Handlettertype

, Michael Minneboo, tussenkopjes door Frits Jonker

Met de hand letteren mag momenteel dan een trend zijn, in de stripwereld is dit ambacht vrijwel verdwenen. Frits Jonker, een van de laatste handletteraars, krijgt in 2017 de P. Hans Frankfurtherprijs voor bijzondere verdiensten. 'Ik hou meer van charme dan van perfectie.'

'Letteren komt hierop neer: je moet meestal in zeer korte tijd met weinig materiaal voor weinig geld een boek zo netjes mogelijk naar de drukker brengen. Het is geen kunst, het is een ambacht,’ aldus Frits Jonker (1959), handletteraar van beeldverhalen. Van 1978 tot 2000 was Jonker hier fulltime mee bezig. ‘In de hoogtijdagen van de strip werden veel Franse albums meteen in het Nederlands uitgegeven, dus driekwart van mijn werk bestond uit vertalingen. Ik deed bijna alle series, behalve Lucky Luke en Asterix.’
Ook al lettert hij nog altijd elke aflevering van strips als Claire en Willems wereld en graphic novels als De aanslag van Milan Hulsing en In the Pines van Erik Kriek, tegenwoordig verdient Jonker zijn brood als huisschilder, want de meeste strips worden digitaal geletterd. Toen in 2000 bleek dat de mensen die Jonkers werk digitaliseerden per pagina drie keer zo veel betaald kregen als hij, legde hij zijn pen neer.

‘Tegenwoordig word ik vrijwel niet meer gevraagd om hele albums te letteren, maar nog wel voor de lastige ballons met vette uitroepen en onomatopeeën, de geluidseffecten. Ook schrijf ik tekst die in de tekeningen staat en vertaald is, zoals opschriften van winkels, artikelen en krantenkoppen of naambordjes.’

Het beeldverhaal Wol van Aart Taminiau letterde Jonker wel van kaft tot kaft. ‘Dat was leuk, omdat ik betrokken werd bij het letterproces voordat het boek af was. De volledige tekst was er nog niet en Aart moest zelfs nog een deel tekenen. Omdat hij geen idee had hoe hij het boek geletterd wilde hebben, heb ik op basis van een paar pagina’s – die met de meeste en die met de minste ruimte voor de lettering – zitten puzzelen om te zien wat het beste zou passen. Je kunt namelijk niet zomaar een mooie lettering bedenken, want die blijkt soms op pagina dertien ineens niet meer te passen qua ruimte. Als je eenmaal iets gekozen hebt, kun je wel een beetje smokkelen door de letters af en toe bijvoorbeeld twintig procent kleiner te maken. Dat zie je net niet, je leest die boeken immers niet met een loep.’

Wat beschouwt Jonker als een goed geletterde strip? ‘Ik ben snel tevreden. Als het met liefde en aandacht gedaan is, mag het van mij aan alle kanten rammelen. Ik hou meer van charme dan van perfectie. Perfectie is doods. Ook al is letteren met de computer lekker snel en makkelijk, handlettering vind ik altijd mooier. Machines zijn zielloos.’

Volgens Jonker zijn er een paar belangrijke regels voor goede lettering. Zo moet er voldoende lucht zitten tussen de tekst en de rand van de ballon. De tekst moet ook goed gecentreerd zijn. ‘Als dat niet het geval is, zie je dit meteen! De spatiëring tussen de letters moet regelmatig zijn en de interlinie mooi. Het is ook heel belangrijk een letterdikte te kiezen die je als harmonisch ervaart. Als je te dun of te dik schrijft, valt dit al op voordat je gaat lezen. Kies je dit goed, dan maakt het handschrift niet zo veel uit.’

Frits Jonker: 'Ook al is letteren met de computer lekker snel en makkelijk, handlettering vind ik altijd mooier. Machines zijn zielloos.'

In de Verenigde Staten bepalen letteraars vaak de positie en de vorm van de tekstballons voordat de tekeningen worden geïnkt. Zij kunnen zo een totaalbeeld creëren waarin tekst en tekeningen een organisch geheel vormen. ‘Het lettertype dat ze in Amerikaanse comics gebruiken, is ideaal: goed leesbaar en snel te schrijven. Die letters zijn altijd een beetje vierkant, zodat ze even veel ruimte innemen. Op deze manier krijg je een perfecte balans tussen het wit en het zwart.’

Jonkers liefde voor strips en letteren begon op jonge leeftijd. ‘Thuis hadden we Donald Duck en veel stripachtige reclameboekjes, want mijn vader werkte bij een kruideniersbedrijf. Toen ik een jaar of acht was, ging ik met mijn moeder mee naar de oogarts. In het Amstelstation stond zo’n tijdschriftenmolen met comics en ik mocht een strip kopen. Ik koos voor Twee pistolen Kid. Er ging een wereld voor me open, die strip leek echt uit een andere dimensie te komen. Ik had een leven voor ik ontdekte dat dit bestond en een leven erna.’

