steun vpro

Zomerlezen

Katja de Bruin

Achterstallig leeswerk kan de komende maanden worden weggewerkt op camping, boot of terras. Maar voor wie nog geen idee heeft, hier ter inspiratie alvast een overzicht van boeken die niet iedereen al gelezen heeft.

Fictie

Elizabeth Jane Howard

De Cazalets: Lichte jaren
(Atlas Contact, al verschenen)

Een roman die begint met een stamboom. Dan weet je genoeg. Maar wacht, het wordt nog beter. Want na die stamboom volgen lijstjes met personages: de leden van drie generaties van de familie Cazalet en hun personeel, onder wie Wren de stalknecht, Billy de tuinjongen en Inge de Duitse dienstbode. Plaats van handeling: een Engels landgoed, eind jaren dertig. Lichte jaren, het eerste deel in een serie van vier, is kostuumdrama om je vingers bij af te likken, al zijn deze romans niet zo gezellig als ze lijken, zoals Hilary Mantel opmerkte in een warm pleidooi voor het werk van Elizabeth Jane Howard in The Guardian. Deze schrijfster is altijd onderschat gebleven, overschaduwd door een turbulent privéleven (ze trouwde drie keer, de derde keer met Kingsley Amis). De boeken over de Cazalets baseerde ze op haar eigen upper–middle–classfamilie. Hilary Mantel is niet haar enige bewonderaar, ook stiefzoon Martin Amis en Julian Barnes prijzen haar werk. Bonusweetje: de verfilming is in de maak.

Sinclair Lewis

Dat gebeurt hier niet
(Lebowski, juni)

In 1931 interviewde de Amerikaanse journaliste Dorothy Thompson een zekere Adolf Hitler. Bij thuiskomst vertelde ze haar echtgenoot, Nobelprijswinnaar Sinclair Lewis, dat de man schrikbarend onbeduidend was. Toen ze kort daarna de populistische presidentskandidaat Huey Long interviewde en opvallende parallellen zag, ging Lewis achter zijn bureau zitten om er in vier maanden tijd een roman uit te rammen waarin een demagogische, xenofobe populist tegen alle verwachtingen in president van Amerika wordt. Het wekt dus geen verbazing dat dit boek, dat in 1935 verscheen, een week na de overwinning van Trump was uitverkocht op Amazon. Ineens geldt dit verhaal, over de anti–intellectueel Buzz Wintrip die boze burgers gouden beloftes doet en zo Franklin Delano Roosevelt verslaat, als profetisch. In deze satirische politieke roman probeert de bezorgde liberale journalist Doremus Jessup zijn lezers te waarschuwen voor het gevaar, maar niemand neemt hem serieus. Want ‘dat gebeurt hier niet’. De rest is geschiedenis.

Joachim Meyerhoff

Alle doden vliegen hoog
(Signatuur, juni)

Wie stug blijft volhouden dat om Duitse schrijvers niet te lachen valt, heeft Joachim Meyerhoff nog niet ontdekt. Deze acteur ontpopte zich tot succesvol schrijver met autobiografische romans die behalve hilarisch ook tot tranen toe ontroeren. In Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest vertelt hij hoe hij en zijn broers opgroeien op het terrein van de psychiatrische instelling waar zijn vader directeur is. Daarna volgde Ach deze leegte, deze verschrikkelijke leegte, waarin hij tot zijn stomme verbazing wordt aangenomen op de toneelschool en intrekt bij zijn excentrieke grootouders wier dagen zijn ingedeeld volgens een strak alcoholisch regime. In Alle doden vliegen hoog vult hij het gat tussen die twee episodes. Na zijn eindexamen vertrekt de verteller als uitwisselingsstudent naar Amerika, waar hij terechtkomt bij een gelovig gezin in Wyoming. Hij heeft het er enorm naar zijn zin. Totdat een telefoontje uit Duitsland zijn leven voorgoed verandert. Wie de eerdere twee delen las, weet al welk onheil de familie trof, maar daar kunnen we hier niet nader op ingaan. Dringend advies: koop (of leen) gelijk die andere twee delen want Meyerhoff smaakt gegarandeerd naar meer.

