Per 1 december zijn mondkapjes in de publieke ruimte verplicht. Voor mensen die geen mondmasker verdragen geldt officieel een uitzondering, maar in de praktijk worden zij niet binnengelaten, of moeten zij zich steeds opnieuw verdedigen. ‘Alle frustratie richt zich op de groep die niet meedoet.’

‘Ik zit bij de tandarts. Net weer aangehouden. Echt, de stress… Iedereen die je met boze ogen aankijkt. Ik ben echt bang dat ik na een paar van zulke incidenten volledig geknakt ben.’

Een berichtje van Meike*, 38 jaar, moeder van twee kinderen. Meike is een van de mensen in Nederland die door persoonlijke omstandigheden geen mondkapje kan dragen. Omdat ze complexe PTSS heeft gaat ze naar een speciale angsttandarts. Ze heeft vooraf toestemming gevraagd om zonder mondkapje naar binnen te mogen. ‘Daarvoor moest ik eerst uitleggen dat ik als vierjarige bijna stikte tijdens een verkrachting en mijn bewustzijn verloor.’ Ondanks die toestemming wordt Meike bij de deur tegengehouden door een beveiliger. 
Drie weken eerder, toen Meike met haar zoontje naar de tandarts moest, gebeurde hetzelfde. Ook toen had ze vooraf om toestemming gevraagd. ‘Die beveiliger eiste dat ik in het bijzijn van mijn kinderen ging uitleggen waarom ik geen mondkapje op kan!’

Als mijn kinderen op school zitten, lig ik op bed. De gedachte dat ik weer aangehouden kan worden, maakt dat ik nergens meer kom’, zegt Meike. Ze heeft geen rijbewijs, dus toen de mondkapjes op 1 juni verplicht werden in het openbaar vervoer stelde haar dat onmiddellijk voor een probleem. ‘Ik heb geprobeerd om te oefenen: elke keer halte verder met een mondkapje op. Ik moest met de trein om naar therapie te gaan, maar tegelijk moest ik mijn gevoel uitschakelen om daar te kunnen komen. Ik kocht kaartjes voor de Eerste Klas zodat ik, als ik echt in paniek raakte, mijn mondkapje even kon laten zakken en daarmee niemand in gevaar zou brengen. Zo ging het een beetje, totdat een medepassagier me heel naar behandelde en vond dat ik de Eerste Klas niet voor zoiets moest gebruiken. Nu lukt ’t me helemaal niet meer.’ Sinds het een ‘dringend advies’ is om mondkapjes te dragen in alle publieke ruimtes heeft Meike ‘echt straatvrees’. 

Triggers

Het verhaal van Meike staat niet op zichzelf. De afgelopen maanden kreeg Argos tientallen verhalen binnen van mensen die zich, vanwege de maatschappelijke druk om mondkapjes te dragen, steeds verder terugtrekken uit het openbare leven. Zo ook Michelle*, begin dertig. ‘Het openbaar vervoer is geen optie meer. Ik durf niet meer naar de winkel. Deze week had ik eigenlijk even met mijn hond naar de dierenarts gemoeten. Ik heb nota bene een brief van de huisarts waarin staat dat ik om medische redenen geen mondkapje kan dragen, maar het idee dat ik me weer zou moeten verdedigen maakt dat ik onzichtbaar wil zijn.’

Ook Michelle is als kind seksueel misbruikt. ‘Alles wat over mijn neus en gezicht komt geeft triggers. Ik kan bijvoorbeeld niet te diep onder mijn dekbed kruipen, of een sjaal over mijn neus in de winter. Mijn gezicht moet altijd vrij zijn. Ik kreeg als kind handen over mijn gezicht geduwd, of een kussen. Ik ben met mijn hoofd onderwater geduwd en in kleine ruimtes opgesloten geweest zoals een kist of een kofferbak. Daardoor geeft alles waarbij mijn adem wordt weerkaatst triggers.’ Als Michelle een mondkapje opzet ontstaat een soort oorlog in haar hoofd, zegt ze. ‘Zonder pauzeknop. Door de spanning adem ik verkeerd, alsof ik ga hyperventileren. Met een mondkapje op ga ik dan letterlijk van mijn stokje.’

