Het monster in de mens

Julia Shaw schreef het boek Het Kwaad en durft over de duistere kanten van de mens te denken.

, Katja de Bruin

Iedereen heeft een duistere kant, alleen praten we er niet graag over. Forensisch psycholoog Julia Shaw wel. Zij schreef Het kwaad, over normale mensen die slechte dingen doen.

‘Eigenlijk wil ik dat mensen het begrip “evil” niet langer gebruiken’, zegt Julia Shaw aan het eind van het gesprek. Een opmerkelijke uitspraak voor iemand die net een boek heeft gepubliceerd met precies die titel. Forensisch psycholoog Shaw schrijft in Evil (vertaald als Het kwaad) over onderwerpen die variëren van grappig en bizar tot verontrustend.

Neem de merkwaardige behoefte om iets te hard in een spekkige baby te willen bijten, of een puppy zo stevig te knuffelen dat het niet leuk meer is. Daar blijkt een naam voor: cute aggression. De biologische verklaring is dat ons brein te grote schattigheid automatisch compenseert met een milde vorm van agressie.

'We zijn allemaal in staat tot veel ergere dingen dan we voor mogelijk houden'

Shaw 

Dit is zo ongeveer het onschuldigste gedrag dat je in Evil zult tegenkomen. Waarom vinden we bleke mensen met uitpuilende ogen en lange vingers eng? Waarom worden moordsouvenirs zo gretig verzameld? Waarom fantaseren vrouwen erover verkracht te worden? Waarom lopen we op straat met een boogje om zwervers heen? Het zijn maar een paar vragen waarop Shaw antwoord probeert te geven, aan de hand van wetenschappelijk onderzoek naar wat zich afspeelt in de duisterste spelonken van ons brein.

Ondanks de loodzware onderwerpen waarmee ze zich bezighoudt, is Julia Shaw een vrolijke, goedlachse prater die overloopt van enthousiasme voor haar werk. ‘Criminele psychologie gaat over normale mensen die slechte dingen doen. Sommige onderwerpen zijn heel abstract en moeilijk op je eigen leven te betrekken, maar het is wel waardevol om te laten zien hoe we tot zulk gedrag kunnen komen. Als je gelukkig bent, geen honger hebt en een dak boven je hoofd hebt, maak je andere keuzes dan wanneer je dat allemaal niet hebt.’

Shaw betoogt dat we allemaal in meer of mindere mate duistere gedachten en fantasieën hebben, die we meestal niet uitvoeren en waar we liever niet over praten. Zo blijkt het heel normaal om moord-en verkrachtingsfantasieën te hebben. Gelukkig betekent dat niet dat je een slecht mens bent en dat je zoiets in echte leven ook zou willen.

‘Mijn doel is empathie en begrip te kweken. We trekken muren op tussen "zij die slecht zijn" en "wij die goed zijn", terwijl iedereen slecht kan zijn. Veel van de onderwerpen waarover ik schrijf, zijn eng en taboe en daarom praten we er liever niet over. Iedereen die naar een enge film kijkt heeft zich wel eens afgevraagd hoe het zou zijn om de psychopaat te zijn. In iedereen schuilt een kleine kern van slechtheid. De grens die we trekken is daarom heel kunstmatig. We zijn allemaal in staat tot veel ergere dingen dan we voor mogelijk houden. Dat is eng, maar ook interessant.’

Zoöfielen

In haar boek haalt ze tientallen onderzoeken aan waarin meer of minder extreme afwijkingen in onze hersenen zijn onderzocht. Zo is er hersenonderzoek gedaan onder psychopaten, pedofielen, pornoverslaafden en homofobe mannen. Die laatste groep werd in een onderzoek aangesloten op een penisplethysmograaf die de omvang van de penis en daarmee seksuele opwinding meet. Na vertoning van diverse soorten porno bleek dat hoe homofober de man zichzelf noemde, hoe groter de kans dat hij opgewonden raakte van homoseksuele porno. Trek uw conclusies.

Nog opmerkelijker is het onderzoek onder 120 zoöfielen, dat dateert uit 2003 en een van de weinige studies is naar deze seksuele voorkeur. Zoöfielen blijken mannen (inderdaad, het zijn voor zover bekend altijd mannen) die een betrekkelijk normale opleiding hebben gevolgd, soms getrouwd zijn, zichzelf niet als seksueel onaantrekkelijk beschouwen en geen groot gebrek aan sociale vaardigheden vertonen. Het zijn dus geen zwakzinnige stumpers die hun lusten botvieren op een toevallig schaap, maar mensen die geloven dat ze een bijzondere relatie met hun dier onderhouden waarbij de seksuele betrekkingen met wederzijdse instemming plaatsvinden.

Razendinteressant natuurlijk, maar hoe betrouwbaar is zo’n onderzoek nou eigenlijk? Het gaat vaak om heel kleine groepen en bij zulke taboeonderwerpen vraag je je algauw af in hoeverre de deelnemers eerlijk antwoord geven.