 

Gerard Donovan

De diefstal van Albert
(Nieuw Amsterdam, juni)

Tien jaar geleden maakte de Ier Gerard Donovan al duidelijk dat hij maar weinig woorden nodig heeft om een groots effect te bereiken. In zijn roman Julius Winsome liet hij een vreedzame kluizenaar vakkundig ontsporen. Nu is er eindelijk een nieuw boek, en ook nu grijpt Donovan je vanaf de eerste zin bij de kladden: ‘De kinderwagen stond daar zomaar.’ Een bedrieglijk simpel beeld, zwanger van onheil. Het is 1938, de badgasten in het Engelse Margate genieten van de laatste zonnestralen. De verteller, een naamloze vrouw, kijkt van een afstandje naar al dat eenvoudige gezinsgeluk en gaat er dan ongezien vandoor met die kinderwagen. De baby die erin ligt noemt ze Albert. Zal ze hem houden of toch terugbrengen naar de radeloze ouders? Tergend langzaam ontvouwt Donovan zijn verhaal, dat de spanning heeft van een psychologische thriller maar bovenal een stilistisch pareltje is. Een boek dat je in één adem uitleest en dat nog lang blijft nagalmen.

Arundhati Roy

Het ministerie van Opperst Geluk
(Prometheus, juni)

Twintig jaar heeft het geduurd en toen iedereen de hoop had opgegeven was daar ineens het sensationele nieuws dat er een nieuwe roman van Arundhati Roy zou verschijnen. In 1997 veroverde ze de wereld met De god van kleine dingen, een kolossaal succes dat in veertig landen werd vertaald. In de jaren daarna ontwikkelde ze zich tot gevreesd essayiste en polemiste in India, waar ze onvermoeibaar alle misstanden in haar vaderland aan de kaak bleef stellen. Ze is een beroepsactiviste geworden die haar bekendheid inzet om de omstandigheden van minder gefortuneerde landgenoten te verbeteren. Nooit voelde ze zich verplicht aan een tweede roman te beginnen, maar die is er nu toch. Roy voert ons door de nauwe straatjes van Delhi naar de besneeuwde bergen in Kasjmir. Een liefdesgeschiedenis en maatschappelijke aanklacht ineen die volgens Roys uitgevers het wachten meer dan waard was.

Non-fictie

David Sedaris

Dagboeken 1977-2002
(Lebowski, juni)

Op 17 november 1987 arresteerde de politie in Chicago een getatoeëerde skinhead die Joodse winkels had beklad met hakenkruisen. In zijn dagboek noteerde David Sedaris dat merkwaardig te vinden, ‘aangezien Joden in concentratiekampen kaalgeschoren waren en tatoeages hadden. Je zou denken dat antisemieten voor een andere look zouden gaan.’ Tussen 1977 en 2002 schreef Sedaris 157 dagboeken vol. Een goudmijn waaruit hij nu een selectie heeft gemaakt. Hardcorefans weten dat hij tijdens liveoptredens weleens voorleest uit zijn dagboeken. Zijn fameuze timing en intonatie ontbreken op papier, maar er is goed nieuws: eind september komt Sedaris naar Carré voor een optreden.

Sylvain Tesson

Ongebaande paden. Een voetreis dwars door Frankrijk
(Arbeiderspers, juni)

Door Frankrijk wandelen klinkt niet als de meest spectaculaire onderneming, maar als de wandelaar Sylvain Tesson heet, wordt het een ander verhaal. Eerder bracht deze avonturier en filosoof namelijk een half jaar door in een hut in Siberië, afgesneden van de bewoonde wereld. Hoewel Tesson zich in dat boek bij vlagen onuitstaanbaar zelfingenomen betoonde, maakt dit nieuwe avontuur toch weer nieuwsgierig. Hij kan namelijk wel schrijven. Drie jaar geleden viel de auteur in beschonken toestand van een dak. Acht meter later had hij al zijn ribben gebroken, evenals zijn ruggenwervels en schedel. De artsen raadden een verblijf in een revalidatiekliniek aan, maar Tesson ging liever lopen om lichaam en geest te helen. Hij liep van het zuidoosten naar het noordwesten over onverharde paden, ver weg van het moderne leven.

