand anders mailde de avond na het gesprek: “Ik heb alles gelogen, je moet me niet geloven. Ik mag dit niet zeggen.” Is dat een programma? Of hebben we dan te maken met een onbetrouwbare bron?

‘Als ik dit in therapie meemaak, dan leg ik dat uit als een conflict in de binnenwereld– tussen verschillende delen, of door een programma. Dat wil dus niet zeggen dat het niet waar is wat iemand vertelt, maar ook niet dat het wel waar is. Het zegt dat er een conflict is van binnen over wat er is verteld. Daar kun je al therapeut mee werken door te vragen wat iemand dwars zit. 
Ik kan me voorstellen dat het voor een journalist lastiger is. Dit is dus ook een probleem als iemand aangifte bij de politie wil doen.’
 

Eén van de andere ‘vaste’ onderdelen van verhalen over ritueel misbruik, is dat vrouwen vertellen dat ze zwanger zijn geweest en dat er iets ergs met hun kind is gebeurd. Ziet u dat ook bij uw cliënten?
‘Veel cliënten geven aan dat zij zwanger zijn geweest, vaak zelfs meer dan één keer. Dat is vreselijk, als ik daarbij stil sta. En zij hebben daar beelden bij van hoe hun baby misbruikt wordt, of wordt vermoord. Tegelijkertijd vind ik het lastig om in te schatten of alles wat cliënten mij hierover vertellen klopt.’ 

Hoe bedoelt u dat? Kun je iemand wijsmaken dat zij een baby heeft gekregen?
‘Ik merk dat er heel veel wordt gedaan om te zorgen dat slachtoffers ongeloofwaardig worden. Er zijn voorbeelden van slachtoffers die zeggen: “ik dacht dat ik gezien had hoe iemand werd vermoord, maar later was diegene er toch weer.” En bij DIS is het dus zo dat – omdat je uit verschillende delen bestaat – die informatie gescheiden kan blijven. Iemand kan dus een deel hebben dat nog steeds denkt dat die persoon echt dood is, terwijl de ander zegt: nee joh, daar is niks mee gebeurd. Dat maakt iemand dus heel ongeschikt om aangifte te doen.’ 

‘Ik bedoel niet dat ik denk dat geen van mijn cliënten zwanger is geweest. Ik bedoel dat ik het voor mogelijk houd dat iemand eerst echt zwanger is geweest, en daarna bewust is wijsgemaakt dat dat nog een keer is gebeurd. Het krijgen van een kind dat vervolgens wordt vermoord is een enorm groot trauma. Als je iemand opnieuw in een vergelijkbare situatie plaatst, schiet diegene heel snel in een herbeleving. Helemaal als je er iemand ook nog drogeert of hallucinerende drugs geeft. Je kunt iemand een middeltje geven dat buikpijn geeft, en dan ernaast gaan roepen dat diegene weeën heeft. Je kunt het van binnen beschadigen, zodat iemand ziet dat ze bloed van onderen. Om een lang verhaal kort te maken: ik vind het aannemelijk dat er allerlei methoden zijn om een iemand die getraumatiseerd en in paniek is te laten geloven dat ze nóg een baby heeft gekregen. “Nou’, denk je misschien. “Waarom zou een netwerk dat allemaal doen?” Maar dit is dus heel effectief om te zorgen dat iemand ongeloofwaardig wordt.’ 

‘Ik denk dus dat het een combinatie is van dingen die echt gebeuren, en gebeurtenissen die worden geënsceneerd – maar dat zeg ik op basis van wat ik hierover van cliënten heb gehoord.’ 

Kan iemand met DIS ooit een betrouwbare getuigenis afleggen?
‘Dat is een Catch-22. Aan de start van de therapie is iemand nog teveel verdeeld. Dan hebben verschillende delen een eigen visie op een gebeurtenis, en zijn de puzzelstukjes nog niet bij elkaar gelegd. Als iemand co-bewustzijn heeft is diegene beter in staat die puzzelstukjes bij elkaar te brengen en consistent vertellen. Maar dat lijkt me voer voor de advocaat van de verdachte, want iemand is in therapie geweest - waarbij er sprake is van beïnvloeding - dan wordt de verklaring mogelijk niet meer betrouwbaar geacht.'
 

