In een jaar waar complottheorieën over corona welig tierden, zagen journalisten zich voor een dilemma gesteld. Moet je verspreiders van zulke verhalen wel een platform geven? En hoe doe je dat op een manier die geen zuurstof geeft aan wilde theorieën over de oorsprong van het virus?

'Op een gegeven moment werd gewoon duidelijk dat corona ‘here-to-stay’ was, en de complottheorieën en nepnieuws waarmee het gepaard gaat ook,’ vertelt freelance journalist Menno van den Bos. Het afgelopen jaar schreef hij voor onder andere NRC verschillende artikelen over de stroom aan misinformatie over corona en de moeizame strijd van online platformen om zulke verhalen te weren. Dat gebruikers van social media op grote schaal werden blootgesteld aan twijfelachtige informatie, sloeg hij al enige tijd gade. Toch duurde het even voordat hij besloot er ook artikelen over te pitchen. ‘Het nepnieuws erover en alles wat rondging, het was overweldigend veel’, vertelt Van den Bos. ‘Ik zag een aantal mensen die er heel goed mee bezig waren, zoals Rudy Bouma van Nieuwsuur en de website Nieuwscheckers, dus nam ik een beetje afstand.’

Uiteindelijk besloot hij het onderwerp toch op te pakken. ’Deels omdat ik dacht: ‘Oké, het wordt steeds groter, het is blijvend en ik kan iets toevoegen als journalist.’ Toen hij er eenmaal mee aan slag ging, fascineerde het onderwerp hem alleen maar verder. Samen met een collega startte hij een groot onderzoek naar het bereik van complotdenkers op sociale media. ‘Dat wilden we bewust groot aanpakken, omdat we dan iets konden toevoegen aan wat er al geschreven werd over corona en complotten.’

De mogelijkheid dat media complottheorieën legitimeren en versterken, zorgt ervoor dat journalisten twijfelen of ze aandacht moeten geven aan complottheorieën. 'Daar gaat het regelmatig over,” vertelt Van den Bos. “Op Twitter maar ook intern.’ Sommige journalisten vragen zich af of je zo zuurstof te geeft aan dit soort theorieën. Alles wat je aandacht geeft groeit, is de gedachte. Van den Bos betwijfelt dat. Net zoals dat hij ook niet weet of het aantal complotdenkers explosief is gegroeid in het afgelopen jaar, al lijkt het misschien wel zo. 'Het is in elk geval meer mainstream geworden,’ vertelt hij. ’Complotdenkers zijn ook luider geworden. En ze staan meer in de picture omdat corona ook meer in de picture staat.’

Zorg voor een weerwoord

Maar is dat ook niet het gevolg van het feit dat ‘serieuze media’ er aandacht aan schenken, al dan niet in de vorm van kritische artikelen waarin de meest wilde theorieën worden ontkracht? Van den Bos is zich bewust van de rol die amplificatie kan spelen, maar ‘het kan soms ook heel gezond zijn om zaken in de openbaarheid te trekken, omdat het juist dan minder snel groeit dan ondergronds. Als je ervan wegkijkt, laat je het maar een beetje woekeren. Niet berichten over misstanden of zorgelijke ontwikkelingen is ook geen optie.’ Zelf gelooft hij niet zomaar dat media een significant effect hebben op het versterken van complotdenken.  'Ik heb nog geen onderzoek of bewijs gezien dat mainstream journalistiek echt zorgt voor meer geloof in complottheorieën.’

Dat betekent niet dat iedereen die op twitter iets spuit een platform moet krijgen, benadrukt hij. Wanneer het maatschappelijke figuren zijn met invloed kan het goed zijn aandacht aan ze te besteden. Een voorbeeld dat hij noemt is Willem Engel, die met zijn standpunten over het coronavirus veel mensen op de been krijgt en invloed had op de avondklok. 'Dan vind ik het verdedigbaar’, vertelt hij. 'Maar ook dan moet je iemand niet laten leeglopen, maar een weerwoord geven. Zorg dat je tevoren weet wat voor dingen hij waarschijnlijk gaat zeggen. En zorg dat je de tegenbewijzen paraat hebt.’

