Niemand wist dat de Zwitserse geheime dienst participeerde in de Cryptoleaks. Ook de regering in Bern en banken maakten gebruik van de gekraakte communicatieapparaten zonder dat ze het wisten.

‘Ein Glücksfall’, zo noemde Alfred Heer de vondst van geheime documenten in een bunker van de Zwitserse inlichtingendienst. Een gelukje dus, volgens de voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie naar Crypto AG, want het meeste materiaal was vernietigd.

Heer, parlementslid voor de Schweizerische Volkspartei, had samen met zijn collega’s maandenlang onderzoek gedaan naar het grootste spionageschandaal uit de recente geschiedenis en de commissie presenteerde afgelopen november haar resultaten. 

De binnenlandse veiligheidsdienst had zonder enig politiek toezicht geopereerd, concluderen Heer cum suis: de veiligheidsdienst was de baas over de regering, en niet andersom. Pas in 2019 kwam de ministerraad er achter dat het bedrijf Crypto AG eigendom was van buitenlandse veiligheidsdiensten én dat deze samenwerkten met de Zwiterse zusterdienst. Zelfs de minister van Defensie was slechts summier op de hoogte. Het wijst op een gebrek aan leiding over en toezicht op de eigen spionagedienst, vindt de commissie en maakt de Zwitserse regering mede verantwoordelijk voor de jarenlange export van gekraakte apparaten door de Crypto AG.

'James Bond-koffertjes'

In de twee uur durende presentatie zat een intrigerende bijzin. Uit het onderzoek is gebleken dat er nóg een Zwitsers bedrijf is geweest dat gekraakte apparaten verkocht. Zwitserse media kwamen er al snel achter dat het gaat om de onderneming Omnisec. Saillant, want dat bedrijf heette eerder Gretag en de Amerikaanse en Duitse inlichtingendiensten hadden jarenlang tevergeefs geprobeerd om daar een voet tussen de deur te krijgen. Gretag leverde onder meer zogenaamde ‘James Bond-koffertjes’ aan het Zwitserse ministerie van Buitenlandse Zaken, waarmee diplomaten veilig konden communiceren. Een belangrijke voorwaarde voor een land dat zich voorstaat op zijn neutraliteit en daardoor ook vaak inspringt bij staten die hun diplomatieke banden verbroken hebben. Tot frustratie van de Amerikanen, die graag een achterdeurtje hadden willen inbouwen, maar werden buitengesloten. 

Pas in de jaren tachtig onstond er een nieuwe kans voor de CIA. Gretag werd te koop gezet. De regering eiste dat het bedrijf honderd procent Zwitsers zou blijven. Dat leek te lukken: een consortium uit Genève werd eigenaar en doopte het bedrijf om tot Omnisec. 

'Gedreven door patriotisme'

Maar uit het recente onderzoek blijkt dat Omnisec-directeur Urs Ingold geld ontving uit het buitenland, in totaal twintig miljoen dollar afkomstig van een brievenbusfirma op Curaçao. Volgens Zwitserse journalisten zat daar een New Yorkse advocaat achter die nauwe banden had met de CIA. Verder is een van de eigenaren van Omnisec weliswaar Zwitsers, maar woont en werkt hij in New York voor onder andere het Amerikaanse wapen- en luchtvaartconcern Rockwell. 

In het CIA-evaluatierapport van Operatie Rubicon staat dat Urs Ingold gedreven werd door 'patriotisme'. Hij was burger van het neutrale Zwitserland, maar zag zich volgens de Amerikanen desalniettemin 'als onderdeel van een breed Westers bondgenootschap'. Hij wordt in het CIA-rapport met naam genoemd en geprezen, samen met een aantal andere bij Operatie Rubicon betrokken bedrijfsmanagers, onder wie ook iemand uit Zweden, dat net als Zwitserland officieel neutraal was. De CIA schrijft: 'Zij voelden dat ze alleen hun plicht deden als burgers van die Westerse gemeenschap.'

Zo lukte het de CIA dus ook bij dit zogenaamd neutrale bedrijf om de ‘veilige’ apparatuur te manipuleren. De cliëntèle voor Omnisec - onder meer spionnendiensten uit tal van landen - groeide midden jaren negentig nog verder toen het vertrouwen in Crypto AG een knauw kreeg. Dat gebeurde toen Crypto-verkoper Hans Bühler maandenlang in een Iraanse cel terechtkwam, omdat Teheran vermoedde dat de apparaten werden gebruikt voor spionage – terecht, blijkt nu achteraf.

