Argos heeft met grote betrokkenheid onderzoek gedaan naar ritueel misbruik. Dat zegt Walter van Kleef, landelijk portefeuillehouder zeden van de politie. Hij reageert namens de LEBZ op de uitzending van Argos over Ritueel Misbruik, en nodigt slachtoffers uit om zich alsnog bij de politie te melden.

Het afgelopen jaar ontving Argos getuigenissen van meer dan honderd mensen die slachtoffer zeggen te zijn van ritueel misbruik. Zouden deze mensen naar de politie gaan, dan zou hun dossier worden doorgestuurd naar de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken, de LEBZ.  

De afgelopen twintig jaar leidde geen één aangifte met zogenaamde rituele kenmerken tot een rechtszaak. Is er geen sprake van strafbare feiten? Of ligt het aan de wijze waarop de LEBZ dit soort zaken bekijkt? Die vraag wierpen we op in onze uitzending ‘Glasscherven en duistere rituelen’, van 27 juni 2020. De LEBZ wilde geen interview aan Argos geven. Wel gaven zij schriftelijk antwoord op vragen.

Deze week ontving Argos een reactie van de landelijk portefeuillehouder zeden van de politie, Walter van Kleef. Hij onderschrijft veel van de uitspraken die internationale experts in die uitzending doen. Zijn reactie hebben we hieronder integraal gepubliceerd. 

Walter van Kleef

Van Kleef is programmanager van het Landelijk Programma Zeden, Kinderporno  en Kindersekstoerisme van de Nationale Politie. Hij heeft sinds zijn aantreden veelvuldig benadrukt dat hij zedenslachtoffers wil helpen om aangifte te doen. ‘We grijpen iedere gelegenheid aan om de aangifte-drempel zo laag mogelijk te houden’

Deze reactie roept ook vragen op, die we inmiddels weer aan de politie hebben voorgelegd. Deze vragen vindt u ▾onderaan dit artikel. Dit artikel zal worden geüpdatet als de antwoorden binnen zijn. 

De reactie van Walter van Kleef op de uitzending 'Glasscherven en duistere rituelen'

'We zien dat Argos ruim een jaar met grote betrokkenheid onderzoek heeft gedaan naar ritueel misbruik en naar hetgeen enquête-deelnemers vertellen dat hen is overkomen. Slachtoffers voelen zich duidelijk gehoord door Argos. Het is spijtig te horen dat het overgrote deel van de 140 personen die vertellen slachtoffer te zijn van ritueel seksueel misbruik, niet naar de politie is gestapt. De politie nodigt deze mensen uit dat toch te doen. Tevens benadrukt de politie dat zij alle zedenaangiften serieus neemt -dus ook aangiften van ritueel seksueel misbruik- en de aanknopingspunten in dergelijke zaken serieus oppakt door zorgvuldig opsporingsonderzoek. Ook de LEBZ hecht waarde aan het doen van aangifte of melding bij de politie wanneer sprake is van zedendelicten. Indien dit niet gebeurt, wordt niet inzichtelijk in welke mate dergelijke feiten zich voordoen en kan vanuit politie en justitie ook niet worden opgetreden om (verder) seksueel misbruik te stoppen of te voorkomen.

De LEBZ betreurt het dat haar werkzaamheden zowel op de website als tijdens de uitzending van Argos niet geheel juist naar voren komen. Zo wordt op de website vermeld (en wordt tijdens de uitzending op soortgelijke wijze benoemd) dat aangiften met rituele kenmerken in een vroeg stadium moeten worden doorgestuurd aan de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken van de politie en dat het doel van de LEBZ is om valse beschuldigingen te voorkomen. Uit de door ons aangeleverde antwoorden blijkt al dat dit anders ligt. Zo is de LEBZ in het leven geroepen om de feiten die door de politie zijn verzameld in een opsporingsonderzoek op verzoek van de Officier van Justitie, nader te analyseren. Dit is nog altijd haar doelstelling. Zaken met rituele aspecten worden dan ook, net als alle andere zedenzaken, eerst door de politie onderzocht en pas daarna door de Officier van Justitie aan de LEBZ voorgelegd. Daarnaast is de LEBZ niet ‘van de politie’. Zij is opgericht door het College van Procureurs-generaal en bestaat uit interne en externe deskundigen. Juist deze multidisciplinaire samenstelling en het benutten van actuele inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek zijn de kracht van de LEBZ. Wij zouden het waarderen als de tekst op de website wordt aangepast.'

