Spannende puzzels

, Dirk-Jan Arensman • foto merlijn doomernik

In 2017 schreef Jan van Mersbergen een thriller, om te kijken of hij dit kon. Nu publiceert hij onder het pseudoniem Frederik Baas zijn tweede, Herberekening.

Een week voor ons gesprek verschijnt op het weblog van Jan van Mersbergen (1971) ‘Een nieuw begin’.

‘Schrijvers die niet stilzitten, daar hou ik van en daar reken ik mezelf ook toe,’ begint dat stukje. ‘Dus nu de drukproef van mijn tweede thriller helemaal bekeken is en de tweede versie van de nieuwe roman bijna naar de uitgeverij kan, begon ik gisterochtend aan een nieuw boek. (…) Ik tikte drieduizend woorden, achter elkaar, met een paar witregels ertussen om even naar adem te happen. Dat was de openingsscène.’

Ferme handen-uit-de-mouwenzinnen, typerend voor iemand die sinds zijn debuutroman, De grasbijter (2001), elf titels publiceerde, waarvan zes in de laatste vijf jaar en de meest recente afgelopen week: Herberekening, zijn tweede literaire thriller onder het pseudoniem Frederik Baas.
‘Ik vind het werken aan die boeken zo leuk,’ zegt hij ten burele van zijn thrilleruitgever, ‘dat mijn redacteuren me eerder moeten afremmen dan zorgelijk vragen wanneer er iets nieuws komt. Ík schrijf wel door. Het voornaamste is dat je je voorneemt iets te maken en je daarin vastbijt. Elke dag gaan zitten. Werken aan wat er nog niet goed aan is.’

En deed Van Mersbergen over romans als De laatste ontsnapping (2014) of De ruiter (20016) ruwweg twee jaar, bij zijn thrillers ligt het productietempo aanmerkelijk hoger. ‘Toen ik de opzet eenmaal in mijn hoofd had, heb ik Herberekening in twee maanden geschreven. Niet zo gek, want als ik dagelijks duizend woorden schrijf, heb ik in zestig dagen een aardig boek bij elkaar.’
Met een glimlach: ‘Duizend woorden, daar ben ik om tien uur ’s ochtends mee klaar.’

suggestie

Aan zijn eerste thriller, Dagboek uit de rivier (2017), begon hij uit nieuwsgierigheid. ‘Ik las er best veel, en wilde weten of ik er zelf eentje kon schrijven.’ Met positieve én negatieve genrevoorbeelden in zijn achterhoofd.
‘Silence of the Lambs'  van Thomas Harris vond ik ontzettend goed gedaan. Op een gegeven moment ontsnapt Hannibal Lecter uit zijn cel, en takelt hij een bewaker verschrikkelijk toe. In een film word je dan ongeveer met bloed overgoten, maar er staat dan: “Ze wisten zijn rechteroog nog te redden.” Verder niks.’

Wat hij wilde vermijden? ‘Zo’n openingsscène waarin een vrouw geketend wakker wordt in een vochtige kelder. Of die neiging om van elk steegje een donker steegje te maken. Voor mij is het belangrijk dat je ruimte voor de lezer openlaat. Dat je met beelden en suggestie werkt, en de kracht bijvoorbeeld óók kan zitten in het perspectief van waaruit een verhaal wordt verteld.’  

In Herberekening is de verteller Leon, die aan het begin van zijn relaas een meisje tegenkomt dat hij nog van school kent. Hij past even op haar huurauto, terwijl zij ergens iets gaat ophalen. ‘En wanneer ze niet terugkomt, hoort hij ineens de stem van de navigatie: “Volg de weergegeven route.” Wat hij vervolgens doet.’
Wat volgt is een verhaal vol suspense rond de eindbestemming en het doel van die rit, met ‘een The Usual Suspects-achtige opzet’ waarover we weinig zullen prijsgeven.

‘Het gaat over iemand die betrokken blijkt bij… een heftige daad. Maar ondertussen is het ook gewoon een jongen die zijn vader wil leren kennen, zijn moeder een beetje een vaag type vindt en nadenkt over zijn vrienden van de leesclub.’ Al schrijft hij hier wel wat minder subtiel en indirect over dergelijke psychologische zaken dan in zijn reguliere werk. ‘Thrillerlezers zijn niet bang om te zeggen: ik lees dit voor mijn ontspanning. Ze komen thuis en pakken zo’n spannend boek om even niet aan hun werk te denken. Een heel legitieme reden om te lezen.’

erkenning

Meer dan complexe karakterstudies zijn die Baas-boeken uiteindelijk puzzels die goed in elkaar moeten zitten. Een ander metier, van dwaalsporen en verrassende plotwendingen, waarvoor Van Mersbergen zich allerminst schaamt, zeg hij. Daarom maakte hij ook meteen duidelijk dat hij achter Frederik Baas schuilging. ‘Maar ik wilde wel het onderscheid maken, omdat mensen bij boeken onder mijn eigen naam iets anders verwachten.’

Een ‘apart merk’ met het liefst jaarlijks een nieuw titel wil hij maken van zijn pseudoniem, waarvan de voornaam bestaat uit de voorletters van de hoofdpersonages uit zijn eerste acht romans en hij de achternaam ooit op een bestelbusje zag staan. Simpel. Al zit er volgens de bedenker ‘nog wel iets meer achter’: ‘Een lange voornaam met een korte achternaam bekt lekker. En voorin in het alfabet zitten, is ook handig. Op lijstjes van genomineerde boeken voor een prijs sta je dan altijd bovenaan.’

Hij houdt wel van nadenken over dergelijke marketingkwesties, glimlacht hij. ‘We hebben het er in het begin ook over gehad of het geen Scandinavische naam moest worden, omdat alles wat daar op thrillergebied vandaan kwam goed verkocht. Een streepje door een o, en klaar ben je. Of een vrouwennaam, omdat vrouwen in Nederland een groter lezerspubliek hebben…’  
Niet gedaan, dus. ‘Want je voelt wel dat die boeken niet door een vrouw zijn geschreven. En van Scandinavië weet ik gewoon te weinig af.’

Over de ontvangst van Frederik Baas heeft hij ondertussen niet te klagen, gelukkig, met voor diens eersteling onder meer een vijfsterrenrecensie in de VN Detective & Thrillergids. Fijne professionele erkenning. ‘Maar,’ grinnikt hij, ‘er zullen ook altijd lezers zijn die zeggen: “Ik had na dertig pagina’s wel zin gehad in een lustmoord.”’

Frederik Baas: Herberekening
(uitgeverij Ambo/Anthos)