‘Het gaat eigenlijk over macht en de ander volledig in de war maken over zichzelf.'

Als dat soort dingen echt gebeuren: dat meisjes een kind krijgen en dat dat vervolgens wordt vermoord of afgepakt – wat is daar dan het doel van?
‘Ik zie dat als de ultieme manier om te zorgen dat iemand z’n mond houdt. Het begint er bijvoorbeeld mee dat kinderen op jonge leeftijd een dier moeten doden, vaak een dier waar ze aan gehecht zijn. Later gaat ‘t om het pijn doen van andere kinderen. En uiteindelijk om het krijgen van eigen kinderen, waar iets ergs mee gebeurt.’
 
‘Als ik naar mijn cliënten kijk, zie ik dat dat op twee manieren werkt. Enerzijds is er een enorm schuldgevoel: degenen die iemand pijn moesten doen of moesten doden geloven dat zij net zo zijn als de daders. Ze durven het aan niemand te vertellen. Soms zijn er beelden van gemaakt en worden ze daarmee gechanteerd.’

‘Daarnaast: Als je ervan overtuigd bent dat je daar een kind hebt gebaard, en dat dat kindje nog leeft – dan blijf je terugkomen en alles doen wat er van je gevraagd wordt, in de hoop dat kindje veilig te houden.’

Het is iets wat wij ook horen van de deelnemers aan ons onderzoek. Ze vertellen: “als je nu de hele nacht goed seks hebt met meerdere mannen, dan mag je je kind zien. Als je niet laat merken dat je pijn hebt, mag je je kind zien. Je moet terugkomen voor het aankomende feest, anders pakken we je kind…” En vervolgens wordt gezegd: “je komt zelf terug. Je vindt dit lekker. Je hoort bij ons.”
 
‘Voor mijn cliënten is dit heel emotioneel. Hier zitten vaak de grootste trauma’s. Ik denk dat het vanuit het netwerk gezien heel functioneel is. Het gaat eigenlijk over macht en de ander volledig in de war maken over zichzelf, het eigen aandeel en de verantwoordelijkheid die ze hiervoor draagt. Ook dat maakt het heel moeilijk om aangifte te doen.’ 

‘Soms moest ik andere kinderen straffen en op die manier laten zien dat ik één van hen was (daders). Dat ik bij hen hoorde en dat ieder die een misstap maakt of een verrader is gestraft moet worden. Soms moest ik andere kinderen om het leven brengen. Soms gebeurde dit door spelletjes ‘wie het eerst is blijft leven’ of ‘je hebt zoveel tijd om diegene te vermoorden anders doen wij het bij jou’. Dat soort zieke spellen.’

anonieme deelnemer

‘Moesten vaak keuzes maken over wie welke straf kreeg of wie misbruikt moest worden. Anderen schokken geven (elektrisch) tot bewusteloos. Moesten anderen 'vastzetten', dus vastbinden met touwen of klemmen vastzetten op de borst.' 

anonieme deelnemer

‘Vaak had ik een ketting om mijn nek. Vaak werd er geslagen, gepijnigd, gemarteld, vernederd. Soms werd je in het bos naakt in de nacht aan een boom gebonden. Of ze lieten honden los om op je te jagen, of ze maakten je vast zodat honden in jou gingen. Dan was jij de teef. Foto’s werden gemaakt Je werd gedwongen kleintjes pijn te doen en klaar te maken voor de anderen. Foto’s en filmopnames werden getoond aan anderen om je te vernederen.’

anonieme deelnemer

Als er inderdaad sprake is van een netwerk, wat voor een netwerk is dat dan volgens u? 
‘Daar denk ik natuurlijk over na. Het beeld dat ik krijg op basis van gesprekken met cliënten, is dat er sprake is van een crimineel netwerk waarbij geld wordt verdiend middels kinderporno en kinderprostitutie, en waar soms ook sprake is van drugshandel en wapenhandel. Daarnaast, of daar half overheen, zijn kleinere groepen waarbij ideologie een grotere rol speelt, en waar (Satanische) rituelen worden uitgevoerd. Soms lijken die netwerken samen te komen. Soms vertelt een cliënt alleen over één van die twee elementen. Wat ik voor mezelf nog niet helder heb, is of de daders ook echt in Satan geloven, of dat de ideologie gebruikt wordt om kinderen in bedwang te houden.’  

