Gedroomde gast

, Dirk-Jan Arensman

Welbeschouwd kan er in de zesde editie van 'DWDD Heimwee: Hier is.. Adriaan van Dis' maar één man te gast zijn: Stephen Fry. We verheugen ons op charmant kakkineuze tweespraak.

DWDD Heimwee: Hier is… Adriaan van Dis
donderdag 8 maart, NPO 1, 19.00-20.00 uur

Het is inmiddels een aardige traditie: de afgelopen vijf jaar interviewde Adriaan van Dis op een donderdag in maart, aan de vooravond van het Boekenbal, een drietal nationale en internationale schrijvers in DWDD Heimwee: Hier is… Adriaan van Dis.

‘Een gezamenlijk Boekenweekgeschenk,’ noemt Matthijs van Nieuwkerk de jaarlijkse reprise van het vermaarde VPRO-programma graag. En die geschenken vielen tot nu toe behoorlijk fraai uit. Die hartverscheurende ontmoeting met Maarten en Eva Biesheuvel in de eerste editie, bijvoorbeeld, toen Bies hevig geëmotioneerd zijn ‘Brief aan mijn vader’ voorlas. Gedenkwaardige gesprekken met Howard Jacobson en Simon Schama. Of, afgelopen jaar, de komst van Hilary Mantel, maar liefst twee keer met een Booker Prize tot koningin van de historische roman gekroond.
Vast onderdeel van de folklore: wie de keuze uit witte wijn, rode wijn of water ging krijgen, werd pas in de week van uitzending bekendgemaakt. En na afloop zei de presentator telkens wat stelliger dat dit wat hem betreft de allerlaatste keer was geweest.

Aanstaande donderdag volgt niettemin editie nummer zes, waarover de redactie opnieuw verre van loslippig was. Maar afgaand op wat Van Dis en Van Nieuwkerk er vorig jaar over zeiden, kan er welbeschouwd maar één man te gast zijn.

alleen Fry!

Eigenlijk wilde hij écht niet nog eens op herhaling, zei Van Dis op 20 maart 2017 vastberaden. Het was genoeg geweest en hij had bovendien andere, nogal geheimzinnig klinkende plannen. (‘Ik ga reizen maken en iets doen wat tijd kost…’) Maar toen Van Nieuwkerk hem er op bijna smekende toon aan herinnerde dat, hoewel Mantel nu was ‘binnengehaald’, twee van zijn drie ultieme droomgasten nog altijd níet bij hem aan tafel hadden gezeten, zwichtte de presentator alsnog: ‘Nou, als Stephen Fry kan, dan wil ik het wel doen. Alléén Fry!’

Tweede, indirectere aanwijzing: de vertaling van het recentste boek van de Brit, het in eigen land in oktober verschenen Mythos, ligt uitgerekend aanstaande donderdag in de winkel. Wat dus, cynisch gezegd, betekent dat Fry ook daadwerkelijk iets te verkopen zou hebben…
Toeval?

Onmogelijk is het natuurlijk niet. Maar het zou ons dusdanig verbazen, dat we ons hier alvast verheugen op een gesprek met het fenomeen Fry.
‘Ik ben een heel pakketje van verschillende dingen,’ zei de komiek, acteur, regisseur, documentairemaker, presentator, voice-over in talloze reclamespotjes en, met meer dan dertien miljoen volgers, tamelijk populaire twitteraar, toen hem begin dit jaar door literair tijdschrift The London Magazine werd gevraagd zichzelf te omschrijven. ‘Ik weet nooit precies wat ik moet zeggen als iemand vraagt wat ik doe. Ik breng de meeste uren schrijvend door, but that’s never what propels one into the public eye.’

