Het Zwitserse Crypto AG maakte decennialang ‘veilige’ codeerapparaten terwijl niemand wist dat de Amerikaanse en Duitse inlichtingendiensten feitelijk eigenaar van het bedrijf waren. Een documentaire van omroep SRF zoekt antwoord op pijnlijke vragen. Wie wist van operatie Rubicon? En hoe betrouwbaar is made in Switzerland nog na de Cryptoleaks?

Hij leek altijd zenuwachtig, een bangige man die een geheim deelde dat hij niet kon dragen.’ De dochter van Sigmar Grützmann, in de jaren negentig medewerker van de Zwitserse firma Crypto AG, leest hardop voor uit het geheime CIA-rapport dat onlangs werd onthuld door de Washington Post, het ZDF, Argos en de Zwitserse publieke omroep SRF. “Die zin is meedogenloos”, zegt ze. Het is voor haar zichtbaar pijnlijk de woorden te lezen waarmee de CIA indertijd haar vader beschreef. Ze kijkt op: “We hebben hem niet serieus genomen. Achteraf doet dat pijn.”

Het fragment is afkomstig uit een documentaire die de publieke Zwitserse omroep SRF maakte over de Cryptoleaks en die onlangs was te zien in het programma Rundschau. Daarin komen (oud)-leiders van geheime diensten, wetenschappers en encryptiespecialisten aan het woord. Nabestaanden en oud-medewerkers vertellen over vergeefse pogingen om het bedrog begin jaren negentig te ontmaskeren.

In de periode dat Sigmar Grützmann voor het bedrijf werkte, werden de geruchten steeds sterker dat codeermachines van Crypto AG die aan overheden en bedrijven over de hele wereld werden verkocht, gemanipuleerd waren. Grützmann werd door de firma op pad gestuurd om klanten die wantrouwig werden gerust te stellen. Hij wist dat de meeste encryptie-apparaten zo lek als een mandje waren. Als zijn vrouw hem afhaalde van zijn zakenreizen op het vliegveld in Zürich, had hij steevast een alcoholkegel, vertelt ze. Hij maakte een verwarde indruk. Crypto zette hem aan de kant. ‘Inadequaat’, leest zijn dochter in het rapport. “Hij kon het niet aan”, reageert zijn weduwe, “hij is eraan kapotgegaan.” Grützmann werd paranoïde, meende dat de familie werd afgeluisterd; de woorden ‘Crypto AG’ en ‘CIA’ waren thuis taboe. Hij stierf jong, een gebroken man, onbegrepen door zijn vrouw en dochter.

Een collega van Grützmann was Hans Bühler, dé sterverkoper van Crypto AG. Hij werd in 1992 tijdens een van zijn vele zakenreizen naar Iran aangehouden en gevangengezet op verdenking van spionage. De Iraniërs hadden de achterdeurtjes in de codeermachines van Crypto AG ontdekt. Bühler kwam in een cel van twee bij drie meter terecht, met een paar dekens op een betonnen vloer en werd bedreigd met foltering en de dood. Negen maanden later werd hij met een losgeld van 1 miljoen dollar vrijgekocht. Bij terugkeer in Zwitserland werd Bühler als een held door de firma binnengehaald, maar kort daarop op straat gezet. In archiefbeelden vertelt een woedende Bühler er zelf over. Hij beantwoordde dit toppunt van cynisme met een gang naar de rechter. Zwijggeld voorkwam op het nippertje dat het geheim van Crypto AG toen naar buiten kwam. De Rundschau ondervroeg in 1994 de toenmalige CEO van Crypto AG over het vermeende bedrog. Hij ontkende glashard dat zijn apparaten manipuleerbaar waren. Er verscheen een boek over de zaak Bühler en daarna werd het stil. Bühler hield zijn mond en overleed in 2018.