Reactie op de interviews van deskundigen zoals gepubliceerd op de website van Argos

'De LEBZ kan zich vinden in veel van de uitspraken van Franziska Schubiger. Waarheidsvinding kan in veel zedenzaken uitdagend zijn, evenals in zaken rondom mensenhandel of gedwongen prostitutie. Ook onderschrijft de LEBZ Schubigers stelling dat verhoren in ritueel misbruik-zaken – maar ook zedenzaken in het algemeen – goed moeten worden uitgevoerd en gedocumenteerd. Schubiger pleit voor een interdisciplinaire samenwerking tussen politie en therapeuten. De LEBZ is bij uitstek de plek waar in Nederland zaken gezamenlijk vanuit verschillende disciplines (wetenschap, politie, hulpverlening) worden behandeld en kennis vanuit diverse vakgebieden over en weer wordt uitgewisseld bij de analyse van complexe zedenzaken.

Christel Kraaij kaart het probleem aan van niet goed weten wat echt en niet echt is gebeurd en de mogelijkheid van pseudoherinneringen [waarin een cliënt overigens oprecht kan geloven]. Zoals ook Schubiger stelt, is het niet aan de politie (of de LEBZ) om te oordelen of iets dat een aangeefster verklaart wel of niet is gebeurd. Dit ligt bij justitie en bij uitstek bij de rechterlijke macht. De LEBZ sluit zich dan ook aan bij Schubiger die het belang benadrukt van het verzamelen van objectief bewijs en het verifiëren (en ons inziens ook falsificeren) van verklaringen. Pas na gedegen opsporingsonderzoek zal duidelijk kunnen worden of sprake is van voldoende bewijs om tot vervolging over te gaan en soms ook of sprake is van een onjuiste beschuldiging (hetzij bewust hetzij onbewust).

In de diverse interviews bestaan verschillen in wat wordt geclassificeerd als ritueel of satanisch seksueel misbruik. Tevens worden verschillende termen gebruikt zoals ritueel misbruik en georganiseerd misbruik, terwijl men (deels) op hetzelfde soort zaken doelt. Dit punt kaart ook Claudia Fischer aan. Diverse soorten seksueel misbruik die niet vallen onder gangbare definities van ritueel misbruik noch onder de door de LEBZ-gebruikte definitie, worden daar zo toch onder geschaard, bijvoorbeeld kinderpornografie, pedofielennetwerken en seksueel misbruik binnen geloofsgemeenschappen en sekten. Dit kan leiden tot vertekening en interpretatieverschillen van aantallen. Zo is bijvoorbeeld seksueel misbruik gepleegd door een priester of sekteleider niet per definitie ritueel misbruik, evenmin als systematisch misbruik of misbruik gepleegd door meerdere personen. Dergelijke vormen van seksueel misbruik vinden, zoals ook Michael Salter stelt, aantoonbaar plaats, uiteraard ook in Nederland. Dit onderkent de LEBZ zeker. Maar deze vormen van seksueel misbruik worden niet gereflecteerd in de cijfers van de LEBZ wat betreft seksueel misbruik met rituele aspecten, aangezien deze niet als zodanig worden geclassificeerd.

Bas Kremer stelt dat de LEBZ een sleutelpositie heeft en dat alles dat ruikt naar ritueel misbruik wordt geseponeerd. Dit kan de suggestie wekken dat de LEBZ een grote rol speelt in het seponeren van zaken rondom ritueel misbruik. Wij herkennen ons hier niet in en benadrukken nogmaals dat de LEBZ zich pas over zaken buigt nadat al opsporingsonderzoek is gedaan. Bovendien is het aantal ritueel misbruik-zaken waarover de LEBZ zich heeft gebogen beperkt: slechts drie sinds 2013.'