Openbaar vervoer als proeftuin

Per 1 december moet iedereen boven de 13 jaar ook verplicht een mondkapje op in winkels, de bioscoop, het museum, in restaurants, in de bibliotheek en in andere publieke binnenruimtes. Wie de regel niet naleeft riskeert een boete van 95 euro. 

Officieel geldt er een uitzondering voor ‘mensen die vanwege hun (zichtbare of onzichtbare) beperking of chronische ziekte niet in staat zijn een mondkapje te dragen, op te zetten, of die daarvan ernstig ontregeld raken’. Een schriftelijk bewijs daarvoor is niet nodig. ‘Mondelinge toelichting volstaat’, aldus de Rijksoverheid. Het ministerie van VWS legt op twitter uit dat dit is om ‘geen extra drempels op te leggen en mensen niet afhankelijk te maken van een medische verklaring’. Meike en Michelle vallen onder die uitzondering, maar ze moeten dan wel keer op keer aan wildvreemden vertellen over hun grootste trauma’s.  

De praktijk blijkt nog weerbarstiger. Sinds 1 juni zijn mondkapjes al verplicht in het openbaar vervoer. De OV Ombudsman ontving in het eerste mondkapjeskwartaal meteen een 70-tal klachten. ‘De acceptatiecurve van de mondkapjesplicht in Nederland heeft voor een groot gedeelte binnen het OV plaatsgevonden’, aldus OV Ombudsman Bram Hansma. ‘De klachten gaan over gebrek aan controle op het dragen van mondkapjes, maar ook over te strenge controles waarbij medische redenen voor het niet kunnen dragen niet worden geaccepteerd, niet durven reizen en schijnveiligheid. Wij zien het topje van de ijsberg, want de OV Ombudsman is een tweedelijnsklachtenorganisatie. Dat betekent dat mensen eerst al een klacht moeten hebben ingediend bij de vervoerder zelf.’

Bij het Coronameldpunt van Reizigersvereniging Rover gaat zestig procent van de meldingen over de mondkapjesplicht. ‘De ov-sector heeft besloten dat mondkapjes echt verplicht zijn’, zegt directeur Freek Bos. ‘Geen uitzonderingen dus. Wie geen mondkapje draagt mag er niet in, of krijgt een boete. In het protocol staat dat handhavers coulant met die plicht moeten omgaan, maar niet iedereen weet dat. En je moet je voorstellen dat controleurs ook te maken hebben met reizigers die liegen over medische redenen om maar geen mondkapje op te hoeven, en met reizigers die hen erop aanspreken dat ze zich onveilig voelen door andere passagiers zonder mondkapje.’

Rover voert nauw overleg met Ieder(in), de koepelorganisatie voor mensen met een beperking of een chronische aandoening. ‘Wij horen van mensen die geen mondkapje kunnen dragen dat elke rit angstig is’, zegt directeur Illya Soffer. ‘Zij vinden het spannend hoe handhavers en medereizigers gaan reageren. In het ov-protocol staat alleen ‘dat handhaving en boa's flexibel moeten omgaan met mensen die vanwege een beperking of chronische ziekte geen mondkapje kunnen dragen’. Dat zorgt voor totale willekeur: er is geen officiële vrijstelling.’