Alexandria Marzano-Lesnevich

Het bewijs van een lichaam.
Memoires van een moord

(Hollands Diep, juni)

Echt goede true crime is een genre dat alleen beheerst wordt door grote schrijvers. (Truman Capotes In koelen bloede nooit gelezen? Doen.) Deze Alexandria-met-de-lange-achternaam is zo’n schrijver. Als dochter van twee advocaten gaat ook zij rechten studeren. Zo komt ze als stagiaire terecht op een advocatenkantoor in New Orleans. Ze is 25 en verklaard tegenstander van de doodstraf. Totdat ze te maken krijgt met Ricky Langley, veroordeeld voor de moord op een zesjarig jongetje. Ineens realiseert ze zich dat ze deze man dood wenst. In dit boek, waar Alexandria Marzano–Lesnevich tien jaar aan werkte, schrijft ze over deze moord. Over de dader en zijn familie, over het slachtoffer en zijn familie, maar ook over haar eigen familie. Een buitengewone mix van onderzoeksjournalistiek, rechtbankdrama en true crime.

 

Tilmann Lahme

De familie Mann.
Geschiedenis van een gezin

(Arbeiderspers, al verschenen)

Je zou zeggen dat over Thomas Mann en zijn nazaten nu wel genoeg geschreven is, maar daar dacht Tilmann Lahme anders over. Na een biografie over Golo Mann en een portret van de Manns in brieven neemt hij Thomas, Katia en hun zes kinderen nu onder handen in deze familiebiografie. Je hoeft geen letter van vader Thomas te hebben gelezen om in de ban te raken van dit gezin, waarvan alle zes kinderen op hun eigen manier leden onder de relatie met hun beroemde, egocentrische vader. Erika, Klaus en Elisabeth waren de lievelingetjes, Golo, Monika en Michael de losers. Lahme wist voor dit boek nooit eerder gepubliceerde brieven op te duikelen, zodat hij dus toch weer wat nieuws toevoegt aan de Mann–bibliotheek. Wie liever vasthoudt aan zijn geïdealiseerde beeld van de geniale schrijver kan dit boek beter ongelezen laten, maar voor andere lezers is dit een grondig gedocumenteerde, smakelijke kroniek van een unieke dynastie. Bonusadvies: neem voor de kinderen Een Mann van Rindert Kromhout mee. Als zij deze jeugdroman over de negentienjarige Klaus Mann lezen, heb je wat om over te praten ’s avonds voor de tent.

Ariel Levy

De regels gelden niet
(Atlas Contact, juni)

In november 2013 stond er in The New Yorker een stuk van redacteur Ariel Levy dat iedereen die het las kippenvel bezorgde. In ‘Thanksgiving in Mongolia’ beschreef ze hoe ze, 38 jaar oud en negentien weken zwanger, naar Mongolië gaat om een reportage te maken over de mijnindustrie. Daar, in een hotelkamer in Ulaanbaatar, brengt ze na verschrikkelijke kramp een baby ter wereld die nog even leeft voordat hij verdwijnt in de catacomben van het plaatselijke ziekenhuis. Ze zal hem nooit terugzien. In deze memoir vertelt Levy hoe ze in enkele maanden tijd haar kind, haar huis en haar partner kwijtraakt. Tot dan toe was haar leven een aaneenschakeling van successen geweest en nu is ze alles kwijt. Dit zou een draak van een verhaal kunnen zijn, maar Levy is niet zomaar een schrijver, ze behoort tot het keurkorps van verslaggevers van het beste tijdschrift ter wereld. Ze is ook een exponent van het nieuwe, hippe feminisme. Getrouwd met een vrouw en dik bevriend met Lena Dunham. Een sterk staaltje zelfonderzoek, waarin ze tot het inzicht komt dat het recht op liefde, werk en kinderen niet vanzelfsprekend is.