Lees hier de vragen van Argos n.a.v. deze reactie

De reactie van de politie roept nieuwe vragen op, die we ook opnieuw hebben voorgelegd. Een woordvoerder van de Nationale Politie en de LEBZ laat ons hierop weten vragen 1,2 en 6 te beantwoorden, maar houdt het voor het overige bij de eerdere reacties: 'We hebben veel tijd en energie in jullie onderzoek gestoken en gezegd wat er volgens ons te zeggen valt. We hebben dan ook geen behoefte om opnieuw nader op het onderwerp in te gaan en voor de vierde keer vragen te beantwoorden.'

Hieronder de vragen en antwoorden. 

1. U schrijft dat het niet (zoals Argos berichtte) 'het doel van de LEBZ is om valse beschuldigingen te voorkomen'. Hierover hebben wij een aantal vragen:

A.    Hoe kan het dat tot kort vóór de Argos-uitzending van 27 juni 2020 op de website van de politie stond: (De LEBZ) 'heeft als voornaamste doel om onjuiste beschuldigingen op het gebied van seksueel misbruik te herkennen en daarmee onterecht beschuldigden te beschermen tegen vervolging.'?
B.     Wanneer en in opdracht van wie is deze doelomschrijving van de website van de politie verwijderd?
C.     Met welke reden is deze zin verwijderd? Had dit te maken met de Argos-uitzending?

Antwoord: 
De zin ‘heeft als voornaamste doel om onjuiste beschuldigingen op het gebied van seksueel misbruik te herkennen en daarmee onterecht beschuldigden te beschermen tegen vervolging,’ dekte niet volledig de lading van de doelomschrijving van het LEBZ. Onterecht beschuldigden beschermen, is ook een doel, maar niet het voornaamste. Het gaat om waarheidsvinding. De zin bleek niet in overleg met of met medeweten van het LEBZ op de site te zijn geplaatst. Naar aanleiding van de uitzending van Argos op 27 juni jl. kwam deze zinsnede aan het licht. Bij de politieacademie is op 16 juli jl. het verzoek ingediend om de zin te verwijderen en te vervangen voor één die wel volstaat, namelijk; ‘De LEBZ is een multidisciplinaire adviesgroep die door de officier van justitie kan worden geconsulteerd om de feiten die door de politie zijn verzameld in een zedenzaak nader te analyseren’.

2. Wat is de reactie van de landelijk portefeuillehouder zeden van de politie op de uitspraak van LEBZ-coördinator Nicole Nierop (te horen in de Argos-uitzending van 27 juni 2020):

'We weten dat er een heleboel nare zaken gebeuren. Alleen als je het hebt over ritueel misbruik, weten we ook dat daar nooit enig bewijs voor is gevonden terwijl je dat wel op grond van de uitgebreide aard van de handelingen en de omvang van het netwerk zou verwachten.'

Antwoord:
De landelijk programmamanager zeden Walter van Kleef kan zich in zijn algemeenheid vinden in de brede context van het verhaal van LEBZ-coördinator Nicole van Nierop, te horen in de uitzending van Argos van 27 juni jl.

Walter van Kleef benadrukt dat we alles op alles zetten om te zorgen dat slachtoffers van zedenzaken, in welke vorm dan ook, zich veilig voelen om zich bij ons of onze netwerkpartners te melden.