Uit de metro gezet

‘Ik ben vorige week met de RET gegaan. Dat vond ik spannend, want ik ben eigenlijk sinds juni uitgesloten van het openbaar vervoer’, vertelt Christine (49) uit Rotterdam. ‘Ik heb geen auto, dus mijn wereld is klein geworden. Ik kan natuurlijk fietsen, maar flinke afstanden in het donker fietsen voelt ook niet veilig. Ik had gehoord over de uitzonderingsregel, dus ik dacht dat ik de RET wel kon proberen. Het was heel rustig, ik was expres in mijn eentje in een coupé gaan zitten. Op het perron zag ik ineens twee controleurs staan. Zij zagen dat ik geen mondkapje had en kwamen meteen naar me toe. “Waarom heb jij geen mondkapje op? “Om medische redenen”, zei ik. Ik had ook een briefje mee van de overheid om te laten zien. “Kunt u dat aantonen?”, vroegen ze. “Anders halen ze u eruit!” Toen liepen ze door, dus ik dacht: ik laat ze straks gewoon mijn briefje zien. Maar ineens kwamen van rechts nog twee RET-medewerkers, twee andere. Een vrouw kwam op me afstormen op een hele agressieve manier, met haar spatscherm meteen in mijn gezicht. “Eruit!”, schreeuwde ze. “Geen tegenspraak!”. Gelukkig hoefde ik nog maar één halte te lopen.’ 

Christine maakte een filmpje waarop te zien is hoe de vrouw op zo’n twintig centimeter afstand tegen haar staat te schreeuwen. Van de aanwezige handhavers moest ze de video wissen, maar ze kon het terughalen en heeft de beelden met Argos gedeeld. 

‘Ik kon wel zien dat deze vrouw totaal overvraagd is’, zegt Christine. ‘Ik heb PTSS. Ik ken angst heel goed, angst vernauwt je bewustzijn. Angst regeert. In het hoofd van deze vrouw was ik een potentiële ziektekiem, misschien wel een moordenaar. Zij had helemaal geen oog meer voor wie ik was, of wat ik te zeggen had.’

Ook al is Christine mild, het incident had enorme weerslag op haar. ‘Ik loop al maanden op eieren. Ik ben een trigger voor anderen die bang zijn voor het virus. Ik heb al drie keer meegemaakt dat ik ben aangevallen.’ Daarnaast is het voor Christine zelf juist een trigger om andere mensen mondkapjes te zien dragen. ‘Mondkapjes zijn voor mij symbool geworden voor het wegkijken. Ik kom van een kippenboerderij. Iedereen liep daar met mondkapjes. Er werd geslacht met mondkapjes, er werd naar de stallen gegaan met mondkapjes. Ik werd er jarenlang misbruikt door drie familieleden. Soms werd ik gewurgd en kreeg geen lucht. Was ik helemaal in elkaar geslagen, kwam oma weer langslopen met haar mondkapje op. Ik was totaal ontmenselijkt. Mond houden! Bek houden! Dat komt allemaal terug nu.’

En dus checkt Christine iedere keer dat ze de deur uitgaat waar ze moet lopen. Waar zijn de pijlen? Houdt ze genoeg afstand? Ze weet precies bij welke winkel mondkapjes al verplicht zijn gesteld en waar ze nog zonder kapje naar binnen mag. Ze rekent altijd af bij de kassa waar een verkoper zit die haar een beetje kent. Ze is hyperalert. “Er zijn mensen die zeggen: je had niet in de RET moeten stappen. Het is je eigen schuld. Het echoot in mijn hoofd: Het is je eigen schuld dat papa dat met je doet.’

Ze wil leven, zegt ze. ‘Maar soms denk ik: wat heb ik nog over? Alleen mijn woning. Je kunt wel rechten hebben, maar wat als de anderen het niet weten? Mag ik nog wel meedoen?’

Woede van de massa

‘Ik denk dat mensen die seksueel zijn misbruikt of die als kind zijn mishandeld door hun ervaringen extra gevoelig zijn voor situaties waarin men geobjectiveerd wordt, gedwongen wordt, waarin de vrijheid wordt afgenomen’, zegt Mattias Desmet, hoogleraar Klinische Psychologie aan de Universiteit Gent. Hij doet onder meer onderzoek naar psychoanalyse, traumaverwerking en angststoornissen. Hij snapt waarom overlevers hevig geraakt worden door de coronacrisis, en opnieuw door de maatregelen die nu worden opgelegd. ‘Ze hebben het gevoel dat het misbruik zich herhaalt. Ze voelen zich verplicht om uitleg te geven, om zich uit te kleden en hun intieme levensgeschiedenis te vertellen aan iemand met macht. Voor hen ontstaat een onmogelijk situatie: zij moeten óf de publieke ruimte niet meer betreden, of het trauma opnieuw ondergaan. Hoe lang is zoiets vol te houden?’

