Na de apocalyps

, Dirk-Jan Arensman

Robert Harris laat ook zijn nieuwe roman De tweede slaap zich in verschillende tijdvakken tegelijk afspelen. 'Mensen veranderen nooit wezenlijk. Door de eeuwen heen zie je steeds dezelfde thema’s en mechanismen voorbijkomen.'

Robert Harris (1957) glimlacht tevreden wanneer we hem confronteren met de verwarring die zijn nieuwe, dertiende roman op zijn eigen Wikipedia-pagina veroorzaakte. In een BBC-talkshow vertelde de Britse grootmeester van de historische thriller in de zomer van 2018 nog dat De tweede slaap zich ‘verscheidene eeuwen in de toekomst’ zou afspelen, staat daarop te lezen. Maar volgens zijn uitgever zou het boek gaan over een jonge priester in het jaar 1468…

‘Uiteraard,’ zegt Harris nu, ‘zijn beide uitspraken waar.’ Hoe dat kan? Op die bescheiden spoiler komen we zo.

Robert Harris

Wat literaire toekomstvisioenen en verhalen tegen het decor van een ver verleden gemeen hebben, is ondertussen glashelder: ‘Het zijn allebei goede spiegels voor hedendaagse zorgen en preoccupaties. Want als schrijver richtte ook ik me telkens op elementen uit de geschiedenis die me niet voor niets op dát moment interesseerden.’ Zoals het ook geen toeval is dat in tijden van klimaatstress en politieke instabiliteit postapocalyptische romans zo populair zijn. Daarbij: ‘Terugkerend motief in mijn werk is dat mensen nooit wezenlijk veranderen. Door de eeuwen heen zie je steeds dezelfde thema’s en mechanismen voorbijkomen. En mede daarom is dit ook niet voor het eerst dat ik in een roman, eh, een beetje rommel met de tijd.’

Overblijfselen

Al in Harris’ romandebuut beschreef hij een imaginair 1964 waarin Adolf Hitler, nadat nazi-Duitsland de Tweede Wereldoorlog won, zijn vijfenzeventigste verjaardag kon vieren en de Holocaust een zorgvuldig bewaard geheim was. ‘Dat verhaal,’ zegt hij veelbetekenend, ‘speelde in een heel reëel landschap, dat én het land was zoals dat in het verleden is geweest én zoals het er in de toekomst weer uit zou kunnen zien.’ 

Fatherland (1992, in 2012 vertaald als Vaderland) werd in Groot-Brittannië tot zijn verrassing een daverende bestseller, wat de politiek journalist destijds in staat stelde zich voortaan volledig aan fictie te wijden. (Vrienden noemen zijn riante landhuis in Berkshire nog altijd ‘the house that Hitler build'.) En sindsdien schreef hij onder meer The Ghost (Geest, 2007), een smakelijke sleutelromanafrekening met  ex-premier Tony Blair; An Officer and a Spy (De officier, 2013) rond de Dreyfus-affaire, en de trilogie Imperium (2005), Lustrum(2009) en Dictator (2015) over het leven van de Romeinse staatsman en redenaar Marcus Tullius Cicero. 

‘Ik zeg niet dat dit een Brexit-roman is. Wie zou Boris Johnson als personage nou geloofwaardig vinden?!' 

Lang dacht Harris dat zijn onlangs verschenen roman over de gevolgen van de val van het Romeinse Rijk zou gaan. ‘Ik speelde al jaren met het idee daarover te schrijven, omdat het moment me fascineert waarop de Romeinen zich uit Brittannië terugtrokken, en al die prachtige villa’s, de wegen en bruggen in een mum van tijd in verval raakten en verdwenen. Domweg omdat ze alle kennis over hoe die dingen onderhouden moesten worden met zich meenamen. Wat ging er mis met de Romeinen? Waarom ging die grootse beschaving teloor? Waarna er pas ergens in de zeventiende eeuw interesse in de overblijfselen ervan ontstond, en archeologen en oudheidkundigen begonnen uit te puzzelen hoe die hele wereld eruit had gezien.’