oeuvretje

De term ‘tv-persoonlijkheid’ beviel hem zelf nog het best. En het lijdt geen twijfel dat oneindig veel meer mensen hem zullen kennen van de sketches van begin jaren negentig in A Bit of Fry & Laurie, zijn rollen in de series Blackadder en Jeeves and Wooster en films als Wilde (1997) en Peter Jacksons versie(s) van The Hobbit (The Desolations of Smaug in 2013 en The Battle of the Five Armies in 2014), of van de maffe-feitjesquiz van de BBC, QI (‘Quite Interesting’), die hij vanaf 2003 dertien jaar lang presenteerde. Maar als schrijver bouwde Fry, die ooit aan Cambridge Engelse Letterkunde studeerde, niettemin haast ongemerkt een aardig oeuvretje op. (Haast onopgemerkt in Nederland, althans. In Groot-Brittannië is hij een bestsellerauteur.)

Zo publiceerde hij vier romans, van het semiautobiografische The Liar (1991) tot zijn moderne bewerking van De graaf van Monte Cristo, The Star’s Tennis Balls (2000). Er verschenen drie delen van zijn memoires, Moab Is My Washpot (1997), The Fry Chronicles (2010) en More Fool Me (2014); virtuoos babbelige mengsels van ondeugende openhartigheid, kokette zelfspot en smakelijke showbizzroddels, geschreven  in het soort oer-Britse proza, ironisch en op het randje van oubollig, dat zijn liefde voor P.G. Wodehouse en Oscar Wilde verried. En tussendoor was er nog gelegenheidsnon-fictie als Stephen Fry’s Incomplete & Utter History of Classical Music (2004) en The Ode Less Travelled: Unlocking the Poet Within (2005).

charmant kakkineus

Dat zijn laatste, Mythos, een hemelbestormend boek is, kun je eerlijk gezegd nauwelijks beweren. ‘De Griekse mythen en sagen herverteld,’ is een wat misleidende ondertitel, aangezien hij in feite maar een zeer beperkte greep uit die oerverhalen deed. (‘Als ik helden als Oedipus, Perseus, Theseus, Jason en Herakles en de details van de Trojaanse Oorlog had opgenomen,’ grapt hij in het voorwoord, ‘zou dit boek zo zwaar zijn geworden dat zelfs een Titaan het niet had kunnen oppakken.’) En hoe liefdevol ook, zijn poging de opwindende wereld van de mythologie voor iedereen toegankelijk te maken heeft soms iets schools samenvatterigs. Al blijkt het plezier dat hij er zelf in had dan weer wel uit de vaak geestige dialogen en terzijdes waarin hij, pakweg, god van de oorlog Ares afschildert als ‘onintelligent, uiteraard; monumentally dense’ of zich voorstelt dat een in woede ontstoken Hera ‘porseleinen ornamenten naar futloze dienaren smijt’.

Typerend, bovendien: Fry weet, als ieders favoriete geleerde oom, ruimhartig met zijn aanzienlijke kennis te strooien zonder daarmee als een pretentieuze wijsneus over te komen. Ook op papier altijd bezig zijn publiek te vermaken, op de innemende en vederlichte toon van een geboren causeur.
Een onderhoudend gesprek belooft het mede daarom sowieso te worden, komende donderdag. Of beide charmant kakkineuze heren het nu zullen hebben over Fry’s verarmde-adeljeugd en de drie maanden gevangenisstraf die hij ooit uitzat wegens creditcarddiefstal of over zijn kameleoneske carrière(s), over zijn leven met een manisch-depressieve stoornis, zijn terugkerende rol als middelpunt van (sociale) mediastormpjes, zijn weerzin tegen de instituten van het christendom of de vraag waarom zijn favoriete Griekse god Hermes is.
Een waardige aflevering om de heimweereeks mee af te sluiten, zou je denken.

Tenzij de DWDD-redactie voor 2019 zelfs Van Dis’ laatste droomgast, Martin Amis, weet te strikken, natuurlijk.

Stephen Fry: Mythos (vert. Henny Corver, Uitgeverij Thomas Rap)