Eigenlijk wilde Jonker hierna striptekenaar worden en als tiener stuurde hij zijn werk naar amateurbladen. Har van Fulpen, de man achter uitgeverij Drukwerk, schreef Jonker dat hij zijn tekenwerk niet interessant vond, maar bood hem wel een baan aan als letteraar. ‘Ik letterde vervolgens een boek voor hem en besefte toen dat ik letteren honderd keer leuker vond dan tekenen.’

Uit: Kunnen we het niet over iets leukers hebben?

‘Wat ik zo tof vind aan letteren? Ten eerste vond ik het erg fijn om een pen in mijn hand te hebben en ten tweede hield ik ontzettend van strips. Eigenlijk was ik de intensiefste striplezer van Nederland, want ik las een album wel twintig keer als ik het letterde. Daarnaast vind ik het prettig om monomaan werk te doen. Dat heb ik nu ook met huizen schilderen. Als ik dertig deuren moet schilderen, denk ik bij de laatste nog: en nu ga ik het heel mooi doen! Bij het letteren van een nieuw boek wilde ik de foutjes uit het vorige ook niet meer maken. Maar goed, dan loop je weer tegen andere problemen aan. De grootste moeilijkheid bij letteren is dat de tekst vaak niet in de ballons past, omdat vertalingen regelmatig te lang zijn. In het Nederlands zijn meestal meer woorden nodig dan in het Engels om hetzelfde te zeggen. Het is ontzettend puzzelen om de tekst er goed in te krijgen, want ballons zijn zelden mooi rond. Ik wil ook zo min mogelijk woorden afbreken.’

Jonker houdt wel van een uitdaging: ‘Bij een strip waren ooit per ongeluk vier ballons niet geletterd. Ik heb toen twee dagen lang die ballons rechtstreeks in alle 500 albums zitten letteren. Dat soort dingen vond ik erg leuk om te doen. Ook heb ik voor Casterman een Kuifje-album in het Russisch geletterd, ik had dus geen idee wat daar stond of welke letters het waren. Dan zie je meteen hoe ambachtelijk het werk is: in een paar dagen kun je jezelf een aantal symbooltjes of lettertjes aanleren en die schrijf je daarna gewoon.’

Uit: In the Pines

‘Ik vind het wel moeilijk om bewust lelijk te letteren, zoals in Kunnen we het niet over iets leukers hebben? van Roz Chast. Haar handschrift was heel slordig en mijn lettering werd in eerste instantie afgekeurd, omdat die toch iets te netjes was. Uiteindelijk kreeg ik het slordig genoeg. Met pijn in het hart, want je maakt dan 228 pagina’s met schots en scheve letters. En ik moest oppassen dat ik halverwege toch niet te netjes ging werken.’

Tegenwoordig lijkt letteren met de hand een trend te zijn, er zijn al diverse boeken verschenen waarmee je het ambacht kunt leren. Volgens Jonker zijn hier meerdere verklaringen voor. ‘Er is een enorme belangstelling voor vintage, dus alles wat een beetje naar oud en ambachtelijk ruikt. We leven in een tijd waarin mensen het ambachtelijke missen. Jongeren zitten vrijwel alleen maar achter een computer en houden nooit meer een pen vast, terwijl de mens toch behoefte heeft aan fysieke bezigheden als schrijven.’

Frits Jonker: 'Vroeger interesseerde het niemand wie de letteraar van een strip was, meestal werd mijn naam niet eens in een album vermeld. Tegenwoordig krijg ik heel veel respect.'

Behalve letteraar en huisschilder is Jonker ook verzamelaar, graficus, auteur en publicist van zines. Daarnaast houdt hij al tien jaar lang een zeer inspirerend blog bij, ShowCase. Hij toont daarop zijn grafische werk en schrijft onder andere over zijn verzamelingen. Jonker: ‘Ik verzamel dingen die mensen eigenlijk niet beschouwen als verzamelwaardig. Een verzameling is pas interessant als je er iets mee doet en duidelijk maakt wat je er mooi aan vindt, bijvoorbeeld door erover te bloggen.’

In 2005 begon Jonker met het schrijven van de papieren versie van zijn blog: strookjes handgeletterd papier die hij naar vrienden en kennissen stuurde. Deze strookjes werden in 2012 verzameld in het boek ShowCase (uitgeverij Xtra).

Op 5 maart krijgt Jonker op de Stripdagen in Rijswijk de P. Hans Frankfurtherprijs, die jaarlijks wordt toegekend aan iemand die zich op bijzondere wijze heeft ingezet voor het beeldverhaal. Eindelijk erkenning dus voor het handletteren. ‘Vroeger interesseerde het niemand wie de letteraar was, meestal werd mijn naam niet eens in het album vermeld. Tegenwoordig krijg ik heel veel respect, omdat ik zo veel gedaan heb. Ik heb nog nooit zo intensief nagedacht en geschreven over lettering als nu. Toen ik het regelmatig deed, had ik daar de tijd niet voor.’

Alle handlettering: Frits Jonker