Fysieke uiting van de 5G-theorie

Hessel von Piekartz is journalist bij De Volkskrant. Het afgelopen jaar schreef hij een artikel over de aanhangers van de 5G-complottheorie. Samen met zijn collega’s ontdekte Von Piekartz dat er op online platformen nogal wat complottheorieën rondgingen over het coronavirus. Omdat de theorie online flink werd verspreid, gemeenten last hadden van telefoontjes over 5G en verschillende zendmasten in brand werden gestoken, besloot hij hierover te schrijven. ‘Volgens onder meer de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, zou een klein deel aanhangers van de complottheorie het als een taak zien om de 5G-masten in brand te steken’, verklaart Von Piekartz. 'Dat is een hele fysieke uiting van die theorieën die er rondgaan.’

De meeste verdachten van de zendmastbranden verklaarden tijdens hun rechtszaken niets op te hebben met alternatieve coronatheorieën. Verveling en copycatgedrag lijken een net zo grote rol te hebben gespeeld. Slechts twee van de zeven verdachten vallen op als complotdenkers. Von Piekartz staat ook met deze kennis achter de keuze erover te schrijven. ‘De 5G-complottheorie staat voor iets groters’, vertelt hij. ‘Het is een van de eerste manifestaties van een ontwikkeling die we het afgelopen jaar hebben gezien: mensen die door desinformatie en nepnieuws verder verwijderd raken van de rest van de samenleving.’

Voor het artikel dat Von Piekartz schreef, interviewde hij mensen die geloven in de 5G-complottheorie. Het doel: meer inzicht geven in hun achtergronden en beweegredenen: 'Hoe kunnen ze daar zo van overtuigd zijn? Dat was eigenlijk de insteek, wat beweegt mensen om dit soort theorieën aan te hangen?’ 

Het schrijven over onwaarheden is een balanceer-act. 'Je moet toch ook iets zeggen over wat 5G precies is en benadrukken dat het niet doet wat deze complotdenkers zeggen. Maar daarbij moet je ze tegelijkertijd in hun waarde laten.’

'Iets wat ik bij andere interviews nooit doe maar bij interviews met complotdenkers wel, is hen de kans geven om aan het eind vragen aan mij te stellen.'

Coen van de Ven

Mensen in het schaduwgebied

Via groepen op Facebook benaderde Von Piekartz aanhangers van de theorie. Daarbij koos hij er bewust voor om niet de mensen te benaderen die het vaakst posten en boze berichten schreven. ’Het was juist interessant om de mensen te spreken die daar iets onder zitten, die reageren en meegaan in discussies.’ Die had te maken met de invalshoek van zijn artikel. Von Piekartz wilde laten zien dat er mensen zijn die vanuit hun bezorgdheid rijp worden gemaakt voor geloof in complottheorieën. 

Als journalist moet je er voor waken al te kwistig met de term complotdenkers om te springen, waarschuwt Von Piekartz. Als voorbeeld geeft hij zijn artikel over vaccinatieweigeraars. ‘Daar zitten mensen tussen die zich in eerste instantie vooral zorgen maakten over de snelle ontwikkeling van coronavaccins.’ Toch wordt door deze mensen zo nu en dan ‘geflirt’ met complottheorieën. 'Dan heb je dus een onderscheid tussen mensen die keihard in de complothoek zitten en mensen die daar tussenin hangen. Mensen die met zorgen beginnen en die dan langzaam kunnen overgaan op complottheorieën,’ vertelt hij. In het artikel werd dit ‘schaduwgebied’ ’dan ook beschreven. ‘Om te kijken, wat is dit voor een ontwikkeling?’

