Gevoel voor soldaten

, Katja de Bruin

In zijn boeken weet militair historicus Antony Beevor de verschrikkingen van de oorlog invoelbaar te maken. Zijn laatste boek gaat over de slag bij Arnhem.

Antony Beevor is op zondag 29 april te gast in VPRO Boeken, 11.20 uur op NPO 1.

Op 1 september 1944 poseerde generaal Omar N. Bradley in zijn hoofdkwartier nabij Chartres voor de echtgenote van de markies van Queensberry, die zijn portret schilderde. Bradley had net een belangrijke overwinning geboekt in Normandië en genoot nog na van zijn zegetocht. Dankzij opperbevelhebber Eisenhower waren koude drankjes binnen handbereik. Hij had Bradley namelijk kort daarvoor een koelkast gestuurd, met de boodschap: ‘Ik heb er verdomme genoeg van steeds warme whisky te drinken als ik naar je hoofdkwartier kom.’

Die koelkast is geen belangwekkend detail in de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog, maar wel iets wat helpt om een verhaal te vertellen. Dus gebruikt Antony Beevor dit beeld in De slag om Arnhem.

Zoals hij ook beschrijft hoe paratroepers proberen uit hun vliegtuig te springen zonder uit te glijden over braaksel en urine op de vloer en hoe koeien panisch rondrenden toen er gevechtsvliegtuigen boven hun weiland verschenen. Dankzij Beevor weten we nu ook dat generaal Browning behalve een eigen kok en dokter ook drie teddyberen mee de oorlog in nam, en dat sommige paratroepers de codenaam Operation Market Garden ongelukkig gekozen vonden: ‘Het klinkt alsof we appels gaan plukken of door de tulpen gaan trippelen.’

Een nieuw boek van Beevor, die zich sinds februari 2017 Sir Antony mag noemen, veroorzaakt onder liefhebbers steevast een golf van opwinding. Hij doet algauw vijf jaar over een boek, en aangezien hij inmiddels 71 is, zou het best eens kunnen dat De slag om Arnhem zijn laatste is.

‘Het is een heel Brits verhaal dat naadloos in zijn oeuvre past. Hiermee heeft hij de hele oorlog beschreven.'

Historicus Wim Berkelaar over de slag om arnhem

Zelf heeft hij in een interview al aangekondigd dat hij wel zin heeft om weer romans te gaan schrijven. Daarmee zou de cirkel rond zijn, want als jonge militair begon hij uit verveling ooit aan een roman. In plaats van te gaan studeren, had Beevor zich na zijn middelbare school gemeld bij de koninklijke militaire academie Sandhurst. Toen hij halverwege de twintig was, hield hij het leger voor gezien, maar de ervaring zou hem de rest van zijn leven van pas komen. Beevor is geen studeerkamergeleerde, maar een oud-militair die weet hoe het is om met volle bepakking door de modder te kruipen.

Na drie romans bekeerde hij zich tot non-fictie; met militaire geschiedenis als specialisatie. Zijn boeken over de Spaanse Burgeroorlog, de slag om Stalingrad, de val van Berlijn en D-Day werden behalve standaardwerken ook bestsellers. Wereldwijd verkocht hij meer dan zes miljoen boeken.

Waarin onderscheidt Beevor zich nu precies? Historicus Wim Berkelaar, vaak te horen bij OVT en Dit is de dag op NPO Radio 1, heeft veel van zijn boeken gelezen. ‘Deze man is niet voor niets gedebuteerd als romancier, hij weet hoe je een verhaal moet vertellen. Je wordt er direct ingezogen. Hij kan componeren en weet spanning vast te houden. Terwijl het heel makkelijk is dit soort boeken te vermoorden. Dat gebeurt vaak hoor, vergis je niet.’

De slag om Arnhem lijkt na al die grote onderwerpen een merkwaardige keuze. ‘Juist niet,’ zegt Berkelaar. ‘Het is een heel Brits verhaal dat naadloos in zijn oeuvre past. Hij begon met de Spaanse Burgeroorlog, waar de Duitsers en Russen al liepen te oefenen. Daarna kwam Stalingrad, D-Day, en de capitulatie in Berlijn. Daar tussenin zit het gehannes van de geallieerden in Arnhem. Dat gat heeft hij nu gedicht. Hiermee heeft hij echt de hele oorlog beschreven.’

oorlogsporno

Antony Beevor

Volgens Berkelaar is Beevor een instituut. ‘Franco stierf in 1975 en in 1982 kwam hij al met een boek over de Spaanse Burgeroorlog. Als op en top Brit ging hij naar Spanje om ter plekke allerlei bronnen te raadplegen. Datzelfde deed hij voor zijn boek over Stalingrad. Toen de Russische archieven toegankelijk werden, is hij daar meteen op gedoken. Er was al heel veel geschreven over Berlijn en Stalingrad, maar hij bouwde connecties op met plaatselijke historici die hem hielpen om ter plekke dingen uit te zoeken. Zo heeft hij toch veel toe weten te voegen. Daar komt bij dat hij zelf in het leger heeft gediend. Dit is een man die gevoel heeft voor soldaten. Hij zal zich nooit beperken tot de ervaringen van de generaal, maar juist uit dagboeken van gewone soldaten putten. Zo weet hij de onvoorstelbare verschrikkingen van de oorlog invoelbaar te maken.’

Georkestreerde massaverkrachting, jonge kinderen die zelfmoord plegen, kannibalisme onder militairen; Beevor kan soms zelf ook de slaap niet vatten als hij over dit soort zaken schrijft. Maar hij doet het wel. Niall Ferguson, een historicus die op hetzelfde terrein opereert als Beevor, heeft hem om die reden ooit beschuldigd van het schrijven van oorlogsporno.

‘Volslagen onzin,’ zegt Berkelaar. ‘Ferguson is een fenomeen. Duizelingwekkend erudiet, ik mag zijn schoenen niet poetsen. Maar hij heeft ongelijk. Waarom zouden we dit niet opschrijven? Dit is wat het is. Moet je dan geserreerd over een oorlog schrijven? Van die mannen die helemaal droog zitten te geilen op Messerschmidts en glimmende tanks, die militaria verzamelen; dat is war porn. Zulke mannen, want het zijn altijd mannen, schrijven nooit een fatsoenlijk boek. Het mooie aan Beevor is juist dat hij niet afgestompt is geraakt. Hij is nog steeds raakbaar en dat maakt zijn boeken zo goed.’

ook interessant

Antony Beevor – De Slag om Arnhem. Oorspronkelijk Arnhem. The Battle for the Bridges, 1944. Vertaling Bep Fontijn, Willem van Paassen en Pieter de Smit, uitgeverij Ambo/Anthos.