steun vpro

Buitenkant-tekeningen

, Katja de Bruin

Maandag 8 mei wordt aan de Amstel weer het jaarlijkse Librisfeestje gevierd. Over de inhoud van de zes genomineerde boeken zullen zich genoeg literatuurvorsers buigen. Daarom gaan we het voor de verandering eens hebben over de buitenkant. Hoe bepalend is het omslag voor het succes van een boek?

In De molen aan de Floss van George Eliot komt een dialoog voor tussen de vader van Maggie Tulliver en meneer Riley. De laatste vindt The History of the Devil van Daniel Defoe ‘not quite the right book for a little girl’, waarop Maggies vader zich verdedigt door te wijzen op het degelijke omslag. Daaruit had hij afgeleid dat het een goed boek zou zijn. Maar, zo concludeert hij: ‘It seems one mustn’t judge by th’ outside.’

Jeremy Tulliver is niet de enige die een boek beoordeelt op de buitenkant. Waar moet je anders op afgaan? Wie boekhandel of bibliotheek binnenloopt, beslist in één oogopslag wat de moeite van het oppakken waard is.
In The Clothing of Books, dat geheel is gewijd aan dit onderwerp, schrijft Jhumpa Lahiri dat het omslag de geboorte van een boek markeert. De taak van de schrijver is volbracht, het boek begint nu aan een eigen leven. ‘Als het proces van schrijven een droom is, vertegenwoordigt de cover het wakker worden,’ schrijft Lahiri, bij wie boekomslagen hevige emoties teweegbrengen. Een cover kan haar verdrietig of boos maken en een slechte cover voelt zelfs als een vijand. ‘De juiste cover is als een mooie jas, elegant en warm, die mijn woorden omhult als zij de wereld intrekken, op weg naar een afspraak met mijn lezers.’

Zoals je een onbekende beoordeelt op zijn kleren, zo oordeel je ook over een boek op grond van zijn omslag. Aan zijn jasje ontleent het zijn persoonlijkheid.
De argeloze lezer heeft vermoedelijk geen benul hoe langdurig er vergaderd wordt over een boekomslag. Schrijver, uitgever, ontwerper, vertegenwoordiger, marketingmedewerker en boekhandelaar; allemaal weten ze hoe het ideale omslag eruit moet zien, ze zijn het alleen zelden met elkaar eens. Auteurs denken niet commercieel, ontwerpers beschouwen een omslag als een mooi uithangbord voor hun creativiteit, de boekhandelaar weet dat klanten behoudend zijn en de uitgever moet iedereen te vriend houden terwijl hij ook graag boeken wil verkopen.

Geen gevoel voor beeld

Oscar van Gelderen, uitgever van Arnon Grunbergs Moedervlekken, vindt dat zijn collega’s vaak te voorzichtig zijn. ‘De meeste uitgevers hebben geen gevoel voor beeld. Dat zijn mensen die Nederlands hebben gestudeerd en die houden van typografische omslagen. Zolang er maar letters op staan. De boekhandel wil klanten niet afschrikken, dus het mag vooral niet te wild, te gek en te experimenteel. Zelf ben ik erg visueel ingesteld, ik ben kunstverzamelaar, en ik denk dat de cover extreem belangrijk is.’
Over de cover van Moedervlekken is dus goed nagedacht. Pas als je beter kijkt zie je dat het een collage is, deels foto, deels getekend. ‘Arnons covers zijn vaak wat agressief, terwijl ik Moedervlekken juist een heel warm boek vond. Bij De joodse messias had je die pelikaan en bij Onze oom een gebalde vuist. Arnon is nu in een andere fase van zijn schrijverschap. Moedervlekken is een sleutelboek, zijn persoonlijkste boek tot nu. Amsterdam-Zuid, het huis van die moeder, dat verdorde gras, daarmee opent het boek. Die serene sfeer moest terugkomen in het omslag.

Toen de ontwerper hiermee kwam, wist ik gelijk dat dit het was. Arnon was ook meteen enthousiast. Dat surrealistische, tikje deviante past bij hem.’
Ronnie Terpstra, boekverkoper bij Van der Velde in Leeuwarden, is ook wel te spreken over het omslag van Moedervlekken. ‘Zeker als je het boek gelezen hebt.’
De overige Librisgenomineerden las hij niet, dus hij kan onbevangen iets zeggen over die omslagen. ‘Je ziet steeds meer grafische ontwerpen. Zelf hou ik daar van, maar dat geldt niet voor iedereen. De nieuwe Frank Westerman schijnt het minder goed gedaan te hebben, omdat het omslag te grafisch is. Aan de andere kant verkopen de lelijkste boeken soms als een trein, dus wat dat betreft, blijft het koffiedik kijken.’

Sjoelschijf

Wil vind ik van deze zes het mooist. Schuld is een beetje dertien in een dozijn. Het boek van Marja Pruis heeft ook een omslag dat we al tien keer hebben gezien, maar misschien werkt het wel. Het smelt ziet er op de poster van Libris mooi uit, maar het echte boek wordt verpest door een enorme zwarte sticker. Ik ben van de antistickerbrigade, vaak wordt een fraai ontwerp ontsierd door zo’n sjoelschijf. Op sommige boeken zitten zelfs twee stickers, dat is dringen. Ik snap het commerciële uitgangspunt wel, maar hier gaat geen boek de deur uit met sticker. Tenzij ze zijn meegeprint, zoals steeds vaker gebeurt, dat is helemaal erg. Ik kan me voorstellen dat je daar als vormgever enorm van baalt.’

Oscar van Gelderen haalt zijn schouders op over de litanie van Terpstra, stickers zijn nu eenmaal een noodzakelijk kwaad. Ook Rindor Golverdingen van het jonge designersbureau Vruchtvlees, dat de covers van Schuld en Het smelt ontwierp, maakt zich er niet echt druk over.

