Is seksueel misbruik een groot probleem in Duitsland?
‘Seksueel geweld tegen meisjes en jongens is een groot probleem, in Duitsland en in de hele wereld. Seksueel misbruik is een pandemie. Het vindt op een gigantische schaal plaats en het veroorzaakt oneindig veel leed in Duitsland en wereldwijd. En dat al sinds vele jaren.’ 

Johannes-Wilhelm Rörig (60)

werd in 2011 door de Duitse regering benoemd tot Nationaal Commissaris tegen Kindermisbruik, in het Duits: Unabhängiger Beauftragter für Fragen des Sexuellen Kindesmissbrauchs. Hij is jurist en was voorheen topambtenaar op het Ministerie van Gezinszaken en rechter.

Wij willen met u spreken over georganiseerd ritueel seksueel geweld. Is dat niet een onderwerp waarbij u zich ongemakkelijk voelt?
‘In het begin was dit een heel ongemakkelijk onderwerp voor mij, omdat ik me voordat ik deze functie kreeg, nog nooit met dit onderwerp had beziggehouden. Maar al snel leerde ik mensen kennen die georganiseerd ritueel geweld in hun kindertijd hebben meegemaakt. Ik kon uitgebreid met hen spreken over het leed dat hen was aangedaan. En hierdoor voel ik geen terughoudendheid meer om hierover te spreken. Ik zie ook de enorme relevantie van dit onderwerp. Ik vind het heel belangrijk om - ook als vertegenwoordiger van de Duitse regering – heel duidelijk te zeggen: ik geloof de slachtoffers dat er sprake is van ritueel, georganiseerd, seksueel misbruik. Ik heb dit eerder ook in een televisie-uitzending van de publieke omroep in Duitsland, de ARD, gezegd. Dit heeft er mede voor gezorgd dat dit onderwerp in Duitsland op de agenda is gezet en dat we inmiddels ook structuren hebben gecreëerd om dit probleem aan te pakken. Het Ministerie van Gezinszaken heeft een werkgroep specifiek voor dit onderwerp in het leven geroepen. En er zijn ook opdrachten verstrekt voor wetenschappelijk onderzoek.

Overheidsorganisatie tegen kindermisbruik

De door de Duitse regering ingestelde UBSKM heeft een staf van 15 medewerkers. Daarnaast heeft hij een Betroffenenrat, een adviesraad van 11 mensen, die zelf in hun kindheid seksueel zijn misbruikt. Zij noemen zich zelf niet slachtoffers maar ‘overlevers’ van seksueel geweld. In 2015 heeft de UBSKM een onderzoekscommissie (‘Aufarbeitungskommission’) in het leven geroepen, bestaande uit 7 leden (gerenommeerde wetenschappers op diverse vakgebieden), die ook nog eens een staf van 10 medewerkers hebben. Verder heeft elke deelstaat regionale ‘Anhörungsbeauftragte’, functionarissen bij wie slachtoffers van seksueel kindermisbruik hun verhaal kwijt kunnen.

Tot nu toe heeft de Aufarbeitungskommission 1.200 slachtoffers van seksueel kindermisbruik gehoord en daarbovenop nog eens 400 gedetailleerde schriftelijke getuigenissen binnen gekregen.

Wat zijn uw taken als nationaal commissaris?
‘Als chef van dit instituut heb ik de taak om me voor de volle honderd procent te concentreren op de tekortkomingen in de strijd tegen seksueel misbruik en de gevolgen daarvan. Ik heb de taakt om de belangen van mensen die seksueel geweld in hun kindertijd of jeugd hebben ondergaan naar voren te brengen. Ik heb de taak om de publieke opinie over dit complexe onderwerp te informeren. Ik heb de taak om slachtoffers bij mijn ambt te betrekken. Ik moet ervoor zorgen dat seksueel misbruik in het verleden wordt onderzocht. Ik heb de taak om de maatschappij - bijvoorbeeld kerken, sport en welzijnsinstellingen – te ondersteunen bij de bestrijding van kindermisbruik en om preventiebeleid op te zetten en beschermende maatregelen te nemen. Ik geef leiding aan de Nationale Raad waarin ook de minister zitting heeft.’  

Begin mei zag ik u nog op de Duitse televisie, samen met de president van het Bundeskriminalamt, de Nationale Recherche. 
‘Ja. Wij gaven op 11 mei samen een persconferentie, waarbij we de nieuwe geweldcijfers bekendmaakten, onder meer hoeveel kinderen in 2019 in Duitsland door moord of doodslag om het leven werden gebracht. Dat waren er meer dan 100. Maar het ging ook om mishandelingen en wat mijn rol betreft vooral om seksueel misbruik en om de afbeelding daarvan, dus de productie van zogenoemde kinderpornographie.’

