Hoe Layla M. radicaliseerde

Mijke de Jong en Jan Eilander over Layla M.

, Diederik Samwel

Mijke de Jong bedacht het idee voor haar speelfilm Layla M. en echtgenoot Jan Eilander tekende voor het script. Een paar jaar lang leefden de twee virtueel samen met de jonge moslima Layla, die radicaliseert en naar Syrië wil.

Vier jaar geleden zat Mijke de Jong thuis met een enkelblessure. Plotseling had ze haar handen vrij om een al langer sluimerend idee uit te werken: een speelfilm over radicalisering. Aanvankelijk wilde ze die situeren binnen de kraakbeweging, waar ze ooit zelf deel van uitmaakte. Maar de op hol geslagen multiculturele samenleving bleek een beter uitgangspunt. Een jonge geradicaliseerde moslima die verscheurd wordt tussen twee culturen moest het hoofdpersonage worden.

In het begin bestond Layla vooral in het hoofd van Eilander. Hij begon eerst zijn eigen omgeving af te grazen en kwam op het voetbalveld terecht. Als leider van het voetbalteam van hun zoon David had hij volop ervaringen opgedaan met diens zes Marokkaanse medespelers. Vooral ook met de reacties die ze vaak al bij voorbaat bleken op te roepen: ‘Bij uitwedstrijden zag je soms hoe een scheidsrechter al voor de wedstrijd ons elftal inschatte. Zo van: die buitenlandse gastjes gaan wij vandaag eens even wat normbesef bijbrengen. Ik zie nog een van die jongens op me afstormen: “Hé Jan! Waaz dit nou? Krijgt die man thuis niet genoeg aandacht of zo?” Die quote zit exact zo in de openingsscène van de film.’

‘Ondanks alles blijft ze de Amsterdamse die altijd haar woordje klaar heeft.’

Jan Eilander

Snappy moslima
Thuis legde Eilander zijn vorderingen en aanpassingen voor aan De Jong. Zo ontwikkelden ze gezamenlijk het karakter van Layla. Een slim meisje van Marokkaanse afkomst, grote mond, klein hartje, dat wil vechten voor een betere wereld, gelovig is en zich niet thuis voelt in de stad. Van begin af aan wisten ze hoe Layla eruit zag en konden ze zich moeiteloos met haar identificeren, vertelt Eilander: ‘We waren het niet altijd met Layla eens en soms ergerden we ons aan haar. Maar we moesten haar gedrag te allen tijde begrijpen. Tijdens het schrijven ben ik echt van Layla gaan houden. Mijke ging, zoals ze dat zelf altijd zegt, pas ‘aan’ tijdens haar research.’

Toch leverde het script genoeg pittige discussies op. Dan wilden ze allebei een andere kant op met Layla: ‘Soms herkende ik haar niet meer, of begreep Mijke niet wat Layla wilde. Ze kwam soms met een idee en dan begon ik te steigeren. Dan kwam ze aan mijn Layla.’

De Jong: ‘Ik vond het heel belangrijk dat alle Marokkaanse en religieuze gebruiken tot in detail klopten. Dat werd bijna obsessief. Jij vond dat ik daarin doorschoot.’

Eilander: ‘In mijn beleving moest Layla een geradicaliseerde moslima én een streetwise Amsterdams meisje blijven. Daar sloeg ik in de dialogen soms te ver in door – dan zei jij: “Zo praat jíj, Layla is niet zo snappy.” Maar als buitenstaanders kritiek op Layla’s karakter hadden, dan gingen we er samen met gestrekt been in om haar te verdedigen.’

Bonnie en Clyde
Zo kreeg Layla M. steeds meer gestalte: een hoogopgeleid meisje uit een geassimileerd Marokkaans gezin dat op zoek is naar haar eigenwaarde en verwikkeld raakt in een heftige liefdesaffaire. Die geliefde blijkt een aankomend jihadstrijder die overal in het land jongeren tot de islam probeert te bekeren. Eilander trok aanvankelijk alle registers open: ‘In eerdere versies gingen ze als een soort Bonnie en Clyde door het land, bezochten gevaarlijke praatgroepen en  discussieerden met jochies in coffeeshops.’

Tijdens het schrijven werd Eilander voortdurend ingehaald door de actualiteit. In het Midden-Oosten werd de situatie steeds onoverzichtelijker en na verschillende aanslagen nam ook in Europa de spanning toe. Hij liet zich verleiden om in het script de oorlog in Syrië te duiden en tegelijkertijd het gedrag van de jihadisten in een sociologische context te plaatsen. Eilander: ‘Maar dat leidde tot een heel lelijke versie van het script. Uiteindelijk kwamen we terug bij het basisidee.’

