Xavier Dolan over Juste la fin du monde

De marges van de kunst

, Gerhard Busch

Juste la fin du monde van Xavier Dolan draait om de reünie van een dysfunctioneel gezin. Iedereen in de film wordt gespeeld door een Franse superster.

Hysterisch, claustrofobisch en onverdraaglijk. Zo luidde op het afgelopen festival van Cannes het oordeel van de twitterati over Xavier Dolans Juste la fin du monde. Nou hoeven die eerste twee kwalificaties niet per se negatief te zijn, maar ‘onverdraaglijk’ was dat natuurlijk wel, en dat kwam ook nog eens van een journalist van vakblad Variety.

Er waren ook positieve reacties, waaronder die van mij, maar het gros was negatief, bijna vijandig. Alsof een openstaande rekening werd vereffend.

Sinds hij in 2009, op negentienjarige leeftijd, zijn debuutfilm J’ai tué ma mère presenteerde in Cannes, wordt Dolan door de filmpers steevast aangeduid als het wonderkind van de cinema. Met Juste la fin du monde was de jonge Canadees alweer voor de vijfde keer in Cannes, en het leek erop alsof sommige recensenten deze film aangrepen om dat wonderkind eens goed op zijn plaats te zetten.

Waar richtte de kritiek zich vooral op? Op het eindeloze gepraat in de film, op de vele close-ups, en op het hardnekkige zwijgen van Louis, het hoofdpersonage in de film. Variety-redacteur Peter Debruge stoorde zich bovendien aan het genre: de reünie van een dysfunctioneel gezin, wat voor hem ‘de onprettigste van alle filmgenres’ is. Waarvan akte.

In Juste la fin du monde draait alles inderdaad om de reünie van een dysfunctioneel gezin. De beroemde toneelschrijver Louis keert na twaalf jaar afwezigheid terug naar zijn geboortedorp. Naar zijn moeder, broer en zus die hij al die tijd niet gezien of gesproken heeft. Het enige contact bestond uit ansichtkaarten op verjaardagen. Louis keert terug, omdat hij ze wil vertellen dat hij spoedig zal sterven aan aids. Maar dat is nog niet zo eenvoudig in een dysfunctioneel gezin. Iedereen schreeuwt doorelkaar (het ‘eindeloze gepraat’ uit de kritieken) en leeft in zijn eigen wereld (wat Dolan visueel nog eens onderstreept door de vele close-ups). Geen wonder dat Louis blijft zwijgen.

‘Ik laat me graag verrassen op de set. Want alleen in de momenten dat iets ongeplands gebeurt, schuilt de kracht van kunst.’

Xavier Dolan

Uitdagend
De kracht van Juste la fin du monde zit ’m nou net in dat zwijgen. En in alles wat niet gezegd wordt, ondanks dat eindeloze praten. Het benadrukt niet alleen waarom Louis zo veel afstand van thuis moest nemen, maar ook hoe teleurgesteld en gekwetst de achterblijvers zijn. Juist door de chaos wint de film aan helderheid. En aan overtuigingskracht.

Nog een pluspunt: iedereen in de film wordt gespeeld door een Franse superster. Gaspard Ulliel speelt Louis, Nathalie Baye is zijn dominante moeder, Vincent Cassel de boze oudere broer Antoine, Marion Cotillard Antoine’s muizige vrouw Catherine, en Léa Seydoux de onzekere jongere zus Suzanne.

Een dag na de première in Cannes vraag ik Dolan of hij het regisseren van dat illustere vijftal wel eens imponerend vond. Hij zou de ervaring liever omschrijven als: ‘Uitdagend. Op een positieve manier. Ik heb de rollen speciaal voor hun geschreven. Omdat ik ze bewonder, maar ook omdat ik ze iets anders wilde laten doen dan wat ik al eerder van ze gezien had. Ik zou nooit een rol voor Marion kunnen schrijven waarin ze de Marion moest spelen die ik al ken uit eerdere films. Ik vraag me juist af wat ik haar nog nooit heb zien doen. Waar we dan samen aan kunnen werken en waar we samen trots op kunnen zijn. Ik weet nog goed dat ze me nadat ik haar het script had opgestuurd opbelde en zei: “Ik ben bang voor de rol, omdat ik geen idee heb wat ik met Catherine aan moet. En juist omdat ik bang ben wil ik haar graag spelen.” Ik vond het heel mooi dat ze dat zei.’

Ongepland
Van de vijf keer dat Dolan in Cannes was heb ik hem – deze keer meegerekend – drie keer gesproken. In 2010 voor Les amours imaginaires en in 2014 voor wellicht zijn bekendste film, Mommy. Wat me toen opviel, is dat autodidact Dolan zich bezighoudt met werkelijk alle aspecten van zijn films. Voor Mommy deed hij niet alleen regie, scenario, productie en montage, hij zocht ook de kostuums uit, schreef de persmap en verzorgde de Engelse ondertitels (Dolan is geboren in het Franstalige Québec).

Als ik hem daarmee confronteer en vraag of hij zich überhaupt kan laten verrassen, verzucht Dolan: ‘Ik zit echt niet overal bovenop. Het is eerder andersom. Alles zit boven op mij! Ik weet dat mensen mij graag een control freak noemen, maar zo maak ik geen films. Ja, ik doe veel research, ik denk goed na over wat ik wil bereiken, en bemoei me ook met het licht, de kleuren en het set design, maar dan nog laat ik me graag verrassen op de set. Want alleen in de momenten dat iets ongeplands gebeurt, schuilt de kracht van kunst.

Marcel Duchamp noemde dat “le coefficient d’art”. Wat, en ik weet dat ik het nu hopeloos slecht vertaal, iets betekent als “de marges van de kunst”. Je bent alleen maar een kunstenaar dankzij die momenten. Anders ben je een organisator. Dergelijke momenten laten zich namelijk niet organiseren. Die komen voorbij en presenteren zich. Het enige wat je kan doen is ze vastpakken.’

P.S. Overigens was de jury in Cannes het niet eens met de slechte kritieken voor Juste la fin du monde, zij beloonde de film met de Grand Prix (de ‘tweede prijs’ van het festival, na de Gouden Palm).