Desmet wijst ook op de gebrekkige bescherming die mondkapjes bieden. Dat is niet om de hele discussie over mondkapjes opnieuw te voeren, maar je kunt het één niet los zien van het ander, zegt hij. ‘Als er een soort pest of ebola heerst, dan snapt iedereen dat alle mogelijke bestrijdingsmiddelen moeten worden ingezet, ook als ze maar een beetje helpen.’ Maar weegt de mate van bescherming die de mondkapjes bieden op tegen het leed dat deze voor deze groep veroorzaken?

Desmet waarschuwde begin november in NRC Handelsblad voor het ontstaan van massavorming, veroorzaakt door massale angst. ‘Het collectieve bewustzijn kan dan volledig worden overgenomen door één verhaal, in dit geval het verhaal van het virus. Omdat het bewustzijn zich zo vernauwt op één onderwerp, raakt het zicht op andere aspecten van de realiteit zoek, (…) Álles moet erop gericht zijn om het virus te verslaan, álles moet ervoor wijken.’ Hij uit in de krant ook zijn zorgen over het gegeven dat massavorming vrijwel altijd ten koste gaat van een minderheidsgroep die tot vijand wordt verklaard. ‘Het is bijvoorbeeld te verwachten dat mensen die zich tegen strenge maatregelen afzetten de woede van de massa over zich heen krijgen. Dat zie je al steeds meer gebeuren, en dat zal de komende maanden alleen maar heftiger worden als we niet oppassen.’

Aan de telefoon licht Desmet dit verder toe: ‘Naarmate mensen meer angst en onbehagen voelen klampen ze zich meer vast aan een verhaal om de nieuwe omstandigheden te kunnen dragen.’ Dat zie je gebeuren bij anti-corona-complottheorieën, waar mensen al hun wantrouwen en frustratie projecteren op de overheid. Het koppelen van angst en onbehagen aan een object maakt ’t beheersbaar. Aan de andere kant van het spectrum projecteren mensen hun zinverlening en gevoel van verbondenheid op de strijd tegen het virus. Mensen die geen mondkapje dragen doorbreken het gevoel van saamhorigheid, en confronteren mensen met hun oorspronkelijke angst en onbehagen. Dat maakt de groep die wel meedoet kwaad. Alle frustratie richt zich op de groep die niet meedoet.’

Privacy First: 'Inbreuk op de persoonlijke levenssfeer'

Stichting Privacy First wijst erop dat Kamerleden tot donderdag 26 november de mogelijkheid hebben om brede invoering van de mondkapjesplicht te voorkomen. In een e-mail aan de commissie justitie en veiligheid schrijft directeur Vincent Böhre:

‘Over het dragen van mondkapjes is al maanden veel maatschappelijke discussie gaande. Standpunt van zowel het kabinet als het RIVM is herhaaldelijk geweest dat het dragen van een niet-medisch mondkapje nauwelijks effectief is ter bestrijding van het coronavirus. Wetenschappers lijken hierover verdeeld. Tegelijkertijd kan het dragen van mondkapjes ook averechts werken, d.w.z. de gezondheid van mensen juist schaden. Waar wel consensus over bestaat is dat het verplicht dragen van een mondkapje in juridische zin een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en zelfbeschikking vormt. Dit valt daarmee onder het werkterrein van Privacy First. Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy) is een universeel mensenrecht dat in Nederland wordt beschermd door zowel internationale en Europese verdragen als door onze nationale Grondwet. Iedere inbreuk op het recht op privacy dient daarom strikt noodzakelijk, proportioneel en effectief te zijn. Zo niet, dan is sprake van een ongerechtvaardigde inbreuk en derhalve een schending van het recht op privacy als mensenrecht en als grondrecht. Zolang het dragen van niet-medische mondkapjes ter bestrijding van het coronavirus niet effectief gebleken is en zelfs averechtse gezondheidseffecten kan hebben, kan van een maatschappelijke noodzaak ter invoering van een algemene mondkapjesplicht geen sprake zijn. Een dergelijke plicht zou dan immers neerkomen op een maatschappelijk experiment met onvoorziene consequenties. Dit past niet in een vrije democratische rechtsstaat. Privacy First adviseert u daarom om de voorgestelde regeling ter invoering van de mondkapjesplicht te verwerpen en het dragen van mondkapjes op vrijwillige basis te continueren.’

