Tarik Saleh over The Nile Hilton Incident

Vriendjespolitiek als gunst

, Gerhard Busch

In de Zweedse thriller The Nile Hilton Incident onderzoekt regisseur Tarik Saleh (Zweedse moeder, Egyptische vader) waarom zijn vaderland door en door corrupt is. ‘Dat komt, denk ik, omdat het land al zo’n beetje sinds de farao’s gekoloniseerd wordt.’

‘In feite is The Nile Hilton Incident een gangsterfilm, waarbij de gangsters toevallig werken op een politiebureau. Een Egyptische producer met wie ik wilde werken, vroeg nog of we niet een paar politiemannen konden opvoeren die niet corrupt waren. Ik zei: “Heb je er ooit één ontmoet?” Hij nam een lange pauze en antwoordde: “Nee, maar ze zouden kunnen bestaan.” Tuurlijk zullen ze hebben bestaan, maar dan zijn ze meestal dood. Vermoord door hun eigen collega’s. Net als in die Pacino-film, Serpico. Wist je dat de echte Serpico ooit zei dat bij de politie altijd vijf procent supercorrupt is en vijf procent nooit corrupt zal worden. De overige negentig procent gaat waar de leiders zijn, en helaas zijn de leiders in Egypte allemaal corrupt.’

Aan het woord is de 45-jarige Zweedse regisseur Tarik Saleh (Zweedse moeder, Egyptische vader). Begin april was Saleh in Nederland voor Festival Cinéma Arabe in Amsterdam, waar ook zijn ‘gangsterfilm’ The Nile Hilton Incident draaide.

Hoofdpersonage in die film is politie-inspecteur Noredin, die aan de vooravond van de Arabische Lente de moord op een prostituee moet oplossen. Een moord waarbij de Egyptische elite betrokken blijkt te zijn.

'Veel winkeltjes daar zijn van politiemensen, dat is eigenlijk hun echte werk'

Tarik Saleh

De film speelt zich af vlak voor de Egyptische Revolutie van 2011. Is de corruptie onder de politie nu minder?
TS: ‘Ik heb geen getallen, maar toen ik in Caïro research voor de film deed, zag ik de politie op straat gewoon openlijk geld aannemen. Een jaar na de revolutie hield de politie zich nog rustig. Het leger had de handhaving van de openbare orde toen min of meer overgenomen. Maar de mensen begonnen zich onveilig te voelen, omdat Egypte een politiestaat is. Ze waren gewend dat er op elke straathoek een politieman stond en ze misten de politie!

Als je in Cairo een zaak wil beginnen moet je weten welke politieman je moet afbetalen, want het zijn er een heleboel. Je moet dus zorgen dat je de machtigste vindt. Veel winkeltjes daar zijn ook van politiemensen, dat is eigenlijk hun echte werk. Daar zitten ze het liefst de hele dag. Heel af en toe doen ze ook nog wat politiewerk.’

Die corruptie wilde u met deze film aan de wereld laten zien?
‘Nee hoor, want dat is overal ter wereld hetzelfde. Wat mij in dit verhaal interesseerde – want het is gebaseerd op de werkelijkheid – is dat iedereen de moord op de prostituee aangrijpt om er zelf beter van te worden. In een maatschappij die niet corrupt is, zal het normale instinct zijn de moord op te lossen. Maar in een door en door corrupte maatschappij kijk je alleen maar hoe die moord jou voordeel kan opleveren.

Begrijp me goed, ik ben gek op Egypte. Ik zeg dan ook niet met een opgeheven vinger dat Egypte corrupt is, ik wil onderzoeken waaróm Egypte corrupt is. En dat komt, denk ik, omdat het land al zo’n beetje sinds de farao’s gekoloniseerd wordt. Daardoor is er een parallelle maatschappij ontstaan. Omdat niemand de machthebbers vertrouwt, doet niemand iets langs de officiële weg. Alles gaat via via. Als zoiets al honderden jaren gebeurt, dan wordt zo’n systeem heel sterk. Dat is na de revolutie van 2011 ook niet zomaar veranderd. Zoiets kost tijd. Dat parallelle systeem functioneert nog steeds.

