Onvertelbaar

, Maarten van Bracht

Stella Goldschlag was een Jodin die in Berlijn honderden Joden verraadde en aan de Gestapo uitleverde. Takis Würger schreef een roman over haar.

Zijn jetlag verslaat Takis Würger door extra veel te slapen, al tijdens de vlucht vanaf New York, waar hij verblijft als writer-in-residence, en eenmaal in Amsterdam door de tweede helft van Juventus-Ajax doodleuk voor gezien te houden. Het is geen overbodige maatregel; na het interview gaat hij meteen door naar Brussel, daarna wacht Londen, en het beantwoorden van de inmiddels duizenden lezersreacties – achter in zijn afgelopen januari in Duitsland verschenen roman staat zijn persoonlijke e-mailadres – neemt alle dagen veel tijd in beslag. 

Stella, in Duitsland zowel juichend ontvangen als fel bekritiseerd, wordt op de flaptekst door zijn vermaarde collega Daniel Kehlmann verwelkomd als een aberwitzige (dwaze) onderneming, namelijk ‘vertellen wat niet te vertellen is’. Würger construeert in zijn roman een liefdesrelatie rond Stella Goldschlag, alias ‘het blonde gif’, een Berlijnse Jodin die vanaf 1942 honderden, mogelijk duizenden Joden aan de Gestapo verraadde en daarmee in de vernietigingskampen deed belanden. 

Mijn boek wordt steeds aan de werkelijkheid getoetst, maar er staat echt "roman" op het omslag'

TAKIS WÜRGER

Takis Würger (33), naast auteur ook parttimejournalist bij Der Spiegel, toont veel lef door de witte plekken in de biografie van Goldschlag, die na de oorlog tot tien jaar gevangenis werd veroordeeld en in 1994 zelfmoord pleegde, met fictie in te vullen. Ongepast en ook niet overtuigend, vond een deel van de Duitse kritiek. Maar eerst de feiten: Goldschlag verrichtte in Berlijn dwangarbeid, dook onder, werd opgepakt, deed een vluchtpoging, werd gemarteld en besloot daarna met de Gestapo samen te werken in de hoop haar leven en dat van haar eveneens opgepakte ouders te redden. Als Jodin wekte ze door haar ‘Arische’ voorkomen (blond haar, blauwe ogen) geen argwaan en kreeg ze ook gemakkelijk toegang tot Joodse lotgenoten in Berlijn om hen aan de Gestapo uit te kunnen leveren. Waarom ze haar activiteiten als ‘Greiferin’ ook na de dood van haar echtgenoot en ouders bleef voortzetten, is onduidelijk. Over haar motieven, andere dan de eigen huid redden, heeft Goldschlag nooit iets losgelaten. Ze speelde vele rollen. 

Draaiboek

Takis Würger stuurt een naïeve en nieuwsgierige jonge Zwitser met rijke ouders in 1942 naar Berlijn, waar hij zijn intrek neemt in een duur hotel bij de Brandenburgse Poort. Deze Friedrich neemt tekenlessen en wil uitzoeken wat er waar is van het gerucht dat ’s nachts in het Scheunenviertel Joden met meubelwagens worden opgehaald. In een nachtclub sluit hij vriendschap met een SS’er van aristocratische komaf en leert een zangeres kennen die haar dubbelleven voor hem verborgen weet te houden, totdat ze hem bekent dat ze niet Kristin heet maar Stella. En haar verradersactiviteiten hun noodlottige beslag krijgen. 

De roman laat zich bijna lezen als een draaiboek. Het kort en bondig vertelde verhaal wordt afgewisseld met vijftien gerechtelijke stukken afkomstig uit het Landesarchiv Berlin: getuigenverklaringen voor het militair Sovjettribunaal dat Goldschlag na de oorlog veroordeelde. Ook heeft de auteur twaalf chronologische tabellen toegevoegd, waarin in kort bestek per maand de belangrijkste gebeurtenissen van het jaar 1942 worden opgesomd. Hij heeft het boek opgedragen aan zijn overgrootvader Willi Waga, die in 1941 is vergast. 

Takis Würger: ‘Dat werd mij pas op m'n 28ste verteld. Mijn oma heeft er nooit over willen spreken. Het was een soort familiegeheim: mijn overgrootvader was geestesziek en daarover bestond in de familie schaamte. Mijn vader maakte duidelijk dat althans zijn naam in de herinnering moest voortleven.' 

Hoe kwam u ertoe om Stella Goldschlag en zo'n beladen thema met fictie te benaderen?

