Kwestie van geluk

, Katja de Bruin

Jarenlang werkte Sayaka Murata achter de kassa van een Japans 24-uurswinkeltje. Hier situeerde ze Buurtsupermens, een intrigerende korte roman over een jonge vrouw die – tot ergernis van haar omgeving – volkomen tevreden is met haar uitzichtloze leventje.

Iedereen die wel eens in Japan is geweest, kent ze: de 7-Eleven, FamilyMart, Lawson of Mini Stop. Stampvolle winkeltjes die 365 dagen per jaar 24 uur per dag open zijn voor een flesje groene thee, een snelle rijstbal of de nieuwste mangastrip. Maar je kunt er ook je elektriciteitsrekening betalen, een overhemd kopen en zelfs een schone onderbroek halen. Van deze diensten wordt volop gebruik gemaakt als gevolg van het Japanse arbeidsethos, waarbij extreem overwerk eerder regel is dan uitzondering.   

Maar ook Japanners die niet zestien uur per etmaal in de kantoortuin doorbrengen, maken dagelijks gebruik van een van de 55.000 konbini’s. Sayaka Murata (1979) stond niet alleen jarenlang achter de kassa van zo’n winkeltje, maar situeerde er ook haar korte roman Konbini ningen, waarin ze drie heilige Japanse huisjes omverschopt: het huwelijk, de werkplek en de sociale druk om je aan te passen.

 

Haar collega’s komen en gaan, maar Keiko heeft geen enkele andere ambitie. Nergens voelt ze zich gelukkiger dan in haar Smile Mart.

Verteller is Keiko Furukura, 36 en al achttien jaar werkzaam in Smile Mart Station Hiiromachi. Ze is ongetrouwd en leeft uitsluitend voor haar werk. Elke ochtend trekt ze vol overgave haar uniform aan, om vervolgens met haar collega’s in een soort religieuze ceremonie de standaardzinnetjes op te dreunen waarmee klanten worden aangesproken. Ze staat achter de kassa, haalt worstjes uit de vriezer, vult de voorraad frisdrankflesjes aan in het koelvak en controleert welke broodjes over datum zijn. 

Haar collega’s komen en gaan, voor hen is dit een bijbaantje dat ze zo snel mogelijk verruilen voor een serieuze kantoorbaan, maar Keiko heeft geen enkele andere ambitie. Nergens voelt ze zich gelukkiger dan in haar Smile Mart. Nooit komt ze te laat, nooit meldt ze zich ziek. Ontbijt, lunch en diner betrekt ze uit de schappen die ze zelf heeft gevuld. ‘Het idee dat mijn lichaam bijna uitsluitend voedingswaren uit deze buurtsuper bevat, geeft me het gevoel dat ik er deel van uitmaak, net zo goed als de rekken met non-foodartikelen en de koffiemachine.’

Anoniem

In haar vrije tijd spreekt Keiko een enkele keer af met een oude schoolvriendin of gaat ze op bezoek bij haar zus, die inmiddels getrouwd is en een zoontje heeft. In de oerconservatieve Japanse samenleving is trouwen en kinderen krijgen nog altijd het doel waarnaar elke vrouw hoort te streven, al is de praktijk allang anders. Steeds meer Japanners blijven alleen, en als ze al een partner vinden, leidt dat niet langer vanzelfsprekend tot een baby.

Nergens ter wereld is het geboortecijfer zo laag. Seks heeft, blijkens onderzoek naar dit ‘celibaatsyndroom’, voor veel Japanse stellen geen prioriteit. Het celibataire bestaan, al dan niet vrijwillig, is een van de thema’s die in het werk van Murata telkens weer opduiken.   

Zo ook in Konbini ningen, de roman waarmee Murata buiten Japan doorbrak en die in dertig landen is vertaald. Hier heet het, bij gebrek aan een beter woord, Buurtsupermens, al zijn onze buurtsupers niet te vergelijken met de efficiënte winkeltjes die je in Japanse steden op elke straathoek aantreft.   

Murata was 24 toen haar eerste boek verscheen. Daarmee won ze gelijk een prijs voor debutanten. Twaalf jaar en negen boeken later volgde haar doorbraak met Buurtsupermens, haar tiende roman. Al die boeken schreef ze in de uren die ze niet in haar eigen buurtsuper werkte. Net als Keiko heeft ze achttien jaar in zo’n konbini gewerkt.

Niet alleen omdat er noedels op de plank moesten, maar ook omdat het de ideale omgeving is om de medemens onopvallend te kunnen gadeslaan. Als winkelbediende ben je zo’n anonieme verschijning dat klanten geen seconde zullen vermoeden dat de kassière hen als potentieel romanmateriaal beschouwt.  

Voortplanting

Pas in 2017, na het succes van Buurtsupermens, waarvan in Japan meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht, zegde Murata haar baan bij 7-Eleven op om fulltime te gaan schrijven. Haar succes maakte het onmogelijk nog langer anoniem Marlboro Menthol Lights en nigiri-tonijn te verkopen. Dit jaar wordt ze veertig, maar ze woont naar verluidt nog altijd bij haar ouders.