3. U omarmt het pleidooi van Franziska Schubiger van de politie in Zürich voor interdisciplinaire samenwerking tussen politie en therapeuten. Het pleidooi van Schubiger had echter ook specifiek betrekking op traumatherapeuten die werken met cliënten met DIS (na te lezen op de website van Argos). Zij zegt onder meer:

'Er zijn maar weinig experts op het gebied van DIS en er zijn ook maar weinig therapeuten die ervaring hebben met het werken met slachtoffers van Ritueel Misbruik. (…) De politie moet open staan voor hun kennis.' Hierover hebben wij een aantal vragen:

A.    Betrekt de LEBZ ook traumatherapeuten die werken met cliënten met DIS bij haar werk?
B.     Welke traumatherapeuten die ervaring hebben met de behandeling/begeleiding van cliënten met DIS heeft de LEBZ betrokken bij de 25 zaken met rituele kenmerken die door de LEBZ zijn behandeld?
C.     Welke van de 66 deskundigen die sinds 1999 bij het LEBZ-werk betrokken werden hebben praktijkervaring met cliënten met DIS?

Geen antwoord
 
4. Franziska Schubiger antwoordt op de vraag of DIS het gevolg kan zijn van seksueel geweld:

'Absoluut. Dat staat in medische handboeken en het is een erkend ziektebeeld. Ik heb hierover gesprekken gevoerd met trauma-experts. We moeten een onderscheid maken tussen een eenmalig seksueel geweldsdelict en langdurig seksueel misbruik. Vooral bij langdurig misbruik zie je dat een zware traumatisering het gevolg kan zijn. In dat soort situaties kan de zwaarste traumatisering ontstaan die denkbaar is: DIS.'

A.    Wat is de reactie van de landelijk portefeuillehouder zeden van de politie op deze zienswijze?
B.     Klopt het dat de rechtspsychologen die door de LEBZ zijn ingeschakeld, onder wie Peter van Koppen, dit betwisten?
C.     Klopt het dat de klinisch psychologen en gezondheidszorgpsychologen waar de LEBZ mee werkt ten aanzien van DIS uitgaan van het socio-cognitieve model in plaats van een traumamodel, als verklaring voor het ontstaan van DIS?
D.     Zo ja, is het niet nodig, vanwege onvoldoende consensus op basis van wetenschappelijk onderzoek, dat (bij de beoordeling van zaken met rituele kenmerken en/of hervonden herinneringen) vertegenwoordigers van beide modellen deelnemen aan de LEBZ?
 
Geen antwoord

5. U geeft een reactie op de uitspraken van een aantal deskundigen die in de Argos uitzending van 27 juni aan het woord komen. Heeft u ook kennis genomen van het Argos-interview met Johannes Rörig, de door de Duitse regering benoemde Unabhängiger Beauftragter für Fragen des Sexuellen Kindesmissbrauchs? Hierover hebben wij een aantal vragen:


A.    Wat is uw reactie op de uitspraak van Rörig dat georganiseerd ritueel seksueel geweld bestaat?
B.     Hoe verhoudt deze uitspraak van Rörig zich tot de hierboven aangehaalde uitspraak van LEBZ-coördinator Nicole Nierop 'dat daar nooit enig bewijs voor is gevonden'?
C.     Heeft de LEBZ kennis genomen van de verklaringen die tientallen slachtoffers van georganiseerd ritueel seksueel geweld hebben afgelegd tegenover de door Rörig ingestelde onafhankelijke onderzoekscommissie UKASK?
D.     Heeft de LEBZ kennis genomen van de wetenschappelijke onderzoeken die op basis van deze verklaring in Duitsland zijn uitgevoerd?
 
6. U schrijft dat de LEBZ 'niet van de politie' is.

A.    Waarom worden de vragen die Argos aan de LEBZ stelde beantwoord door een woordvoerder van de politie en de landelijk portefeuillehouder zeden van de politie?

De beantwoording van de vragen vindt plaats via de politie omdat het LEBZ qua coördinatie is ondergebracht bij de politie.

B.     Klopt het dat de LEBZ gehuisvest is bij de Landelijke Eenheid van de politie?

Dat klopt

C.     Bij welke instantie zijn de coördinatoren van de LEBZ in dienst?

De coördinatoren van het LEBZ zijn in dienst van de politie.

Ook kamervragen over rol LEBZ

Over de rol, taken en verantwoordelijkheden van De Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken hebben kamerleden Lisa Westerveld en Niels van den Berge (beiden Groenlinks) afgelopen week kamervragen gesteld. 

Deze reactie is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.