'Het begon ermee dat ik in Berlijn de musical Cabaret zag, waarin schoonheid en terreur naast elkaar bestaan. Een vriend die daarin meespeelde vertelde me toen dat het bij Stella Goldschlag, die in nachtclubs zong, ook zo gegaan is. Ik ging rechercheren, in het besef dat er twee vragen spelen die niet te beantwoorden zijn: die naar individuele schuld en wat ik toen zelf zou hebben gedaan. Maar met literaire middelen kun je het toch proberen en die vragen opnieuw stellen. Het leven van Stella Goldschlag is goed gedocumenteerd, haar vroegere klasgenoot Peter Wyden heeft haar biografie geschreven en er is een documentaire over haar gemaakt. Dus aan de historische Stella kon ik niks feitelijks toevoegen. Ik wilde enerzijds een goed verhaal schrijven en anderzijds tonen hoe wreed en perfide het nazisysteem was, wat bij Goldschlag wel bijzonder duidelijk werd. 

Nee, ik wilde geen begrip voor haar kweken, dat heb ik ook niet. Net als de verteller, Friedrich, krijg ik geen hoogte van haar, ook al heb ik me drie jaar lang intensief met haar beziggehouden. Ook na zo'n vijftig voorleesavonden met publiek blijft ze een raadsel. Net als de shoah; er bestaat geen bevredigende verklaring voor. Hoe zijn de nazi's op het idee gekomen om de Europese Joden uit te roeien? Het is waanzin, en toch moet de waarom-vraag steeds opnieuw worden gesteld, en de laatste getuigen die nog leven moeten worden gehoord. Vorig jaar heb ik in Tel Aviv nog een Auschwitz-overlevende gesproken – hij overleed in december. Elke nieuwe generatie moet een manier vinden om met de shoah om te gaan, en dat kan wat mij betreft ook met een liefdesrelatie anno 1942. Schoolboekenkennis is één ding, maar het wordt pas echt als je Primo Levi of André Kertész leest, naar musea gaat, enzovoort.' 

'Ich weiß nicht ob es falsch oder richtig ist, einen Menschen zu verraten, um einen anderen zu retten,' zegt Friedrich. Maar het lijkt of Goldschlag ook plezier beleefde aan het verraden van Joden.

'Dat weten we niet. Waarom ging ze ermee door toen haar man en ouders dood waren? Sommige onderzoekers denken dat ze genoot van de macht die ze kon uitoefenen. Een deel van de soms heftige kritiek in Duitsland hangt volgens mij samen met de vraag hoe we ons de oorlog moeten herinneren. Dat het boek zowel flink is geprezen als bekritiseerd, bewijst daarom volgens mij dat ik goed zit: er vindt discussie plaats. Het boek wordt ook goed gelezen, er zijn er intussen 60.000 verkocht. Herinneringscultuur betekent niet dat we het allemaal met elkaar eens moeten zijn, maar juist dat er verschillend over kan worden gedacht. En dus is alle kritiek welkom, ook als wordt gezegd dat een niet-Jood zo'n boek niet mag schrijven. Ik ben op een groot podium gaan staan en kan dus weerwoord verwachten.' 

De kritiek uit Joodse hoek was juist positief en welwillend.

'Ik heb veel Joodse vrienden en heb veel met Joden gesproken. Ze vonden het geen enkel probleem dat ik een liefdesrelatie verzin tussen een Duitse Jodin en een Zwitser. Mijn boek wordt steeds aan de werkelijkheid getoetst, maar er staat echt "roman" op het omslag. Hoe de werkelijkheid was is helemaal niet beslissend, het gaat om een kunstwerk. Bij De voorlezer van Bernhard Schlink en Hogwarts van Harry Potter wordt ook niet gevraagd of het wel echt is.' 

Ik had ook sterk de neiging om te controleren of de bizarre feiten in de roman wel kloppen. Bijvoorbeeld: worden de rode eekhoorns bij de Savignyplatz echt verdrongen door de grijze?

'Heel veel mensen googelen tijdens het lezen. Natuurlijk is het verhaal fictie, maar ik heb alle feiten door drie historici laten controleren. Zo laat ik tijdens luchtaanvallen in de bunker bij het hotel rode wijn en chocolade serveren. Dat wordt niet geloofd, maar hotel Adlon liet dat toen in z'n schuilkelder echt uitdelen. Ook de soms onwaarschijnlijke feiten in de chronologische tabellen kloppen allemaal, zoals de Rijkscommissie voor Volkorenbrood die een advertentie plaatst met de woorden: "Volkorenbrood is beter en gezonder!" Juist omdat het zo onwaarschijnlijk lijkt maar feitelijk is, wordt het boek steeds aan de werkelijkheid getoetst. Dat het de lezer irriteert is juist de bedoeling.' 

Reageren uw lezers per e-mail ander dan de recensenten?

'Het verschil is enorm. Meteen na verschijning van het boek was de kritiek van de Süddeutsche en de FAZ heftig. Dus ik vreesde het ergste voor de reacties per e-mail, maar van de duizenden e-mails waren er maar tien kwetsend negatief. Zeer geruststellend! 

Ik hoop wel dat Nederlandse lezers me niet in het Nederlands gaan mailen.'