Achterdeurtjes

Bruno von Ah had te doen met het lot van zijn collega. “Godzijdank wist Bühler op zijn niveau geen details, hij wist niets van de achterdeurtjes,” zegt de gepensioneerde Crypto AG-medewerker in de documentaire: “Wat is me dat toen vaak door het hoofd gegaan.” Als ontwikkelingsingenieur wist Von Ah des te meer. Vaak werden apparaten die hij klaar en getest had, meegenomen door zijn chef. Hij werd officieel ingewijd in het geknoei toen ook Joegoslavië argwaan kreeg. Het Joegoslavische leger was grootgebruiker van de Crypto apparaten en sommeerde Crypto AG hun productiespecialist te sturen, ‘wegens problemen met de apparatuur’.  Er brak paniek uit in het hoofdkwartier van Crypto in Zug. Von Ah moest het fixen. De Joegoslavische generaals dwongen de ingenieur de achterdeurtjes in hun codeerapparaten te sluiten, zodat ze echt veilig waren, anders zouden ze het bedrog onthullen. Toen de oorlog in Joegoslavië uitbrak, kwamen de gevolgen aan het licht. De CIA bleek de Serviërs niet meer te kunnen afluisteren.

Uit de tv-documentaire blijkt hoe de affaire Hans Bühler bijna leidde tot de onthulling van het spionageschandaal.  Bruno von Ah en andere medewerkers werden verhoord door de Zwitserse Federale Recherche. Het waren informele gesprekken in een café, ze werden niet genotuleerd. Von Ah liet doorschemeren meer te weten. Hij bood aan alles te vertellen als de Federale Recherche hem tegen Crypto AG in bescherming zou nemen. De politiemensen bleken niet geïnteresseerd. Het leek alsof het Openbaar Ministerie eerder wilde vaststellen of er na Hans Bühler nog andere Crypto-medewerkers waren die de openbaarheid zochten. Von Ah hield zijn mond. Het geheim was gered.

De gang van zaken roept met terugwerkende kracht veel vragen op. Haalde de Zwitserse regering opgelucht adem? In hoeverre wist ze hiervan? Was de toenmalige minister van Defensie op de hoogte? Was de hele ministerraad ingelicht? Keurde die het zelfs actief goed? Welke rol speelde de Zwitserse inlichtingendienst? Het CIA-rapport laat er geen twijfel over bestaan dat de laatste op de hoogte was van de operatie Rubicon. De CIA noemt ook de naam van de toenmalige minister van Defensie Kaspar Villiger. De makers van de documentaire suggereren dat Villiger in een moreel dilemma zat doordat hij meer wist dan de ministerraad. In een schriftelijke reactie aan de Rundschau ontkent de oud-minister van iets te weten. Belastende stukken in het staatsarchief zijn zoek of nog steeds geclassificeerd. Alles wijst erop dat de Zwitserse overheid - in de tang van buitenlandse inlichtingendiensten - ruimte moest creëren voor ‘plausible denial’: door gebrek aan bewijs aannemelijk maken dat men niet op de hoogte was.

Neutraliteit

Maar nu, als gevolg van de Cryptoleaks, willen de Zwitsers het echt weten. Al dagen staan de kranten bol van de affaire. De gedegen Neue Zürcher Zeitung, ook wel ‘die alte Tante’ genoemd, waarschuwt in een openingsartikel dat speculaties Zwitserland alleen maar verzwakken. De onderste steen moet boven. Kamerbreed eisen politieke partijen een diepgaand onderzoek. De Zwitserse neutraliteit staat op het spel.  

Hoewel die neutraliteit na de Koude Oorlog grotendeels aan betekenis heeft ingeboet, speelt ze nog een rol in de zogenaamde ‘goede diensten’ die Zwitserland verleent. Dat gebeurt als landen geen diplomatieke banden meer onderhouden. Zo fungeert Zwitserland als postiljon tussen Iran en de VS. Dat het lukte om na de moord op generaal Soleimani verdere escalatie tussen Iran en de Amerikanen te voorkomen, was te danken aan de Zwitserse ambassade in Teheran. Uren na de aanslag rolde daar een versleutelde fax binnen van de VS met de dringende boodschap: Don’t escalate. Bij de berichten die over en weer volgden, diende Zwitserland ook weer als postbode.

Vooralsnog gaat de parlementaire controledelegatie, een vaste Kamercommissie van de Zwitserse Nationalrat, aan de slag. De Socialistische Partij en de Groenen willen verder gaan en eisen een parlementaire enquête. De Zwitserse regering, die wist dat de onthulling eraan kwam, heeft half januari al een federaal oud-rechter aan het werk gezet. Hij krijgt tot juni de tijd de zaak te onderzoeken. Of dat nog zin heeft, moet blijken. Op 2 maart spreekt het presidium van het parlement met de ministerraad. Dan besluit de volksvertegenwoordiging of ze het zware politieke instrument van een enquête wil inzetten.