Die weigeren overigens haar boeken te lezen. Te veel seks. Om dezelfde reden durft haar broer zijn vrienden haar romans niet aan te raden. In interviews gaat het vaak over de sociale druk die vrouwen van haar leeftijd voelen om aan de gouden standaard te voldoen. Volgens Murata hebben veel van haar vriendinnen hun echtgenoot leren kennen via een datingsite en is seks uitsluitend aan de orde op de dagen dat ze ovuleren.  

Dat gegeven inspireerde haar tot Shōmetsu sekai, een dystopische roman die in 2015 verscheen en zich afspeelt in een samenleving waarin voortplanting uitsluitend kunstmatig plaatsvindt. Seks tussen echtgenoten is in deze maatschappij net zo verwerpelijk geworden als incest. In de Financial Times vertelde ze hoe een jong Japans stel haar na lezing toevertrouwde dat dit ook hun huwelijksideaal was.

Dat voortplanting in welke vorm dan ook Murata’s belangstelling heeft, blijkt ook uit het onderwerp van de novelle Satsujin shussan, uit 2014, waarin iedere vrouw die tien kinderen baart een persoon naar keuze mag vermoorden. Geen wonder dat Japanse schrijvers en critici van de klassiekere school zich niet goed raad weten met deze nieuwe literaire ster.

Trend

In Buurtsupermens moet Keiko haar solitaire leven voortdurend verdedigen. Op haar 36ste is ze nog maagd en ze heeft geen enkele behoefte aan fysieke betrekkingen. De enige reden om een man in haar leven toe te laten zou zijn dat ze daarmee haar zus en vriendinnen het zwijgen kan opleggen; zij blijven immers maar drammen over waarom ze nog steeds alleen is en maar bij die buurtsuper blijft werken. Dus als zich op een dag een lapzwanzige collega aandient die uit zijn huis is gezet, grijpt Keiko haar kans en neemt ze deze Shiraha in huis. Niet als potentiële minnaar, maar als een soort huisdier dat op gezette tijden gevoederd wordt.  

Het is allemaal uiterst treurig, maar ook vermakelijk en verfrissend, een boek dat drijft op de gedragingen van een onaangepaste, onaantrekkelijke vrouw

Het is allemaal uiterst treurig, die wereld van tl-licht, voorverpakte maaltijden en ingestudeerde beleefdheid. Maar het is ook vermakelijk en verfrissend, een boek dat drijft op de gedragingen van een onaangepaste, onaantrekkelijke vrouw. In dat opzicht doet Murata denken aan Otessa Moshfegh, die ook graag schrijft over vrouwen die weigeren zich binnen de sociale kaders te bewegen.   

Je zou zelfs kunnen beargumenteren dat er sprake is van een trend: ook in het werk van Kristen Roupenian, Rebecca Lee, Claire Vye Watkins, Dorthe Nors en onze eigen Esther Gerritsen lopen zulke types rond. Vrouwen die niet mooi of sexy zijn, of die, zelfs als ze dat wel zijn, zich niet gedragen zoals van hen wordt verwacht. De naamloze verteller uit Mijn jaar van rust en kalmte van Otessa Moshfegh is jong, slank, mooi en slim en woont dankzij een erfenis ook nog eens aan de Upper East Side van Manhattan. En wat doet ze? Ze ligt een jaar lang in bed naar films met Whoopi Goldberg te kijken.

In Roxy van Esther Gerritsen sluipt de gelijknamige hoofdpersoon ’s nachts rond in een weiland om schapen op hun rug te leggen. In Spiegel spiegel schouder van Dorthe Nors legt Sonja aan haar massagetherapeut uit wat haar probleem is: ‘Ik lijk op mijn moeder. (…) We hebben een rijke innerlijke wereld. We kunnen van alles. Maar we zijn niet helemaal goed afgesteld als vrouw.’  

Messteek

Vrouwen die gemeen, achterbaks of sadistisch zijn, die niet bezig zijn mannen te behagen, die liever alleen zijn dan dat ze zich aanpassen. Ze rukken op in de letteren en dat is een welkome variatie op vrouwen als Clio uit Grand Hotel Europa, ‘een vrouw die weet hoe zij haar entree moet maken, in een spectaculair kort zwart jurkje van Elsa Schiaparelli’, waarna Ilja Leonard Pfeijffer nog een lange alinea nodig heeft om haar Fendi-schoenen, Gucci-oorbellen en Ferrari-rode lippenstift te beschrijven.   

Doe ons dan Keiko maar. Is ze autistisch? De manier waarop ze zich vastklampt aan haar geestdodende werk en de vrouwen om zich heen imiteert om zich staande te houden in het sociale verkeer duidt daarop. Of sluimert er ergens binnen in deze fletse verschijning een gewelddadige gek? Wanneer de baby van haar zus huilt, is haar eerste gedachte dat een eenvoudige messteek hem tot zwijgen kan brengen. Of is ze domweg gelukkig zolang ze maar rondjes kan blijven zwemmen in dat smetteloze aquarium waar de tl-balken eeuwig branden?  

Juist dit mysterie maakt Buurtsupermens tot een bijzonder knap en intrigerend boek: dystopische horror en sociale satire in één.

Titel
Buurtsupermens (oorspr. Konbini ningen)

Uitgeverij
Nijgh & van Ditmar

Auteur
Sayaka Murata (vertaling Luk van Haute)