Hebben uw cliënten wel eens namen genoemd?
‘Ik vind dit een lastige vraag. Of ik hier nou ‘ja’ of ‘nee’ zeg, in beide gevallen zeg ik iets over mijn cliënten. Ik wil dat mijn cliënten vrij met mij kunnen praten, ook al werk ik hieraan mee. Daarom geef ik hier geen antwoord op.’  

Laat ik het dan zo vragen: krijgt u wel eens concrete aanwijzingen waardoor u het idee heeft dat uw cliënt echt iets is overkomen? 
‘Soms krijg ik vanuit de omgeving van een cliënt bevestigd dat er sprake is geweest van een mishandeling vanuit het netwerk. Nou was ik natuurlijk niet bij die mishandeling, maar het is wel duidelijk dat die cliënt echt iets is overkomen. Waarbij er geen goede alternatieve verklaring voor is.’ 

'Binnen sektes en geloofsgemeenschappen gebeuren nog steeds vreselijke dingen, die maar weinig leiden tot aangifte, laat staan tot vervolging en veroordeling.'

Houdt u het voor mogelijk dat cliënten hun verhalen baseren op verklaringen die zij op internet hebben gelezen?
‘Ik houd het voor mogelijk dat dat gebeurt. Tegelijkertijd: als ik iemand in behandeling zou hebben bij wie ik dat zou vermoeden, dan zou ik dat ter sprake brengen.’

Heeft u dat wel eens moeten doen?
‘Nee. Ik heb wel eens cliënten gezegd dat ik denk dat er geen sprake van DIS is, met enige regelmaat zelfs. Dan is iemand daar zelf bijvoorbeeld van overtuigd geraakt, of diegene had een behandelaar die DIS vermoedde. Als ik diegene onderzocht zag ik een andere classificatie, die meer paste bij de klachten. Dat bespreek ik dan.

Volgens degenen die onze vragenlijst invulden wordt het netwerk niet opgerold, omdat allerlei personen op machtige posities betrokken zijn bij het afdekken ervan. Ze hebben het dan over artsen, politiemensen, en zelfs over rechters en politici. Is dat iets dat u ook hoort?

‘Ja, dat hoor ik ook. Ik vind dat ingewikkeld, want ik zie ook dat er expres wantrouwen wordt gecreëerd ten opzichte van mensen die juist zouden kunnen helpen, bijvoorbeeld therapeuten. Als ik er helemaal in mee zou gaan, dan zou ik zelf onderdeel van het netwerk zijn in de ogen van sommige cliënten. En ik weet toch echt zeker dat ik er niet bij hoor.’

‘Ik hoor dat daders een politieuniform aantrekken, zodat een slachtoffer niet naar de politie durft. Dat betekent dus niet dat die daders van de politie zijn. Aan de andere kant hoor ik ook dat mensen, als ze aangifte doen, soms iemand zien die ook bij het netwerk hoort, en dan uit angst hun aangifte intrekken.’ 

Er is een school van wetenschappers die claimt dat ritueel misbruik niet bestaat. Rechtspsychologen Crombag en Merckelbach stellen bijvoorbeeld de vraag of het ‘aannemelijk is dat een misdaadorganisatie erin zou slagen om jarenlang op grote school de meest groteske misdaden te begaan, zonder enig spoor achter te laten’.

‘De vraag is of het daadwerkelijk zo is dat ze geen sporen achter laten. Er is heel veel wel ontdekt. Als we bijvoorbeeld op het Dark Web kijken, dan wordt daar continu nieuwe kinderporno aangevoerd, waar Nederlandse kinderen bij betrokken zijn, die niet in beeld zijn bij politie of hulpverlening. Een ander voorbeeld is misbruik in de Katholieke Kerk. Dat is jarenlang in de doofpot gestopt. En binnen sektes en geloofsgemeenschappen gebeuren nog steeds vreselijke dingen, die maar weinig leiden tot aangifte, laat staan tot vervolging en veroordeling. Volgens mij is inmiddels voldoende aangetoond dat het aannemelijk is dat dit soort praktijken voorkomen, in het buitenland en in Nederland. Misschien is dat niet zozeer door de politie aangetoond, maar wel door de journalistiek.’
 

Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.