Shaw erkent dat het lastig terrein is. ‘Dat geldt eigenlijk voor dit hele vakgebied. Er zijn weinig studies om uit te kiezen als het gaat om taboeonderwerpen. Onlineonderzoek is moeilijk. Mensen zullen inderdaad niet altijd eerlijk antwoord geven. Maar je ziet wel patronen tussen verschillende studies. Tussen de twee en zes procent van alle mannen heeft een zekere mate van seksuele belangstelling voor kinderen. Dat is een ruime marge, zo dekken we ons een beetje in. Hersenonderzoeken behoren tot de betere. Er is hersenonderzoek gedaan onder veroordeelde pedofielen, maar niet onder mensen die seks met dieren hebben. Zoöfilie is zo’n niche. Zulke mensen vind je via onlinefora, waar je ze kunt vragen een vragenlijst in te vullen, maar veel meer mogelijkheden zijn er niet.’

'Ik wil niemand kwetsen, maar het is een dunne lijn'

Shaw

Het ultieme kwaad

Een van de leukste onderzoeken is dat naar ‘creepiness’. Wat vinden we eng en waarom? Het bleek nooit goed onderzocht. Pas in 2016 werd de eerste studie naar dit begrip gepubliceerd. De onderzoekers waren zelf ook verbaasd dat niemand eerder op het idee was gekomen dit verschijnsel eens wetenschappelijk te bestuderen.

‘Dit was een van de leukste hoofdstukken om te schrijven. We hebben allemaal een beeld in ons hoofd van iets dat we associëren met het kwaad. In films zie je altijd meteen wie de griezel is. We zijn bang voor mensen uit andere culturen, mensen die geestesziek zijn en mensen met fysieke afwijkingen. We vertrouwen daarbij op ons instinct. Binnen een paar seconden kun je een negatieve indruk van iemand hebben. Als dat gebeurt zou je je moeten afvragen waarom dat zo is. Waar komt die afkeer vandaan? Zodra iemand afwijkt van wat wij als normaal beschouwen, vinden we hem eng. Dat instinct moet je actief bestrijden.’

Op de vraag waar dat instinct dan goed voor is, heeft Shaw een simpel antwoord. ‘Het is bedoeld voor een wereld die niet meer bestaat. Onze voorliefde voor suiker had ooit ook een functie. Hiervoor geldt hetzelfde. Onze griezeligheidsradar was ooit bedoeld als beschermingsmechanisme. De praktijk is dat je op deze manier anderen niet langer als menselijk ziet. Dat kan uiteindelijk leiden tot genocide, of tot terrorisme waarbij mensen worden onthoofd.’

Toch zijn het vooral pedofielen die de verpersoonlijking vormen van het ultieme kwaad. Daarom wijdt Shaw er een heel hoofdstuk aan. Ze legt nog maar eens uit dat pedofilie geen keuze is, maar een afwijking waarmee je wordt geboren, en dat het verschijnsel zo oud is als de mensheid zelf. Dat pedofielen vaak als kind zelf misbruikt zijn, blijkt een mythe waarvoor weinig wetenschappelijk bewijs is.

‘Dit hoofdstuk was een van de moeilijkste om te schrijven. Moeilijk vanwege de feiten waarmee je geconfronteerd wordt als je al die onderzoeken leest, en moeilijk omdat ik niet primair over de slachtoffers schrijf. Die zaten wel continu in mijn achterhoofd. Het is zo’n gevoelig onderwerp waarover ik een discussie op gang wil brengen. Ik wil niemand kwetsen, maar het is een dunne lijn.'

'Beschouw mijn boek maar als een geestelijke gezondheidscheck'

Shaw

Missie

'Het is algemeen aanvaard om hardop te zeggen dat pedofielen levenslang moeten worden opgesloten, gecastreerd moeten worden of zelfs de doodstraf moeten krijgen. We zien ze niet als mensen maar als monsters. Ik pleit ervoor mensen zodanig te begeleiden en op te vangen dat de schade zoveel mogelijk wordt beperkt. Als er een degelijk systeem is om pedofielen te ondersteunen, kun je veel leed voorkomen.

Op internet kunnen pedofielen anoniem blijven en gelijkgestemden vinden die hen helpen hun fantasieën niet uit te leven. Dat gebeurt ook, en dat is heel waardevol. Maar op datzelfde internet gebeurt helaas ook het omgekeerde. Het internet is het mooiste dat de mensheid is overkomen, maar tegelijkertijd het ergste. Daarom heb ik ook een hoofdstuk gewijd aan technologie. Wat wordt de rol van kunstmatige intelligentie in de toekomst? Kan die ons helpen of juist niet?’

Het is duidelijk dat Julia Shaw een wetenschapper is met een missie. ‘Ik kan me voorstellen dat er lezers zijn die sommige delen van mijn boek liever overslaan. Het is heel confronterend. Zelf had ik grote moeite met het hoofdstuk over slavernij. Het is zo makkelijk om te doen alsof dat niet bestaat. Ik heb geprobeerd mezelf uit te dagen door de moeilijkste voorbeelden te kiezen. Het kost tijd om te verteren wat je net gelezen hebt en daar een mening over te vormen, maar ik wil mensen aanmoedigen na te denken over deze onderwerpen.

Je ziet met die documentaire over Michael Jackson, of het nu waar is of niet, hoe belangrijk het is dat we erover praten. Ik denk dat mensen klaar zijn om op een minder sensatiebeluste manier over deze onderwerpen te praten. Ik ben een idealistische optimist die gelooft dat mensen kunnen veranderen. Beschouw mijn boek maar als een geestelijke gezondheidscheck.’