Hoe kan je achter de waarheid komen als een slachtoffer niet kan vertellen wat zij heeft meegemaakt? Die vraag vormde de basis voor het onderzoek van recherchechef Franziska Schubiger uit Zwitserland. ‘Een rechercheur wil details horen, precies daarvan gaat een slachtoffer dissociëren.’

U was rechercheur bij de zedenpolitie en bij de afdeling georganiseerde misdaad. Bestaat er een verband tussen die twee vormen van criminaliteit?
Natuurlijk kunnen seksuele delicten onderdeel zijn van georganiseerde misdaad. Denk maar aan mensenhandel, gedwongen prostitutie, kinderpornografie of andere vormen van strafbare pornografie.  

Waarom heeft u zich in uw studie speciaal gericht op Ritueel Misbruik? Bij seksuele delicten stuiten wij steeds op het probleem dat die extreem traumatiserend kunnen zijn voor slachtoffers. Dat is zeker het geval bij slachtoffers van Ritueel Misbruik. Dat betekent een grote uitdaging voor de politie. Hoe moet je iemand verhoren die zoiets heeft meegemaakt? Hoe kun je achter de waarheid komen als een slachtoffer niet kan vertellen wat zij of hij heeft meegemaakt? Hoe kan de politie ten behoeve van de waarheidsvinding beter samenwerken met andere beroepsgroepen, met name met psychotherapeuten? Dit hield mij bezig toen ik chef was van de zedenpolitie. 

Franziska Schubiger (49)

werkt sinds 1992 bij de Kantonspolizei Zürich. Zij is chef van de afdeling algemene criminaliteit van de recherche. Voorheen werkte zij als rechercheur zowel bij de zedenpolitie als bij de afdeling georganiseerde misdaad. Ze was ook een tijd chef van de zedenpolitie in het kanton Zürich. In 2014 deed Schubiger een studie naar verbeterde waarheidsvinding bij complex getraumatiseerde slachtoffers van seksueel geweld. Daarbij lag de focus op slachtoffers van Ritueel Misbruik met een Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS).

Welke bronnen heeft u geraadpleegd bij uw onderzoek?
Ik ben in het politiearchief hier in Zürich op zoek gegaan naar dossiers over zware seksuele delicten, specifiek ook over Ritueel Misbruik. Ik wilde bekijken hoe in dat soort zaken gewerkt wordt door de politie. Maar ik heb ook literatuuronderzoek gedaan. Ik heb een boekenplank vol met boeken over ritueel geweld, PTSS, DIS, enzovoorts gelezen. Daarnaast heb ik interviews gehouden met rechercheurs, officieren van justitie en met psychotherapeuten die gewerkt hebben met complex getraumatiseerde slachtoffers van seksueel geweld. 

Wat verstaat u precies onder Ritueel Misbruik?
Er zijn drie verschillende categorieën. Ten eerste gaat het om fysiek, seksueel en psychisch geweld dat ingebed is in een ideologisch stelsel van geloofsopvattingen, zoals bijvoorbeeld occult Satanisme. Ten tweede zijn er rituelen als strategie om macht en dwang uit te oefenen en om slachtoffers bang te maken. Het achterliggende doel is om geld te verdienen aan bijvoorbeeld de productie van pornografie. In dit soort situaties kan het gaan om pseudo-ritueel geweld. Tot slot kan er sprake zijn van psycho-pathologisch misbruik, waarbij daders hun persoonlijke perversies uitleven. Deze drie vormen kunnen naast elkaar bestaan. Verder hoort bij de definitie van Ritueel Misbruik ook dat er sprake is van systematische geweldsuitoefening in een georganiseerde context.  

Bestaat Ritueel Misbruik in Zwitserland?
Wij hadden hier in Zürich een aantal aangiftes van Ritueel Misbruik. Die hebben uiteindelijk niet geleid tot een veroordeling. Ik kan niet zeggen of de dingen die in die aangiftes werden verteld wel of niet zijn gebeurd. Dat is niet aan de politie om dat te beoordelen. Ik kan wel zeggen dat het werk van de politie, het verifieren van verklaringen en het vergaren van bewijs, op dit terrein verbeterd kan worden. Daarom heb ik ook dat onderzoek gedaan. 