Omnisec was dus net zo lek als Crypto AG. Maar of de Zwitserse geheime dienst dat ditmaal wist, is de vraag. Bij Crypto AG kreeg de dienst, als dank voor zijn medeplichtigheid, niet-gemanipuleerde apparaten van de CIA. Het oerzwitserse en gedegen Omnisec werd sowieso veilig geacht. De Zwitserse overheid bleef trouw bestellen bij de opvolger van Gretag, dat ze indertijd zelf mede-ontwikkeld had. Het waren dus niet alleen buitenlandse klanten die het gekraakte apparaat van Omnisec aanschaften, ook de eigen Zwitserse regering is tot op de dag van vandaag afnemer en dus vermoedelijk potentieel afluisterbaar voor de Amerikanen. Datzelfde geldt voor een andere klant: de Zwitserse bank UBS. 

World Jewish Congress

Dat laatste is pikant. Daarvoor moeten we terug naar de jaren zeventig. Toen werd Zwitserland stevig aangepakt door het World Jewish Congres en de Amerikaanse autoriteiten. Zwitserse banken weigerden slapende rekeningen te openen voor de nazaten van Joodse slachtoffers van de Holocaust. Ze beriepen zich op hun bankgeheim. 

Belangrijk mikpunt van kritiek was de UBS. De toenmalige CEO Robert Studer gooide olie op het vuur met zijn opmerking dat het om kleine bedragen ging: ‘Peanuts’. Het werkte als een rode lap op een stier bij de Amerikaanse autoriteiten, bij wie het Zwitserse bankgeheim al jaren een doorn in het oog was. 

Uiteindelijk wonnen de Amerikanen. Er werden duizenden rekeningen geopenbaard en hoge boetes uitgedeeld. De banken betaalden 1,25 miljard dollar aan de staat New York en Zwitserland stortte honderden miljoenen in een fonds voor overlevenden van de Holocaust.

Toch bleef het bankgeheim bestaan. Het zou opnieuw flink onder vuur komen te liggen toen in 2008 de New Yorks bank Lehmann Brothers omviel en de financiële wereld in zijn val meesleepte. Toen de Amerikaanse regering geld zocht om de crisis te bezweren, keek ze opnieuw kritisch naar belastingparadijs Zwitserland. Amerikanen mochten geen klant meer worden bij UBS en de Verenigde Staten eiste dat de bank inzage gaf in de rekeningen van 20.000 Amerikaanse onderdanen.  

Het Zwitserse bankgeheim

Wie niet bewust de belastingdienst om de tuin leidt, maar iets vergeet te melden in de aangifte, begaat een belastingverzuim. Belastingfraude is dat niet volgens de Zwitserse wet. Daarom bleven buitenlanders welkom hun geld- al dan niet zwart - op een Zwitserse bank te stallen. Er werden geen vragen gesteld. Als een ander land er inlichtingen over wilde, gaf Zwitserland niet thuis. Belastingontduiking werd gezien als ‘cavaliersdelict’- een ridderlijk verzuim. Als het werd ontdekt, kon je er een boete voor krijgen, maar je strafblad bleef leeg. Er ontbrak een rechtsgrond om je bij verdenking aan te geven bij de fiscus van je thuisland. Sinds 2019 is het Zwitserse bankgeheim voor onder andere burgers van de Europese Unie en Amerikanen opgeheven.

De bank zat klem, want zou het bankgeheim moeten schenden. En dat is strafbaar volgens de Zwitserse wet. Het leidde tot een crisisachtige sfeer binnen bestuurlijke en politieke kringen in Bern. Toch lukte het de Amerikanen om inzage te krijgen in een deel van de gevraagde rekeningen. Het leidde tot grote consternatie bij vermogend Zwitserland: hoe kon het dat een vreemde mogendheid hun heilige bankgeheim had kunnen openbreken? En ook opvallend: hoe kwamen de Amerikanen aan hun kennis over al die rekeningnummers? 

Miljarden aan boetes

Het zou zomaar kunnen dat het antwoord ligt in de recente onthulllingen. In een uitzending van het Zwitserse televisieprogramma Rundschau zei de Duitse inlichtingenexpert Schmidt-Eenboom dat de spionage met de gekraakte communicatieapparatuur uiteindelijk het onderhandelingsresultaat tussen de Zwitserse en Amerikaanse regering kan hebben beïnvloed, inclusief de miljarden aan boetes die na de confrontatie in 2008 van Zwitserland naar de VS zijn overgemaakt.

Schmidt-Eenboom krijgt bijval van de Zwitserse liberale politicus en bankier Hans-Peter Portmann, die zich samen met veel van zijn landgenoten toen al verwonderde over de gedetailleerde informatie bij de Amerikanen over de UBS-rekeningen. 

Met medewerking van Huub Jaspers