Wij, robots

, Dirk-Jan Arensman

In 'Hallo robot' geven wetenschapsjournalisten Bennie Mols en Nieske Vergunst een toegankelijk overzicht van de geschiedenis van robotica.

Er waren natuurlijk best andere titels denkbaar geweest waarmee Stichting CPNB het thema 'Robotica' onder de aandacht had kunnen brengen dan Ik, robot van Isaac Asimov (1920-1992), het boek dat vanaf woensdag 1 november in het kader van de jaarlijkse campagne Nederland Leest gratis is af te halen bij openbare bibliotheken in het hele land.

Want als er één gebied is waarbinnen fictie de werkelijkheid en ons beeld daarvan niet alleen heeft weerspiegeld, maar aantoonbaar gevormd en bepaald, dan is het de wereld van zelfrijdende auto's, pakketjes sorterende robotarmen of dementerende ouderen troostende 'robotzeehonden' wel. Dat blijkt ook bij lezing van Hallo robot, het toegankelijk overzicht van de geschiedenis en huidige stand van zaken in de robotica dat wetenschapsjournalisten Bennie Mols en Nieske Vergunst volgende week publiceren.

Onder robotici is Asimov verreweg de invloedrijkste auteur.

In decennia- of zelfs eeuwenoude romans en verhalen vind je om te beginnen alle bekende droombeelden en nachtmerriescenario's terug. Evocaties van een paradijselijk luilekkerland waarin geen mens meer tot gevaarlijke of geestdodende arbeid veroordeeld is. Of, veel vaker: angstvisioenen van die wandelende vruchten van techniek en vooruitgang die zich, naar het klassieke model van Mary Shelleys Frankenstein (1818), als brullende monsters tegen hun menselijke scheppers keren, of hen op z'n minst pijnlijk overbodig maken.

Het woord 'robot' werd zelfs voor het eerst gebruikt in fictie. In het toneelstuk R.U.R. (Rossums Universele Robots) namelijk, dat de Tsjech Karl Čapek in 1920 publiceerde en waarin de extremen op de utopie- en dystopieschaal mooi samenkomen. Organische humanoïden knappen hierin aanvankelijk al het 'robota' (Tsjechisch voor 'saai werk' en 'zwoegen') voor de mensheid op, waarna diezelfde vleesrobots zich van hun lui geworden onderdrukkers besluiten te bevrijden door hen uit te roeien.

frubber

Minder voor de hand liggend, misschien: de ontwikkelaars van echte robots lazen die fantasievolle vergezichten vaak ook, en lieten zich soms tot in het nerdy absurde door de auteurs ervan inspireren.

Voorbeeldje?
David Hanson, oprichter van Hanson Robotics, is er, zoals wel meer robotici, van overtuigd dat zijn creaties zoveel mogelijk op mensen moeten lijken. Daartoe ontwikkelde zijn bedrijf onder meer een 'frubber' ('flesh rubber') en een robotgezicht met 32 motortjes erin om de menselijke expressie zo getrouw mogelijk na te bootsen. En één van de eerste androïden die daar in 2005 mee werd gebouwd leek sprekend op, jawel, Philip K. Dick! De schrijver van onder veel meer de klassieke sf-roman Do Androids Dream of Electric Sheep (1968), die in 1982 als Blade Runner werd verfilmd en onlangs ter gelegenheid van de bioscooprelease van Blade Runner 2049 in een nieuwe Nederlandse vertaling verscheen.  

Shelley, Čapek of Dick. Ira Levins The Stepford Wives (1972) of Ray Bradbury’s I Sing the Body Electric (1969).

Had allemaal gekund.

wetten

Maar het moet gezegd: onder robotici is Asimov verreweg de invloedrijkste auteur.

Zo vernoemde het Japanse Honda ooit het robotje Asimo naar hem. De Amerikaanse 'vader van de robotica', Joseph Engelberger (1925-2015), besloot zijn verdere leven te wijden aan 'het automatiseren van taken die voor mensen saai, smerig en gevaarlijk zijn' nadat hij begin jaren vijftig de negen verhalen in Ik, robot las. (Met als resultaat onder meer de allereerste robotarm, die in 1961 in de staalgieterij van General Motors werd ingezet.) En de zogenaamde wetten van de robotica die Asimov erin introduceerde gelden nu, bijna tachtig jaar later, nog altijd als dé basis voor het debat rond ethiek en veiligheid in het vakgebied:

1. Een robot mag een mens geen letsel toebrengen, noch door passief te blijven een mens letsel laten overkomen.

2. Een robot moet de door mensen gegeven bevelen gehoorzamen, behalve wanneer die in strijd zijn met de eerste wet.

3. Een robot moet zichzelf beschermen zolang of voor zover dat niet met de eerste of tweede wet in strijd is.

Zo is er de robot in 'Leugenaar' die gedachten leert lezen.

Die ijzeren wetten, bij Asimov in elke robot ingeprent, worden opgesomd in het tweede verhaal, 'Dronken robot', dat past binnen een raamvertelling waarin de 75-jarige 'robotpsychologe' Susan Calvin in 2057 terugkijkt op haar werkzame leven. En de verhalen die volgen, zijn grosso modo virtuoos geconstrueerde logicapuzzels, waarin steeds intelligenter wordende robots ondanks die regels (of door hun interpretatie ervan) onverwacht of onwenselijk gedrag vertonen dat vervolgens door hun gebruikers verklaard én opgelost moet worden.

letsel

Zo is er de robot in 'Leugenaar' die gedachten leert lezen, en mensen van de weeromstuit naar de mond gaat praten, omdat hun vertellen wat ze eigenlijk niet willen horen weleens kwetsend zou kunnen zijn (tja: gééstelijk letsel is ook letsel). 'Logica' stelt de vraag: wat te doen als robots in een opperwezen gaan geloven, omdat ze menen dat die inferieure mensen hen onmogelijk geschapen kunnen hebben? En in 'Bewijs' moet worden achterhaald of een wel érg perfecte kandidaat-burgermeester al dan niet een androïde is.

Dat Asimov vijf van zijn verhalen tussen 1998 en 2021 situeerde, zou je achteraf te optimistisch kunnen noemen. Want al is het imponerend wat er allemaal al is bereikt (van, pakweg, exoskeletten waarin mensen met een dwarslaesie weer kunnen lopen tot zelfstandige robotzwermen die vogels wegjagen), Hallo robot maakt ook duidelijk dat robots met een verfijnd taalbegrip, laat staan met complex redeneringsvermogen, voorlopig nog ver weg lijken.

Het maakt zijn gedachte-experimenten niet minder actueel en prikkelend. Montere mentale voorbereidingen op wat best eens komen kan. Gewoon omdat wat de schrijver droomde wel vaker tot werkelijkheid werd gemaakt door zijn wetenschappelijke fans.

Het eerste verhaal, 'Robbie', gaat over een primitieve zorgrobot.

Isaac Asimov: Ik, robot (vertaling Leo H. Zelders, CPNB)

Bennie Mols en Nieske Vergunst: Hallo robot. De machine als medemens
(uitgeverij Nieuw Amsterdam)

Verschijnt op 7 november.