‘Ik wil gewoon weer ergens veilig zijn’

‘Het is alsof ik een felgeel pak aan heb terwijl de rest van de wereld paars draagt’, zegt Michelle. ‘Iedereen ziet dat ik ongehoorzaam ben, en daar raak ik enorm van in paniek. Vroeger moest ik autoriteit altijd blind gehoorzamen, anders vielen er klappen. Nu ben ik zichtbaar ongehoorzaam.’ Michelle heeft een zichtbare beperking en is gewend dat mensen naar haar kijken en brutale vragen stellen. Toch is dit anders, zegt ze. ‘De spanningen lopen nu zo hoog op, het is alsof ik een misdadiger ben. Ik ben steeds alert wie me nu weer gaat terechtwijzen. Het idee dat ik me moet verdedigen maakt dat ik onzichtbaar wil zijn.’

Gisteravond moest ze heel hard huilen. ‘Ik snapte eerst niet waarom, tot ik tegen mijn pleegmoeder zei: “ik wil gewoon weer ergens veilig zijn”. Ik voel me nergens meer echt veilig, behalve thuis. Tot ik thuis bedenk dat ik eigenlijk naar de winkel zou willen en dat dan niet gaat. Dan voelt mijn huis als een gevangenis – omdat ik naar buiten wil en het gevoel heb dat dat tegengewerkt wordt. Eigenlijk net als vroeger toen ik opgesloten zat.’

Ze deelt haar verhaal omdat ze het belangrijk vindt dat mensen weten hoeveel stress en verdriet de maatregelen opleveren. Michelle: ‘Rutte noemt het mondkapje een “ietsje” en zegt dat “alle ietsjes iets bijdragen”. Voor mij en veel anderen beheerst het alles. Straks is dragen zelfs bijna overal verplicht… Ik heb niet de illusie dat ik dat kan veranderen, maar ik hoop dat boa’s en winkelpersoneel iets meer begrip hebben als iemand zonder mondkapje komt. Dat zou al zoveel uitmaken.’

Faceshield en een medische verklaring

Hoe er precies moet worden omgegaan met mensen die geen mondkapje op kunnen is nog steeds niet duidelijk. Al geruime tijd onderhandelen verschillende partijen met het Ministerie van VWS over de handhaving. Reizigersvereniging Rover en koepelorganisatie Ieder(in) pleiten ervoor dat, wanneer het RIVM dat veilig acht, een faceshield als een volwaardig alternatief mag dienen voor het mondkapje. Meike en Michelle zouden zo’n faceshield niet op kunnen, Meike verdraagt zelfs geen koptelefoon op haar hoofd. Maar voor een deel van de achterban van Ieder(in) is het een passende oplossing. ‘Personeel van de NS mag er op dit moment een dragen, maar jou wel beboeten als je er een op hebt’, zegt directeur Illya Soffer. ‘Een vreemde situatie.’

Op de website van het ministerie van VWS stond een kaartje dat mensen konden printen om bij zich te dragen. Meike heeft altijd een geplastificeerd exemplaar op zak. Het kaartje werd echter binnen een week weer van de website gehaald. Verschillende bronnen stellen dat het Ministerie van Justitie ingreep uit angst dat aanhangers van Viruswaanzin, en andere tegenstanders van mondkapjes, er misbruik van zouden maken. 

Inmiddels heeft Meike haar therapeut gemaild of die haar aan een medische verklaring kan helpen. ‘Ik heb dit echt nodig’, schrijft ze. ‘Voor als de politie eraan te pas moet komen. Ik ken mezelf, als dat gebeurt en niemand luistert (of iemand pakt me vast) ga ik helemaal flippen. Dus ik moet iets bij me hebben.’

