‘Niks is definitief in het leven’

, Colin van Heezik

Zijn taal is pakkend, helder en compact. Abdellah Taïa, op 3 november te gast op het Crossing Border Festival in Den Haag, is een van de eerste openlijk homoseksuele schrijvers uit de Arabische wereld.

De 25ste editie van het Crossing Border Festival vindt van 2 t/m 4 november plaats in Den Haag.

Hij ontvangt me met thee, biscuit en mandarijnen bij hem thuis in Belleville, een geanimeerde maar armoedige wijk in Parijs – hier kost een biertje nog 2,50 euro, dan weet je het wel. Vierde verdieping zonder lift. Het uitzicht is weids, je ziet vanaf hier Montmartre en de Sacré-Coeur, maar het appartement is minuscuul. Er staat een eenpersoonsbed. Dat is tevens de bank. Op een oppervlakte van nog geen twintig vierkante meter woont Abdellah Taïa (1973, Salé, Marokko), winnaar van de prestigieuze Prix de Flore. De schrijver, wiens werk vertaald werd in verschillende talen, heeft een MacBook van tien jaar geleden, zo’n witte met een dikke bodem, en een mobiele telefoon uit hetzelfde tijdperk. 

‘Ik heb een tijdje in een appartement in de Marais gewoond, 46 vierkante meter, maar ik voelde me daar niet op mijn gemak. Toen hoorde ik dat mijn oude appartementje weer vrij kwam, en nu woon ik hier weer.’

Er zit meer achter. ‘Dit voelt aan als een tijdelijke woning, en daar houd ik van. Niks is definitief in het leven. Alles is provisoire, toch?’ We hebben het over de Syrische kappers bij hem in de straat. ‘Die noemen we migrants, migranten. Zij zijn nog onderweg, niet gesetteld. Mensen die hier al langer wonen noemen we émigrés, emigranten.’ Zelf woont hij al twintig jaar in Frankrijk, maar hij voelt zich meer migrant dan émigré. ‘Frans word ik nooit. En ik heb ook nog steeds een complexe verhouding met het Frans. Als kind sprak ik alleen Arabisch, en Frans is in Marokko de taal van de elite. Wordt gebruikt als buffer om de gewone Marokkaan op zijn plek te houden. Ja, ik ben een Bourdieulezer: cultuur is verbonden met klasse en sociale hiërarchie.’

'Ik was nooit van plan schrijver te worden, maar ik werd het, en nu is mijn droom om films te maken óók nog uitgekomen.'

Abdellah Taïa

prostituee

De zus van zijn vader was prostituee. Daarmee onderhield zij de hele familie. Hij laat een foto zien waar zij op staat, naast zijn vader, en de kleine Taïa op de voorgrond. Later schreef hij Un pays pour mourir over haar, een gulle vrouw ondanks een leven vol vernedering.

Taïa besloot op zijn zeventiende Frans te leren, vervolgens studeerde hij Franse literatuur aan de universiteit van Rabat. ‘Inmiddels schrijf ik boeken in het Frans. Dat kon ik mij als jongen niet voorstellen. Boeken horen voor mijn gevoel bij rijke mensen. Je vindt ze in statige, oude gebouwen, bibliotheken. Ik had nooit gedacht, als kind, dat ik überhaupt tot de mensen zou behoren die boeken lezen. Laat staan schrijven.’

Film is wat dat betreft democratischer, vindt Taïa, die inmiddels ook cineast is. Hij verfilmde zijn eigen boek L’armée du salut over een Marokkaanse jongen die zich prostitueert. Die film werd geselecteerd voor het Festival van Venetië 2013. ’Film is een universele taal, iedereen kan beelden begrijpen. Daarom was ik als jongeman al gefascineerd door de cinema, en nog steeds. Ik was nooit van plan schrijver te worden, maar ik werd het, en nu is mijn droom om films te maken óók nog uitgekomen.’

We zitten op zijn eenpersoonsbed, dat nu dus even dienst doet als bank, en drinken thee. Schrijver werd hij, vertelt hij, door brieven te schrijven. ‘Ik trof een boze vrouw in Marokko, zij wilde een brief schrijven aan de koning. Ik weet niet meer waarom. Maar ze kon niet schrijven. We hebben die brief samen geschreven. Ik heb hem ook gepost. Het hele ritueel, met de envelop en de postzegel, ik vond het bevrijdend. Daarna ben ik brieven gaan schrijven aan vrienden, familieleden, iedereen die ik kende. En ik schreef een dagboek, wat een soort brief aan jezelf is. Zo ben ik begonnen met schrijven.’