Heeft een aangifte van Ritueel Misbruik in Zwitserland dan nooit geleid tot een veroordeling? 
Die vraag kan ik niet beantwoorden. Ik ken lang niet alle zaken en het is ook ingewikkeld. Ik zal een voorbeeld van een concrete zaak geven die ik wel ken. Er was een aangifte tegen een priester van een geloofsgenootschap; een aangifte van herhaaldelijk seksueel misbruik van een kind. Deze aangifte heeft geleid tot een veroordeling van de priester wegens seksueel misbruik, maar het woord ritueel komt niet voor in het vonnis. Dat zie je vaker. Dat er wel rituele elementen in een misbruikzaak zijn, maar dat die niet makkelijk terug te vinden zijn, omdat ze niet op die manier worden benoemd.

Aangifte

‘Het doen van aangifte tegen de vermeende dader vormt onderdeel van de therapie’, schreef hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen aan Argos. ‘Er wordt een slagveld veroorzaakt in families.’

Slechts 20 van onze tweehonderd invullers zeggen aangifte te hebben gedaan bij de politie. Daar zitten er maar 8 bij die in de vragenlijst melding maken van ritueel misbruik. Het merendeel daarvan deed aangifte tegen een persoon, niet tegen een netwerk. 

reacties uit enquête

'Ik heb melding gedaan van bedreiging vanuit mijn familie. Ik heb het klein gehouden. Ik heb verteld dat er misbruik is geweest door vader en opa. Er zijn twee problemen:
1. Er is geen bewijs. Het is mijn verhaal tegen dat van hen,
2. Er is dissociatie in het spel en afhankelijk van de expert die erbij gehaald wordt zal mijn verhaal daarom niet worden geloofd.'

'Ik heb de aangifte ingetrokken. Ik was toen minderjarig. Ik stond eigenlijk al niet achter de aangifte. De dreiging vanuit het netwerk was te groot. Doodsbedreigingen e.d., en het netwerk heeft connecties binnen justitie.'

'Ik heb met grote moeite twee keer een gesprek gehad. Mocht niet iemand bekends bij zijn. Hierdoor raakte ik totaal in paniek en dissocieerde ik. Ik durfde geen lichamelijk onderzoek. Ook niet nadat er een mes uit mijn geslachtsdeel is gehaald in het ziekenhuis. Ik word dan panisch.'

'Ik heb het twee keer geprobeerd. De ene keer werd me afgeraden om hier iets mee te doen vanwege mijn eigen veiligheid. De tweede ontmoeting met de politie kwam neer op ongeloof. In het rapport van de politie werd ik afgedaan als ‘gek’ met ‘waanideeën’. Mijn verhaal werd niet geloofd en dan had ik alleen nog maar gesproken van mensenhandel. Ik had niks verteld over rituelen.'

Ik raakte heel erg in de war van het gesprek. Daardoor denk ik dat ze er niet veel mee konden. Tijdens een verkrachting eerder, toen ik was opgenomen in de GGZ, werd ik door de politie niet serieus genomen omdat ze vonden dat ik niet genoeg van streek leek, en ik het daarom zelf wel gewild zou hebben. Het enige wat ik uiteindelijk heb gezegd is een naam, en dat ik bang ben dat diegene nog steeds slachtoffers maakt.

U stelt in uw studie dat het in dit soort zaken mogelijk niet tot een veroordeling komt, omdat de bewijsvoering ingewikkeld is en de politie niet altijd in staat is om slachtoffers adequaat te horen. 
Dat klopt. Het doel van mijn studie was om bij te dragen aan verbeteringen bij de waarheidsvinding. In dit soort zaken zijn de verklaringen van slachtoffers vaak de belangrijkste bewijsmiddelen. De politie moet ervoor zorgen dat de verhoren zo goed mogelijk worden gevoerd en gedocumenteerd. Daarbij is het van belang dat de politie open staat voor de specialistische kennis van andere beroepsgroepen, bijvoorbeeld therapeuten.

Kan een Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS) het gevolg zijn van seksueel geweld?
Absoluut. Dat staat in medische handboeken en het is een erkend ziektebeeld. Ik heb hierover gesprekken gevoerd met trauma-experts. We moeten een onderscheid maken tussen een eenmalig seksueel geweldsdelict en langdurig seksueel misbruik. Vooral bij langdurig misbruik zie je dat een zware traumatisering het gevolg kan zijn. In dat soort situaties kan de zwaarste traumatisering ontstaan die denkbaar is: DIS.  

