Tobias Nölle over Aloys

'Aloys is geen fantasy, maar wel een ode aan de fantasie'

, Gerhard Busch

Aloys van de Zwitserse regisseur Tobias Nölle is een droogkomisch drama waarin beesten een opvallende bijrol spelen. 'Het is bijna alsof ze ons observeren. Maar ze geven nooit commentaar. Ze kijken alleen maar.'

Georg Friedrich in Aloys

‘Ik ben met Aloys naar veel festivals voor de fantastische film geweest. In het begin verbaasde ik me er nog wel eens over dat mijn film daar dan tussen echte fantasyfilms werd vertoond. Je weet wel, met elfjes en draken enzo. Inmiddels heb ik er vrede mee. Aloys is geen fantasy, maar wel een ode aan de fantasie. En daarom hoort hij ook daar thuis.’

We spreken per telefoon met de Zwitserse regisseur Tobias Nölle (1976) over zijn debuutfilm Aloys, een heerlijke film die VPRO Cinema op zaterdag 15 april presenteert op Imagine, het enige festival in Nederland dat gewijd is aan de fantastische film.

Titelheld Aloys is een eenzame privédetective van middelbare leeftijd die alleen met zijn vader woont. Wanneer die overlijdt is er helemaal niemand meer in Aloys’ leven. Aanvankelijk blijft hij gewoon z’n werk doen, maar wanneer de mysterieuze Vera zijn videocamera steelt en hem via de telefoon allemaal opdrachten begint te geven, moet Aloys wel uit zijn schulp kruipen.

Nölle: ‘Ik vond het een prachtig gegeven. Je hebt een privédetective die iedereen om zich heen observeert, maar niemand ziet hem. Dan pakt iemand zijn camera af en richt die op Aloys. En ineens wordt híj bekeken.’

‘Ik ben gek op het bos. In een stad is alles gebouwd, alles bedacht. Het bos is als het onderbewuste van de mens.

Tobias Nölle

Georg Friedrich en Tilde von Overbeck in Aloys

Degene die dat doet heet Vera. Haar naam komt uit het Latijn en betekent ‘waar, op-recht’. Staat Aloys ook ergens voor?
‘Ik zoek nooit te lang naar de perfecte naam. Namen komen voorbij en als ik ze goed vind blijven ze hangen. Dat Vera voor de werkelijkheid staat klopt wel. Voor mijn hoofdpersonage zocht ik naar een ouderwetse, Zwitserse naam. Aloys is een naam die nu misschien een beetje vreemd klinkt, maar in Zwitserland tegelijk warm en vertrouwd is. Vreemd en toch vertrouwd. Dat zijn precies de kwaliteiten die mijn hoofdpersonage heeft.’

Staat Aloys ook voor Zwitserland?
‘Ja, toch wel. Niet dat ik per se een politiek statement wilde maken, maar Zwitserland is een geïsoleerd land. We laten maar weinig mensen toe. Niet zo extreem als Aloys, die eigenlijk met niemand wil praten, maar we zijn als volk wel gesloten. Het was niet mijn bedoeling dat een belangrijk punt in de film te laten zijn, maar het zit er natuurlijk wel in.’

Aloys wordt gespeeld door Georg Friedrich. Waarom hij?
‘In andere films speelt Georg vanwege zijn harde kop vaak een pooier of een schoft. In een interview zag ik dat hij ook een heel zachte, kwetsbare kant heeft, en ik wist meteen: die moet Aloys worden. Van buiten is Aloys namelijk een roofvogel, die iedereen scherp in de gaten houdt, maar als je diep in zijn ogen kijkt zie je daar nog een waakvlammetje van menselijkheid branden.’

Georg Friedrich in Aloys

Vera ziet dat vlammetje en prikkelt Aloys zijn fantasie te gebruiken. Waarop hij in zijn  fantasie opvallend vaak in een bos terecht komt. Waarom een bos?
‘Ik ben gek op het bos. In een stad is alles gebouwd, alles bedacht. Het bos is als het onderbewuste van de mens. Daar kunnen nog magische dingen gebeuren. Het bos is nog steeds een beest.’

Over beesten gesproken. Die spelen ook een belangrijke rol in uw film. Vooral schapen. Die er nogal dreigend uit blijken te zien...
‘Dat komt door de manier waarop ik ze film. Ik laat ze recht in de camera kijken en dan zien ze er ineens heel menselijk uit. Alsof ze ons gadeslaan. Net als door het bos ben ik geobsedeerd door beesten, omdat we geen toegang tot hun geest hebben. Ze zitten niet op Facebook, we kunnen niet met ze praten. Hoewel we tegenwoordig bijna alles begrijpen en dus kunnen controleren, blijven beesten mysterieus. Het is bijna alsof zij ons observeren. Maar ze geven nooit commentaar. Ze kijken alleen maar. Dat geldt voor schapen, maar ook voor de vogel die je in de scène in de dierentuin ziet. Die vogel stond niet in het script, maar toen Georg en ik in de dierentuin waren en dat beest ons recht in de ogen keek, hadden we allebei het gevoel dat die vogel alles van ons wist. Dat hij ons volledig doorzag en dat op dat moment ook aan alle vogels op aarde doorgaf.’

Dat klinkt heel spiritueel, maar ik geloof er geen bal van.
(lacht) ‘Het mooie is dat we nooit zullen weten of het waar is of niet. En juist dat maakt het voor mij zo aantrekkelijk.'