Die insteek is ook wat journalist Coen van de Ven drijft. Voor de Groene Amsterdammer schreef hij het afgelopen jaar over de ‘infodemie’ rond corona, waarin media niet meer het alleenrecht hebben op informatieverstrekking. Van de Ven raakte gefascineerd door de dynamiek van dat mediabestel, waarin hippe influencers samensmelten met complotdenkers van de oude stempel. Zijn onderzoek ‘Wij zijn het nieuwe nieuws’, over de online verspreiding van complottheorieën over het coronavirus, is een voortzetting van andere onderzoeken voor de Groene, waarin wordt gekeken hoe ideeën online, van de randen van het debat naar het centrum reizen. 'En dan vooral obscure ideeën of controversiële ideeën of complotideeën,’ vertelt Van de Ven. Hij raakte gefascineerd door het soort mensen die complottheorieën over corona aanhangen: ’Ik ben al jarenlang bekend met complotdenkers rondom thema’s zoals MH17 of 9/11, maar bij corona zag ik een nieuwe groep ontstaan; een groep die jonger en vaker vrouw was. Hip, randstedelijk en vooral te vinden op Instagram.'

Reconstructie van het denken

Van de Ven vindt het belangrijk om de mensen die hij spreekt met respect te behandelen, maar hij probeert ook scherp te zijn. ’Tijdens gesprekken ben ik open en wil ik mensen kritisch maar empatisch te bevragen. Tegelijkertijd probeer ik hen steeds te confronteren met tegenargumenten’ ,vertelt hij. ‘Wanneer je een verhaal eenmaal uitschrijft moet je altijd stellig en scherp zijn in waar feiten ophouden en ongefundeerde complotideeën beginnen. Voor de lezer moet dat duidelijk zijn.’ In gesprekken met complotdenkers maakt hij vaak een reconstructie van het denken: 'Een vraag die ik heel vaak stel aan mensen die ik interview: wat was eigenlijk de eerste keer dat je dit begon te denken? Of: wanneer was de eerste keer dat je hardop durfde te zeggen dat je dit dacht?’ Dit doet hij om te achterhalen hoe iemand overtuigd is geraakt van een theorie. Om erachter te komen hoe het proces, waarin iemand complotdenker wordt, eruit heeft gezien.

Een rode draad in die verhalen is de argwaan jegens traditionele media. ‘Iets wat ik bij andere interviews nooit doe maar bij interviews met complotdenkers wel, is hen de kans geven om aan het eind vragen aan mij te stellen. Ze stellen dan heel vaak de vraag: wie bepaalt eigenlijk wat jij schrijft?’, vertelt Van de Ven. 'Eigenlijk is dat een hele goede vraag. Al is het antwoord niet zo spannend: ik verzin mijn eigen verhalen. Het legt wel bloot dat de werkwijze van redacties te weinig duidelijk is voor groepen lezers. Dus dat beschrijf ik graag op een manier waarop ze kunnen zien: dit verzin ik niet.' De ironie is dat ze zich vervolgens verlaten op twijfelachtige bronnen die hun eigen frame bevestigen. Daarom denkt hij dat het goed is als journalisten vaker uitleggen hoe zij te werk gaan. ‘Die mensen doen allemaal hun werk, en allemaal op een andere manier. Het is ook belangrijk dat die mensen een beetje uitleg geven en vragen beantwoorden over hoe wij bepaalde dingen doen.’ 

Dit artikel is geschreven door journalistiekstudent Bregje Notenboom, die zich voor haar afstudeeronderzoek verdiepte in de berichtgeving over complottheorieën met betrekking tot de coronacrisis.

Medialogica

6 items

Media dienen als gids om greep te krijgen op de werkelijkheid. Maar in hoeverre zijn ze een betrouwbare gids? Hoe komt de publieke opinie tot stand? En welke invloed heeft deze op het handelen van bestuurders, journalisten en burgers?

Dossier