Het voelt alsof ze zich overgeeft, tegelijk is ze er woest over. ‘Minister Hugo de Jonge tweet dat een artsenverklaring niet nodig is en dat een mondelinge toelichting volstaat, waarmee hij je feitelijk overlevert aan de willekeur van handhavers en winkeliers. Intussen staat er op de site van de overheid dat je het de politie zelf aannemelijk moet maken. Nu al in het ov, waar er een boete van 95 euro op staat. En per 1 december overal. Als je ergens binnenkomt.’

'Bewijslast dreigt nu veel te ingewikkeld te worden'

Koepelorganisatie Ieder(in) benadrukt dat er snel duidelijkheid moet komen hoe mensen kunnen aantonen dat zij terecht geen mondkapje dragen. ‘Er moeten geen discussies ontstaan’, zegt directeur Soffer. ‘Wij vinden bovendien dat je je niet in allerlei bochten moet hoeven wringen om dat aan te tonen. Laagdrempelige oplossingen stuiten op angst voor misbruik. De bewijslast dreigt nu veel te ingewikkeld te worden voor mensen.’

De SP heeft dinsdagavond een motie ingediend met het verzoek om tot eenduidige ondersteuning en regels te komen. In overleg met het ministerie blijft een eenvoudige oplossing vooralsnog uit. ‘Een medische verklaring is duidelijkst voor de handhaving’, zegt directeur Freek Bos van reizigersorganisatie Rover. ‘Maar daarmee oormerk je de doelgroep.’ Het centraal registreren van alle beperkten en mensen met psychische problemen is echt niet wenselijk. Maar wie zou alle aanvragen voor een medische verklaring dan moeten gaan afhandelen? Hebben artsen nu niet iets beters te doen? ‘Bovendien krijg je hiermee de kritische medereizigers niet stil’, aldus directeur Bos.

Meike: ‘Tijdens traumabehandeling zei een therapeut dat niemand ooit nog ging zorgen dat ik niet meer kon ademen of me niet meer kon bewegen. Dat gebruikte ik vaak als mantra in mijn hoofd wanneer ik geen lucht kreeg door herbelevingen. En nu ben ik opnieuw in die situatie. Niet ademen, geen beschikking over wat er met je lijf gebeurt. Terwijl ik eindelijk gewoon deel probeerde te nemen aan deze maatschappij.’

*De namen van Meike en Michelle zijn op hun verzoek gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

Reactie VWS

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) laat in een reactie weten dat zij goed gaan kijken hoe de mondkapjesplicht en de uitzondering daarop uitwerken in de praktijk. 

‘De uitzondering op de mondkapjesplicht geldt voor mensen met een beperking of ziekte die niet in staat zijn een mondkapje te dragen of op te zetten. Het is belangrijk dat handhavers goed weten hoe het zit met de uitzonderingen. Daarover is het kabinet ook met hen in gesprek.’

Mensen kunnen op meerdere manieren aantonen dat zij onder de uitzondering vallen, zo laat het ministerie weten:
-      Informatiekaartje van cliënten –en patiëntenorganisaties.
-      Door het tonen van medicatie of hulpmiddel. 
-      Afspraak met arts laten zien.

‘Samen met cliënten- en patiëntenorganisaties zorgen we dat de goede informatie duidelijk is en breed verspreid wordt’, aldus een woordvoerder van het Ministerie van VWS. ‘Hierbij valt te denken aan communicatie richting het brede publiek, zorgaanbieders, cliënten –en patiëntenorganisaties en winkeliers en ondernemers. Verder gaan we goed kijken hoe dit in de praktijk uitwerkt. Als het nodig mocht zijn, kan de regeling worden aangepast.’

Rechtsstaat

6 items

Voor een open en democratische samenleving is een goed functionerende rechtsstaat een basisvoorwaarde. Zijn burgers voldoende beschermd tegen de macht van de staat? Werken wetten en regels wel zoals ze zijn bedoeld? En zo niet, wie controleert dat?

Dossier