Abdellah Taïa

Arabisch flikkertje

Schrijven doet Taïa – 44 jaar, gympen – nog steeds niet op zijn MacBook, maar altijd met de hand. Zijn nieuwste boek, Celui qui est digne d’être aimé (Hij die het waard is bemind te worden), is een briefroman. Daarbij putte hij ook inspiratie uit Les lettres portugaises, een zeventiende-eeuwse briefroman over een non die valt voor de charmes van een ridder en een liefdesnacht met hem beleeft, voordat hij haar verlaat en zij ontredderd achterblijft.

Zo’n verhaal zit ook in Taïa’s roman waarvan de held, Ahmed, een minnaar die hij ontmoet in de Parijse metro het hoofd op hol brengt. De volgende dag laat hij hem wachten bij café La Vielleuse, direct bij de uitgang van metro Belleville. Een wrede daad, nooit komen opdagen, nooit meer iets laten horen. De minnaar komt er nooit meer overheen, zo blijkt uit zijn brief. ‘Het is nu dertien jaar geleden en ik zit er nog steeds’. Maar de roman gaat verder terug in de tijd, en we komen meer te weten over Ahmeds verleden.

‘De hoofdpersoon heeft een liefde beleefd met een Franse man. Je moet weten, in Marokko kijken wij erg tegen Fransen op. Er is een beroemd verhaal van André Gide die in Algerije zijn homoseksualiteit ontdekt, nadat Oscar Wilde hem een Arabische jongen aanbiedt. Als jongeman las ik dat, en was ik gefascineerd door Gide als held van seksuele bevrijding en coming-out – maar pas later besefte ik: niemand heeft zich ooit voor die Arabische jongen geïnteresseerd! Hoe ziet de wereld eruit door zijn ogen? Mijn nieuwe boek is het verhaal van die jongen, van een petit pédé arabe: een Arabisch flikkertje. Ik gebruik bewust die woorden in mijn boek, want zo is het. Ik houd er niet van hoe mensen tegenwoordig zo keurig “homoseksueel” zeggen, zonder eigenlijk van vooroordelen bevrijd te zijn. We hebben dat hier in Frankrijk gezien met het homohuwelijk, hoeveel homohaat er nog steeds is. Daarom zeg ik liever waar het op staat. Pédé, flikker.’

'Er zijn wetten tegen homoseksualiteit in Marokko, maar dat betekent niet dat gewone Marokkanen anti-gay zijn.'

Abdellah Taïa

Cher

Bien sûr, homoseksualiteit in de Arabische wereld is een terugkerend thema. ‘Maar mensen denken vaak dat ze al weten wat voor boeken dat oplevert. Zo van: hoe moeilijk het is om gay te zijn in een land als Marokko – een soort aanklacht, en dan in een mooi tolerant land als Frankrijk op mijn land van herkomst afgeven. Dat doe ik niet. Er zijn wetten tegen homoseksualiteit in Marokko, maar dat betekent niet dat gewone Marokkanen anti-gay zijn. Die zaken worden van bovenaf opgelegd, door de politiek en religieuze leiders. Omgekeerd mogen we hier in het westen pro-gaywetten aannemen, zoals over het homohuwelijk, maar is er nog veel meer homofobie dan men graag gelooft: om ervan af te zijn en zichzelf te vleien hoe ruimdenkend men wel niet is. Ja, als het entertainment is, in de vorm van George Michael of Cher, dan is het afwijkende interessant en leuk – maar de realiteit, dat is een ander verhaal. Alledaagse homoseksualiteit, zoenende mannen op straat, dat is minder geaccepteerd.’

Hij is zijn woede nog niet verloren, zo blijkt. ‘Het is nu zo bon ton in de westerse wereld om af te geven op Donald Trump. Alsof je je handen in onschuld wast door te zeggen dat je Trump een varken vindt. Nee, hij is ontsproten aan een systeem waar al die mensen die hem verachten en bespotten zelf aan meewerken.’ 

Misschien is dat ook waarom hij graag in zijn studentenkamer woont. Om een jonge man te blijven, die niet is ingelijfd bij het establishment. ‘Ja, weet je, ze denken zeker dat ik aardiger ga worden nu ik een aantal prijzen heb gewonnen en bij de chique mensen over de vloer kom. Nee dus. Maar het gaat erom, wat voor vorm je kiest. Ik maak literatuur, geen pamfletten.’