De Jong: ‘We besloten om dicht bij het hoofdkarakter te blijven. We wilden haar zo gedetailleerd mogelijk in haar omgeving plaatsen. Pas toen we ons weer gingen focussen op Layla’s karakter ging het script vliegen. Het werd meteen een universeler verhaal: een meisje dat haar plaats in de wereld probeert te vinden. Layla heeft behoefte aan warmte en waardering en wil tegelijkertijd haar eigen keuzes maken. Hoe wordt ze beïnvloed door haar omgeving? Hoe verhoudt ze zich tot haar vader en moeder? Zo’n verhaal kun je als kijker minder gemakkelijk naast je neerleggen.’

Terwijl Eilander schreef, dook De Jong vol in de Marokkaanse gemeenschap: ‘Als je niet zelf deel uitmaakt van een groep moet je het wel goed uitzoeken. Net als bij mijn film Uitgesloten over jehova’s getuigen. Eerst moet je alles weten, daarna kun je pas abstraheren. Daarom zat ik vaak in de moskee en was ik bij zusterbijeenkomsten. Ik ben heel dichtbij gekomen.’

Kattenkop
Is het script eenmaal afgerond dan moet een scenarioschrijver maar afwachten wat de regisseur ermee doet. Bij eerdere producties maakte Eilander mee dat buiten zijn medeweten cruciale scènes werden geschrapt. Ook ditmaal moest hij het uit handen geven. Bij de casting werd het voor hem pas echt spannend. Het meisje dat een paar jaar heel dicht bij hem was geweest, zou straks een gezicht krijgen en tot leven komen: ‘Toen Nora [El Koussour, die de hoofdrol kreeg] zich aandiende, twijfelde ik, terwijl Mijke meteen iets in haar zag.’

De Jong: ‘Casting is een volkomen intuïtief proces. Daar ben ik best goed in, al zeg ik het zelf. In een split second weet ik het. Dat was bij Nora ook zo. Gek genoeg bleek ze behoorlijk tegengesteld aan de karaktertrekken uit het script. Geen kattenkop, niet iemand die meteen van zich afbijt. Eigenlijk werd ik extra getriggerd toen zich bij de casting een andere Layla voordeed.’

Eilander grinnikt: ‘Ja, dat was even schrikken hè; die Layla uit het script, die altijd meteen in de aanval wilde, leek verdacht veel op jou.’

De Jong haalt grijnzend haar schouders op: ‘Eh, zo was ik vroeger misschien. Een beetje.’

Dan vertelt ze dat ze na de casting van Nora in de regie de keuze maakte om Layla en Nora te laten samenvallen: ‘Ik wilde niet dat ze voortdurend bovenop haar tegenspeler Ilias zou springen als er iets gebeurde dat ze niet begreep of waar ze het niet mee eens was. In de film reageert ze rustig en geaard op heftige dingen. Waardoor je als kijker geneigd bent te denken: doe iets! Maar daarin toont ze zich juist heel wijs. Dat schuurt en dat vind ik juist mooi. Want Layla verliest zichzelf niet.’

Eilander: ‘Ondanks alles blijft ze de Amsterdamse die altijd haar woordje klaar heeft.’

Trofee
Voorafgaand aan de opnames bracht De Jong veel tijd door met Nora en haar tegenspeler Ilias Addab, die Abdel speelt, op wie ze verliefd wordt. Improviseren, acteren maar vooral ook samen dingen ondernemen om te zien hoe ze op elkaar reageren. De Jong: ‘Zo leer ik de acteurs kennen. Observeren, luisteren, proberen hun blikken te vangen. Dan zie ik waar hun kracht ligt. Zo ontstaan de personages van binnenuit. Daar ligt voor mij het zwaartepunt van de voorbereiding.’

Op de set en tijdens het bekijken van de eerste rushes zag Eilander het meisje dat hij al die tijd voor ogen had gehad: ‘Voor mij als scenarioschrijver was het de fijnste ervaring tot nu toe. Ik merkte dat de liefde voor mijn personage spijkerhard terugkwam. Nora heeft een overrompelende Layla neergezet. Als ik nu naar de film kijk, is het haast symbiotisch. Ik beschouw dat als een enorme trofee.’

Hoe anderen straks de zaal uit komen na het zien van Layla M.? Eilander: ‘Misschien dat ze bedenken dat het proces van radicalisering niet altijd volgens een wiskundige formule verloopt. Alsof omstandigheden altijd het lot bepalen. Opgroeien in een kansarm gezin, problemen op school waarna het een automatisch uit het ander volgt.’

De Jong: ‘Het is meer een spiegel. Ik hoop dat mensen genuanceerder naar radicalisering gaan kijken. Dat ze dingen herkennen en zich vragen gaan stellen. “Goh, dat had mijn dochter kunnen zijn”. Of: “Zo’n discussie hadden we thuis aan tafel ook. Hoe zou ik dat hebben gedaan als ouder?” Tegelijkertijd zou het mooi zijn als meisjes die naar Syrië willen na het zien van de film besluiten dat ze beter thuis kunnen blijven. En als we ook maar een klein beetje kunnen bijdragen aan het verkleinen van het wij-zij-gevoel, is dat mooi meegenomen.’