Wat betekent het voor een rechercheur als een slachtoffer DIS heeft?
Het is heel moeilijk om iemand met DIS te verhoren. Een rechercheur wil natuurlijk graag zo veel mogelijk details horen over de gepleegde daden. En dat is precies waardoor een slachtoffer gaat dissociëren. Slachtoffers kunnen vaak niet vertellen wat er precies is gebeurd. De rechercheur moet dit weten en proberen veiligheid te creëren voor een slachtoffer. Er moeten goede voorwaarden worden gecreëerd voor een verhoor. En dan nog kan het gebeuren dat zo’n verhoor moet worden afgebroken, omdat het slachtoffer het niet aankan. 

U schrijft in uw studie dat een rechercheur vaak reageert met een auto-immuun reflex. Wat bedoelt u daarmee?
Juist als het om ritueel geweld gaat, haakt een rechercheur soms af als hij of zij de afgrijselijke beschrijvingen van ritueel geweld hoort. Hij/zij denkt dan: Dat kan niet waar zijn. Dat is een natuurlijke reflex, maar dan luister je bevooroordeeld. Een rechercheur, die dit soort verhoren houdt, moet speciaal hiervoor worden opgeleid en getraind. Hij of zij moet onbevooroordeeld kunnen luisteren en een getuige of slachtoffer met een open houding tegemoet treden. 

Maar er bestaan toch ook valse herinneringen en onterechte beschuldigingen.
De beoordeling of een beschuldiging terecht is of niet is niet aan de politie. Dat is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de officier van justitie en in laatste instantie van de rechter. Natuurlijk moet een politieagent zich bewust zijn van het bestaan van valse beschuldigingen en proberen om verklaringen te verifiëren en zo objectief mogelijk bewijs te verzamelen. Maar het bestaan van valse beschuldigingen mag niet leiden tot het bij voorbaat uitsluiten van bepaalde zaken. Dat zou een voor-veroordeling zijn zonder adequaat onderzoek.

reacties uit enquête

'Ik heb nooit aangifte durven doen. Zelfs in therapie durf ik amper te praten over wat is gebeurd. Verder ben ik er van uitgegaan dat ik niet geloofd zou worden. Ik kan mezelf al nauwelijks geloven. Je wilt gewoon niet dat dit waar gebeurd kan zijn.'

'Ik heb geen concreet bewijs en er is al veel verjaard. Een het is zooo heftig en “ongeloofwaardig”, het zou door veel mensen niet geloofd worden. En er zijn veel banden met politie en justitie dus dat zou gevaarlijk zijn voor mij. Dit verhaal mag niet boven water. Ze zouden mij erom kunnen vermoorden. ‘Ze’ hadden me duidelijk gemaakt dat het geen zin had om naar de politie te gaan, dat ik niet geloofd zou worden, en erge ‘straf’ zou krijgen.'

'Ik heb geen aangifte gedaan omdat het té groot is. En ik heb kinderen. Het is niet veilig om aangifte te doen, juist vanwege de grootte van het netwerk.'

'Ik durfde geen aangifte te doen. Niemand gelooft het toch. Ik ben erg bang gemaakt met opsluiting en politie. Door een agent die betrokken was. Ik weet niet of die echt was. Door mijn hulpverleners is gezegd dat het echt kan zijn, maar dat het ook kan zin dat ze deden alsof om mij bang te maken.'

U pleit voor een interdisciplinaire samenwerking tussen politie en therapeuten. Maar therapeuten hebben toch geen verstand van waarheidsvinding?
Het behoort niet tot het takenpakket van een therapeut om aan waarheidsvinding te doen. En toch kunnen therapeuten, met inachtneming van hun beroepsgeheim, de politie helpen en kan de politie gebruik maken van de kennis van therapeuten. 

Kan de politie leren van therapeuten?
Ja, politie en therapeuten kunnen over en weer van elkaar leren. Als het gaat om het horen van zwaar getraumatiseerde slachtoffers dan hebben therapeuten daar doorgaans veel meer kennis over dan de politie. Er zijn maar weinig experts op het gebied van DIS en er zijn ook maar weinig therapeuten die ervaring hebben met het werken met slachtoffers van Ritueel Misbruik. Daar moeten we zuinig op zijn. De politie moet open staan voor hun kennis. Wij organiseren hier in Zwitserland seminars waarbij we politiemensen, officieren van justitie en therapeuten bij elkaar brengen en uitnodigen om hun professionele kennis met elkaar te delen. 

Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.