Angstbeeld

Zo iemand had Christopher Fairfax kunnen zijn. De jonge geestelijke die in De tweede slaap in ‘het Jaar Onzes Herrezen Heren 1468’ naar een afgelegen dorpje in Exmoor komt om de begrafenis te leiden van de plaatselijke pastoor, Thomas Lacy, en die geleidelijk in de ban raakt van diens verzameling opgegraven artefacten van en boekwerken over ‘de Ouden’ en, naast de verdachte omstandigheden waaronder Lacy overleed, ook onderzoek naar het eeuwenoude verleden gaat doen. 

Maar los van het feit dat Fairfax dus níét in de zeventiende eeuw leeft, lijkt het al snel dat historische details niet kloppen. Parkieten en staande klokken in de vijftiende eeuw? Onmogelijke missers voor een altijd om zijn research geroemd auteur. Er is sprake van munten en… plástic geld?! En dan lees je over het pronkstuk van Lacy’s archeologische collectie: zo’n apparaatje dat ‘de Ouden hadden gebruikt om met elkaar te communiceren’, met op de achterkant ‘het ultieme symbool van hoogmoed en godslastering: een appel met een hap eruit’.

Die onthulling komt na krap twintig pagina’s. En, wees gerust, Harris heeft daarna nog genoeg intriges en verrassingen voor de lezer in petto. Maar een sterk symbool voor het angstbeeld dat de schrijver hier verkent is het. ‘Wat zouden oudheidkundigen in de toekomst eigenlijk van onze beschaving terugvinden? Zou ons zomaar hetzelfde kunnen overkomen? En om min of meer dezelfde reden: dat we zo succesvol zijn geworden, dat we onszelf en het contact met de realiteit kwijtraken?’

Cyberaanval

Hoe? Waar de Romeinen door hun macht en rijkdom sluipenderwijs afhankelijk werden van slaven en buitenlandse legers, hebben technologie en het internet ons volgens Harris tegelijk vleugels gegeven én ‘verzwakt en heel kwetsbaar gemaakt’. ‘Mijn vader, die in de jaren twintig werd geboren, kon de motor van zijn auto uit elkaar halen en weer in elkaar zetten, zoals veel mensen destijds,’ begint hij klein. ‘Tegenwoordig kan vrijwel niemand dat meer zelf. Zoals we van veel praktische vaardigheden zijn losgezongen. We verbouwen als stedelingen geen groenten, maken geen kampvuur… Zelfs kaartlezen doen we niet echt meer. We volgen gewoon braaf ons navigatiesysteem.’ 

Nog tot daaraan toe, misschien. ‘Maar stel nu eens dat, bijvoorbeeld door een grootschalige cyberaanval, computersystemen worden lamgelegd, alle pinautomaten en banksystemen buiten gebruik raken en de aanvoer van levensmiddelen stokt? Dat kan binnen de kortste keren rampzalige gevolgen hebben. Binnen een dag zouden de supermarkten in Londen al zonder voorraad zitten en wanneer dat op een maandag gebeurde, zouden de wegen de stad uit op woensdag al overvol staan… Een beschaving die dat punt heeft bereikt, moet héél voorzichtig zijn.’

In De tweede slaap is in het Engeland na ‘de Apocalyps’ een opvallende rol weggelegd voor de Anglicaanse kerk. Logisch, lijkt hem. ‘Een van de invloedrijkste boeken van onze tijd is 1984 van George Orwell, maar ik ben het eens met wat Evelyn Waugh over die roman opmerkte. Waugh las hem namelijk kort voor zijn dood, en schreef Orwell zoiets als: “Ik was onder de indruk van je beangstigende boek, maar je hebt één enorme fout gemaakt: je hebt de kerk en elke vorm van spiritueel leven buiten beschouwing gelaten. Ik weiger domweg te geloven dat dat allemaal in zo’n korte tijd zou verdwijnen.” 