De roman begint met een enorm heftige brief aan zijn overleden moeder, waarin allerlei familiegeheimen onthuld worden.

bevrijding

Stijl, compositie, vertelstructuur – daar denkt Taïa lang over na voordat hij aan een nieuw boek begint. De roman begint met een enorm heftige brief aan zijn overleden moeder, waarin allerlei familiegeheimen onthuld worden. De tweede brief is die van de Franse minnaar die nog steeds op Ahmed zit te wachten in La Vielleuse. Brief drie is de afscheidsbrief (verder terug in de tijd) van Ahmed aan zijn vroegere Franse geliefde, waarin hij vertelt waarom hij verder moet: om zich te bevrijden, een beetje zoals een kolonie zich bevrijdt van een koloniale machthebber. Brief vier is een brief van Ahmeds jong gestorven broer, aan Ahmed. Zijn naam: Lahbib, Arabisch voor degene uit de titel ‘die het waard is bemind te worden’.

Zo spiegelen alle vier de brieven elkaar en laat Taïa schitterend en beklemmend zien hoe onrecht gereproduceerd wordt. Maar ook hoe mensen altijd bij je blijven, ook als ze dood of afwezig zijn. Als je het boek dichtklapt, heb je een briljante vertelling gelezen over verschillende vormen van onderwerping, macht en ongelijkheid: seksueel, (post)koloniaal, in de familie. Daarbij krijg je het gevoel dat ontsnapping onmogelijk is.

‘Maar misschien,’ zegt Taïa, ‘is er een begin van bevrijding of verlossing in de daad van het schrijven van een boek of een brief. Maar niet op een feelgoodmanier, zoals je op tv ziet: de bekende actrice heeft een brief aan haar vader geschreven, en nu is ze weer helemaal happy. Zo simpel is het niet in het leven.’

Een stilte. ‘Het enige nadeel van dit appartement,’ zegt de schrijver, ‘is dat het zo snel rommelig wordt. Wilt u nog een mandarijn?’ 

stemmen die schuren

Dit jaar besteedt Crossing Border speciale aandacht aan Franstalige schrijvers met een niet-Europese achtergrond. Schurende stemmen. Want het zijn vaak de francofone, niet-Europese schrijvers die het verschil maken in de contemporaine Franstalige literatuur.

Fouad 
Laroui

Zo is Fouad Laroui te gast op het festival, een Frans- Nederlands-Marokkaanse schrijver die Franse Literatuur doceert aan de Universiteit van Amsterdam. Laroui won met zijn verhalenbundel L’étrange affaire du pantalon de Dassoukine de prestigieuze Prix Goncourt de la nouvelle en zijn werk werd ook bekroond met de Grande Médaille de la Francophonie van de Académie Française. Laroui verfoeit het binaire denken in tegenstellingen tussen de Westerse cultuur enerzijds en Arabische cultuur anderzijds en benadrukt vaak juist de kruisbestuivingen die sinds de Middeleeuwen bestaan hebben.

Akli Tadjer

Een andere gast op Crossing Border dit jaar is Akli Tadjer, een schrijver en scenarist met Algerijnse roots die geboren werd in Parijs. In zijn debuut, Les ANI du ‘Tassili’, vertelt hij over een reis door Algerije waarin hij het land van zijn voorouders, dat hij niet kent, ontdekt. In zijn recente roman, La reine du tango, een verhaal over een beroemde tangodanseres en haar dochter, verwoordt Tadjer zijn fascinatie voor de tango en zijn thema’s: nostalgie, liefde, ontworteling, exil.

Sorj Chalandon

De in Tunesië geboren Fransman Sorj Chalandon werkte jarenlang als (oorlogs)journalist voor het Franse dagblad Libération. Hij deed verslag van conflicten in Libanon, Iran, Irak, Somalië en Afghanistan. Nu schrijft hij voor het satirische weekblad Le Canard Enchaîné en als romanschrijver won hij de Prix Médicis en de Albert Londres Prize – het Franse equivalent van de Pulitzerprijs. Le quatrième mur gaat over de burgeroorlog in Libanon (1975-1990) en dit jaar publiceerde hij Le jour d’avant over een mijnongeluk in 1974 waarbij 42 stierven door nalatigheid van de werkgever.

Ann Scott

Drumster en schrijfster Ann Scott schreef de cultroman Superstars (2000), over de opkomst van de technocultuur. Ze was een van de eerste getatoeëerde modellen in de geschiedenis van de haute couture en had haar eigen punkband in Londen. Op Crossing Border vertelt Scott, dochter van een Russische fotografe en een Franse kunstverzamelaar, in het Frans over haar nieuwe roman Cortex, het verhaal van een Oscarceremonie die wordt verstoord door een bomaanslag.