We zijn nu zeven jaar verder. Is het boek niet eens aan een update toe? Eigenlijk nauwelijks, vindt MacKay, omdat hij rekening heeft gehouden met technologische vooruitgang. Wind- en zonne-energie zijn dan wel sneller goedkoper geworden dan verwacht, maar de problemen met energieopslag die je nodig hebt om die energiebronnen betrouwbaar te maken, zijn er nog steeds. ‘Zelfs als zonnepanelen gratis zouden zijn, heb je in een land als Nederland nog enorme oppervlakten nodig en blijf je in de winter met een probleem zitten. De opslag van energie moet veel goedkoper worden, wel ongeveer een factor honderd vergeleken met de accu’s die je nu kunt kopen, om dat op te lossen. Daarover ben ik een aanvulling op het boek aan het schrijven.’ Zijn tijd is beperkt, maar dat komt nog wel af, verwacht hij.
Vorige maand schreef MacKay met drie collega’s een stuk dat hij zelf nog belangrijker acht voor de toekomst dan Without the hot air. Onder de kop Price carbon – I will if you will bepleit het viertal in wetenschapsvakblad Nature een ander soort klimaatakkoord. Hun pleidooi vond onmiddellijk veel weerklank.
Er gaan twee dingen verkeerd bij klimaatonderhandelingen, zegt MacKay. ‘Ten eerste ontbreekt nog steeds het echte gevoel van urgentie. Ik vrees dat er nog een paar ernstige klimaatrampen nodig zijn om dat gevoel los te maken. Ten tweede, en daar gaat ons artikel over, wordt genegeerd wat de wetenschap te zeggen heeft over samenwerking, en hoe je die succesvol kunt laten ontstaan. Zoals het nu gaat heeft elk land er baat bij om zijn eigen doelstellingen zo laag mogelijk te laten zijn. Als iedereen minder CO2 gaat uitstoten, en jij niet, oogst jij wel de voordelen, maar niet de nadelen van het akkoord. Zouden de afspraken niet gaan over emissiereducties, maar over een wereldwijde CO2-prijs, dan ontstaat een heel andere dynamiek.’
In het artikel legt hij het uit aan de hand van een voorbeeld: een spel met tien spelers die ieder een tientje hebben. Ze mogen allemaal zelf weten hoe veel geld ze in de gezamenlijke pot leggen, waarna een scheidsrechter de opbrengst verdubbelt en die gelijk onder alle deelnemers verdeelt. Hoe veel geld zou je inleggen? Het rationele antwoord is dan: niets, want dat levert de beste kansen op winst. Mackay: ‘Maar nu veranderen we de regels. De scheidsrechter zorgt dat iedereen zoveel bijdraagt als de speler die het minst gaf. Dat verandert alles. Nu is het plotseling rationeel om al je geld in de pot te stoppen. Iedereen gaat naar huis met een briefje van twintig.’