‘Irrationaliteit is op het moment nogal dominant aanwezig in de wereld'

Religieus geloof is heel diep in de mens verankerd. Dat hebben we bijvoorbeeld in Polen kunnen zien, waar het communisme het katholieke geloof uiteindelijk nooit heeft kunnen verdrijven. In Engeland hebben we zo’n zevenendertigdúízend kerken staan, die bij een ramp allemaal plekken zouden zijn waar mensen samenkomen. Naar mijn idee zou, omdat mensen in dergelijke omstandigheden wanhopig een verklaring zoeken voor wat er is gebeurd, ook de kerk als instituut na verloop van tijd wee een centrale rol in hun leven gaan innemen. En dat zou uiteraard macht met zich meebrengen.’

Avondklok

Macht die uiteraard koste wat kost beschermd moet worden. In dit geval door wetenschap en kennis over de Ouden tot godslastering te verklaren en beide ‘voor hun eigen bestwil’ bij het volk weg te houden.   

Ja, beaamt Harris, bij dat verketteren van feiten dacht hij inderdaad aan hedendaagse zaken als alternative facts, feitenvrije politiek en de oogkleppen van klimaatontkenners. ‘Irrationaliteit is op het moment nogal dominant aanwezig in de wereld. Kijk maar naar mijn land, waar mensen denken dat we dankzij Brexit terug kunnen keren naar een soort landelijke idylle uit het verleden. 

Een waanidee dat lijkt te worden doorgedrukt ondanks het feit dat er daardoor heel goed tekorten aan voedsel en medicijnen kunnen ontstaan. Terwijl een Britse minister in het huidige kabinet, omdat mensen tegenwoordig nog maar voor twee dagen eten in huis hebben, met zoveel woorden tegen me zei: “In Londen zijn we nooit meer dan zes maaltijden van een hongersnood verwijderd.” Er is zelfs sprake van de mogelijkheid een ávondklok in te stellen! Het is krankzínnig!’

Hij zwijgt even. Dan: ‘Ik zeg niet dat dit een Brexit-roman is. Ik kan me nauwelijks iets afschuwelijkers voorstellen. Wie zou Boris Johnson als personage nou geloofwaardig vinden?! Maar er klinken wel angsten en zorgen in door die ermee samenhangen, zoals het gevoel dat we steeds minder in een rationele wereld leven. Brexit is een geloofskwestie geworden. Mensen vragen of je erin gelóóft, alsof ze vragen of je in God gelooft. Of in elfjes.’ 

Nogal zorgwekkend: in het verleden heeft Robert Harris de actualiteit in zijn werk niet alleen weerspiegeld, maar schijnbaar zelfs voorspeld, toen hij in zijn Cicero-trilogie over de opkomst van het politiek populisme schreef. ‘Ik heb tien jaar van mijn leven aan die boeken gewijd, maar pas toen ze verschenen waren realiseerde ik me waarom ik me zo tot dat verhaal aangetrokken had gevoeld. Toen zag ik hoe sterk de situatie van toen leek op wat we nu nog steeds meemaken. Het volk dat zich tegen de elite keert, opgezweept door ambitieuze types uit diezelfde elite, zoals Caesar of een rijkaard als Crassus, die het gewone volk er op de een of andere manier van wisten te overtuigen dat ze aan hun kant stonden…’ 

Hij haalt zijn schouders op. ‘Als romanschrijver pik je, wanneer je geluk hebt, blijkbaar dingen op die in de lucht zitten. Flarden van het collectieve onderbewustzijn, waar je verhalen van maakt.’ 

Als dat voor De tweede slaap opnieuw geldt, zijn de nieuwe middeleeuwen akelig dichtbij. 

Titel
De tweede slaap

Uitgeverij
Uitgeverij Cargo

Auteur
Robert Harris