In alle landen die ooit gekolonialiseerd zijn geweest – of het nou Egypte is of Brazilië, of Zuid-Italië – weet je wie je moet betalen om iets voor elkaar te krijgen. In Egypte wordt het woord voor vriendjespolitiek, wasta, dan ook niet gezien als een negatief begrip. Een Egyptenaar ziet de wasta als een gunst.

Stel, ik moet papieren halen in Mugamma, dat is een enorm Oost-Europees overheidsgebouw midden op het Tahrirplein in Caïro. Als dat gebouw kon spreken, zou het zeggen: “Kom morgen maar terug.” Als ik daar heen zou gaan om een paspoort te regelen, of een bepaalde stempel te halen, zou ik een oom vragen of hij nog een wasta had te incasseren in Mugamma. Zodat ik daar niet drie dagen lang van het kastje naar de muur word gestuurd, maar binnen een uur weer buiten sta. Het is verschrikkelijk, maar het werkt.’

Voor wie wasta’s te incasseren heeft…
‘Iedereen in Egypte heeft wasta’s. Zonder overleef je niet. Ook de allerarmsten hebben wasta’s in hun kleine cirkel van invloed.’

U wilde de film in Caïro opnemen, maar dat ging uiteindelijk niet door. Had u geen wasta’s?
‘We hadden er wel een paar, maar de verkeerde. Bovendien was de timing slecht. Drie dagen voor de opnamen in Caïro zouden beginnen, ging onze lokale producer naar de minister van Cultuur om diens handtekening te halen. Een formaliteit, dachten we. Maar de geheime dienst wachtte hem op en zei dat ze mij een week hadden gevolgd en in het bezit waren van het echte script…’

U had de minister een vals script gegeven?
‘Dat doet iedereen. Je moet wel. We kregen vijf dagen om het land te verlaten, anders kon de geheime dienst onze veiligheid niet garanderen. En dat was een paar weken nadat ze daar een Italiaanse student hadden vermoord, zijn hoofd was 360 graden gedraaid en al zijn nagels waren uitgetrokken. Met hen valt niet te spotten. We wisten dat we moesten inpakken en wegwezen. Dus ik stuurde acteur Fares Fares, die inspecteur Noredin speelt, nog diezelfde nacht terug naar Stockholm en ging met mijn production designer naar Casablanca, waar we de film uiteindelijk hebben opgenomen. Gelukkig had ik al veel opnamen in Caïro gemaakt, want ik vind het verschrikkelijk irritant als je kunt zien dat een film ergens anders is opgenomen. Met behulp van wat special effects en de opnamen die we al in Caïro hadden gemaakt, denkt nu iedereen dat de film is opgenomen in Caïro.’

Hebben ze de film in Egypte inmiddels gezien?
‘Nee.’

Maar hij won onlangs nog een prijs op het Sundance Film Festival?
‘Zover reikt hun macht niet. Misschien dat ze hem in Berlijn hebben gezien. Let wel: niet iedereen in Egypte is tegen deze film, ook niet alle machthebbers. Maar veel mensen die voor de revolutie bij de geheime dienst zaten, zitten er nog steeds.’

Denkt u dat u nog terug kan gaan naar Egypte?
‘Ik hoop het, maar ik zou me er niet veilig voelen.’

Was de film dat waard?
‘Nee. Maar ik moest het toch doen. Het is erg Nietzsche, maar als mensen op mij afstappen en vragen hoe je voet aan de grond krijgt in de filmwereld, vraag ik altijd: “Moet je het echt doen?” Als ze dan zeggen: “Nee, niet per se”, is mijn antwoord altijd: “Niet doen.”’

Waarom moet u het dan wel doen?
‘Die vraag stel ik me zelf ook vaak. Waarom in godsnaam? Ik denk dat veel mensen in de filmwereld werken omdat film hun leven heeft gered.’

Hoe heeft film u gered?
‘Als kind verhuisde ik vaak. Meer dan tien keer voor mijn vijftiende. We hadden geen eigen appartement en leefden vaak in onderhuur. Dat was een heel onzekere tijd. Ik moest steeds weer nieuwe vrienden maken en wennen aan nieuwe plekken. De bioscoop was voor mij een veilige haven. Daar zag ik dat alles mogelijk is. Dat je op een piratenschip naar het Caribische gebied kan varen of een kaartje naar de maan kan kopen. Nu ik zelf films maak, is die magie een beetje verdwenen, maar het is mijn manier om iets terug te geven. Film is mijn religie.’