Is het ook uw taak om aan waarheidsvinding te doen?
‘Ja, dat is een belangrijke taak die bij de functie hoort. Maar ik moet er wel bij zeggen dat het niet onze taak is individuele gevallen te onderzoeken. Wij zijn geen opsporingsinstantie naast het Openbaar Ministerie. Natuurlijk worden individuele gevallen aan ons gerapporteerd en wij kunnen slachtoffers ondersteunen om hulp te vinden. Maar onze rol bij de waarheidsvinding is om de omvang van misbruik te onderzoeken en de structuren bloot te leggen die tot misbruik leiden. En wij verwijzen slachtoffers ook door naar de gespecialiseerde zedenafdelingen van de Landeskriminalämter, de centrale recherchediensten van de deelstaten.’ 

‘Het zwaartepunt ligt op misbruik binnen of in de directe omgeving van de familie. Dat is de belangrijkste plaats delict van misbruik.'

Er bestaat ook een zogeheten Aufarbeitungskommission. Wat heeft u daarmee te maken?
‘Ik heb die commissie in het leven geroepen. Dat was een lang proces totdat ik het politieke establishment ervan kon overtuigen dat het noodzakelijk was om een onderzoekscommissie in te stellen die het kindermisbruik in het verleden op alle mogelijke terreinen onderzoekt. In 2015 hebben de regering en het parlement eindelijk het groene licht daartoe gegeven en sinds 2016 is de commissie aan het werk. Ze kunnen geen getuigen onder ede horen of documenten opeisen - de opsporing blijft de taak van het Openbaar Ministerie. Maar ze kunnen wel alle contexten van seksueel geweld, ook van georganiseerd ritueel geweld, onderzoeken. 

‘Het zwaartepunt ligt op misbruik binnen of in de directe omgeving van de familie. Dat is de belangrijkste plaats delict van misbruik. De commissie heeft als belangrijkste instrumenten de vertrouwelijke hoorzittingen van de getroffenen en daarover aan het publiek te rapporteren. Tot nu toe heeft ze 1.200 slachtoffers mondeling gehoord en van 400 schriftelijke getuigenissen ontvangen.’ 

De term ‘slachtoffers’ is een term die deze mensen zelf eigenlijk liever niet gebruiken.
Nee, dat klopt. Daarom noem ik ze ook liever ‘getroffenen’. Zelf noemen ze zich vaak survivors, overlevenden. Ik begrijp dit heel goed. Ze hebben in hun leven met veel kracht en energie de tijd van het misbruik overleefd. Men moet begrijpen wat het betekent als een meisje als kind zulk verschrikkelijk geweld heeft ondergaan, vaak binnen het eigen gezin, en het dan toch voor elkaar heeft gekregen om de school succesvol af te ronden en ervoor te zorgen dat het leven doorgaat. Dat is een waanzinnige krachtsinspanning. Het gaat om sterke persoonlijkheden. Ze willen niet als slachtoffer betiteld worden. Ze zijn veel meer dan dat.’ 

Hoeveel getuigenissen over ritueel geweld heeft de onderzoekscommissie tot nu toe te horen of te zien gekregen? 
‘Ik zit niet zelf in de commissie, maar ik heb toestemming gekregen om u te vertellen dat tot nu toe 60 slachtoffers, die seksueel geweld in georganiseerd ritueel verband hebben ondergaan, contact met de commissie hebben gezocht.’

En u gaat er van uit dat wat deze mensen vertellen ook echt is gebeurd?
‘Dat staat voor mij buiten kijf. De commissie die dit onderzoekt bestaat uit zeer ervaren experts, vrijwel allen hoogleraar. Het zijn medici, seksuologen, pedagogen, maar ook een voormalige minister uit de Bondsregering. Mensen die veel onderzoekservaring hebben. Als je dan ziet hoe aangedaan en geschokt ze zijn van wat aan hun gerapporteerd wordt. Het kost hun veel moeite om te verwerken wat ze te horen krijgen.’

‘Daarnaast ken ik persoonlijk vijf overlevers van ritueel geweld heel goed. Ik ken deze mensen al meer dan vijf jaar. Wij voeren regelmatig intensieve gesprekken hierover. Daarom ben ik zeer standvastig op dit punt. Ik hoop op nog iets meer politieke steun bij dit onderwerp, maar ik ben blij dat de minister van Gezinszaken Franziska Giffey nu een werkgroep bij het ministerie heeft ingesteld, dat de Aufarbeitunsgkommission dit onderwerp hoog op de agenda heeft geplaatst en een onderzoeksopdracht heeft verstrekt aan de universiteit Hamburg-Eppendorf.  

Wat zegt u tegen sceptici die niet geloven dat ritueel geweld bestaat en dat getuigenissen daarover fantasieverhalen zijn?
‘Ik zou deze mensen willen aanraden te spreken met overlevers en hun schriftelijke getuigenissen aandachtig te lezen. Ik zou ze ook willen aanraden om deze mensen te geloven en te helpen dat ze de ondersteuning krijgen die ze verdienen.’

Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.