‘Boekomslagen worden nu eenmaal vanuit een commercieel perspectief benaderd. Natuurlijk is het jammer van je ontwerp, maar zo’n sticker betekent wel dat het boek succesvol is.’

Golverdingen noemt het eervol om een boekomslag te mogen ontwerpen. ‘Je visualiseert een verhaal. Lezers komen als eerste in aanraking met het omslag, dus dat speelt een cruciale rol. De schep van Het smelt is niet zomaar een schep, maar een klapschep. Die speelt een rol in het boek. Je probeert een heel rijk verhaal in een plaatje te vangen zonder iets weg te geven. Het mag ook niet te plat worden. Bij Schuld hebben we een mindmap gemaakt met het woord ‘schuld’ in het midden. Uiteindelijk bleef er een soort kassabonnetje over waarbij onder de streep nog steeds schuld overblijft. Het is een rauw boek, dat moet je terugzien in het omslag.’

Steekwoorden en sfeer

Toch is Vruchtvlees inmiddels gestopt met het maken van omslagen. Het bureau wil niet langer drukwerk doen, maar werkt alleen nog digitaal. Het commerciële aspect dat bij het ontwerpen van een boekomslag onvermijdelijk meespeelt, is een andere reden om ermee op te houden. ‘Dat betekent dat je soms dingen moet maken waar je eigenlijk niet achter staat en dat is zonde.’
Ontwerper Ron van Roon heeft daar geen moeite mee. Zijn bureau ontwerpt jaarlijks tussen de veertig en vijftig omslagen. Een recente blikvanger is de Bijbel, die zowel in zwart als in wit is uitgevoerd, zodat de koper kan kiezen tussen licht en duisternis.

Van Roon heeft in de loop der jaren veel Grunbergcovers ontworpen, waaronder Tirza, Huid en haar en De asielzoeker. ‘Een auteur als Grunberg kun je als een merk zien, dus dan mag je best wel anders omgaan met het omslag dan de meeste boekuitgaven. De titels van zijn boeken prikkelen mij vaak. We hebben wel eens een ui gebruikt, een cello en bestek.’

Een boek lezen, dat doen de meeste ontwerpers niet. Bovendien is de tekst vaak nog niet eens af als er al wordt nagedacht over een coverontwerp. Van Roon werkt altijd onder tijdsdruk. ‘We komen zo snel mogelijk tot de kern. De uitgever is degene die het risico neemt. Hij geeft een paar steekwoorden en schetst de sfeer. Wij willen vooral weten hoe hij een boek wil neerzetten. Moet het beeld in één oogopslag duidelijk zijn of mag het vragen oproepen?’
Als auteurs zich met het ontwerp bemoeien, pakt dat zelden goed uit, zegt Van Roon. ‘Joost Zwagerman was zo iemand, dat was altijd dansen op een heel dun koord. Ik begrijp het heel goed hoor, ze hebben jarenlang hun ziel en zaligheid in zo’n boek gelegd en dan komen wij met een ontwerp waar ze soms van schrikken.’

Beperkt houdbaar

Anne Lint is ontwerper van Das Mag, dat met twee Libriskandidaten goed vertegenwoordigd is. Zowel Het smelt van Lize Spit als Schuld van Walter van den Berg zijn genomineerd. Om het enorme verkoopsucces van Het smelt te vieren bedachten Lint en uitgever Toine Donk een stunt: een luxe-editie van het boek, verpakt in een poederroze doos. Die doos is geïnspireerd op de dozen waar luxe lingerie in wordt verpakt, vertelt Lint. ‘Ik hou erg van pasteltinten, dus ik ben blij met deze kleur. Verder zijn de schutbladen gemarmerd en in acht verschillende versies geprint. Het boek heeft een linnen cover en de opdruk is in goud uitgevoerd.’ Van de overige genomineerden vind ze Schuld goed gelukt. ‘Ik ben niet zo literair onderlegd, dus ik ga niet af op een naam, wat dat betreft ben ik onbevooroordeeld. Die van Arnon Grunberg is niet helemaal mijn stijl, te mannelijk. Schuld knalt lekker. Niet te veel poespas en de kleuren werken goed.’

Het klassiekste ontwerp op Librislijst is dat van Zachte riten. Marja Pruis wilde voorkomen dat het eruit zou zien als een typisch vrouwenboek.
‘Het gaat over zoeken naar vergeving, absolutie. Iemand die het in een vroeg stadium las, zag er een beeld bij van mensen die hun gezicht wassen. Zo belandde ik bij een kunstenaarsechtpaar dat foto’s had in die feer maar die gezichten waren te specifiek. Toen zag ik in Eye een Edward Hopper-achtige filmposter van een vrouw die zat te roken op een bed. Dit paste heel goed, maar we mochten het niet gebruiken. Uiteindelijk kwam de ontwerpster met die jurk. Dat voelde gelijk goed, geen zoet maar wel een poëtisch beeld. Heel invulbaar, zonder dat het vaag is.’

Het perfecte omslag bestaat niet, concludeert Jhumpa Lahiri in The Clothing of Books. De meerderheid is, net als onze kleren, beperkt houdbaar. Eén troost: als lezer raak je gehecht aan vertrouwde omslagen, hoe lelijk ze ook zijn. Ook in dit opzicht maakt liefde uiteindelijk blind.

De winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2017 is na afloop van de uitreiking te gast in het radioprogramma Nooit meer slapen.

Nooit Meer Slapen
Maandag 8 mei, 00.00 tot 01.00 uur op NPO Radio 1

The Clothing of Books
Jhumpa Lahiri (Vintage Books, de vertaling verschijnt in juni bij Atlas-Contact)