Regisseur Gustav Möller over zijn meesterlijke debuutfilm Den skyldige

Bloedstollende Deense thriller gesitueerd in een 112-meldkamer

, Gerhard Busch

Den skyldige (The Guilty) van Gustav Möller is een ijzersterke film met een onweerstaanbaar gegeven: alle actie speelt zich af in één ruimte, een 112-meldkamer.

Je kunt aan alles merken dat de Zweedse regisseur Gustav Möller weet hoe goed zijn film is. Hij is ontspannen, praatgraag en kijkt zelfverzekerd om zich heen. Geen wonder, want hij heeft met Den skyldige net de publieksprijs gewonnen op het Sundance Film Festival en zal er – al weten we dat nog niet wanneer we elkaar eind januari in Rotterdam spreken – ook op IFFR de publieksprijs mee winnen.

Den skyldige is nota bene de debuutfilm van de pas dertigjarige regisseur. Een ijzersterke eersteling, gebaseerd op een onweerstaanbaar idee. Hij speelt zich namelijk volledig af op één locatie, een 112-meldkamer. Daar zit de gedegradeerde politie-inspecteur Asger Holm telefoontjes te beantwoorden. Er loopt een intern onderzoek tegen hem en tot de uitspraak in zijn zaak mag hij de straat niet op. Asger hoort verveeld het geweeklaag van dronkaards en hoerenlopers aan, totdat hij een telefoontje binnenkrijgt van een jonge vrouw die gekidnapt wordt en vanuit de auto van haar ontvoerder belt. Wat volgt is een razendspannende reddingspoging via de telefoon, waarbij de camera uitsluitend gericht blijft op het gezicht van Asger.

‘Toen we nog met het script bezig waren, kregen we vaak het advies dat we even weg moesten uit die meldkamer,’ vertelt Möller met een glimlach. ‘Veel mensen waren bang dat het saai zou worden. Toen de film eenmaal af was, heb ik dat van niemand meer gehoord.’

'Als je negentig minuten lang naar iemand kijkt, moet je niet na een halfuur al weten wie hij is'

Gustav Möller

Jakob Cedergren in Den skyldige

Hoe kwam u op het idee voor de film?
Möller: ‘Ik hoorde een 112-bericht op internet en was verbaasd over de beelden die mijn geest verzon bij wat ik hoorde. Tegelijkertijd besefte ik dat iedereen er weer iets anders bij zou zien. Neem het gegeven in mijn film: een gekidnapte vrouw in een auto. Ik weet zeker dat jij een andere vrouw en een andere auto voor je hebt gezien dan ik. Dit vond ik een heel interessant uitgangspunt voor een film, dat ik de fantasie van de kijker zou gebruiken als mijn belangrijkste production value.’

En wanneer wist u dat het zou werken?
‘Toen ik samen met mijn coschrijver Emil Nygaard Albertsen in een echte meldkamer zat. Daar hebben we een aantal nachtdiensten meegemaakt. Ik mag er niet te veel over zeggen, omdat wat we hoorden natuurlijk privé is, maar we hebben heel traumatische dingen gehoord. Mensen die dachten dat ze doodgingen. We hadden een koptelefoon op en die gesprekken
waren heel intiem, wat ons enorm aangreep. Maar dan keken we naar de politieagenten die naast ons zaten en zij waren volledig onaangedaan. Na zo’n telefoontje gingen ze gewoon weer facebooken of naar sport kijken. Ik snap dat wel, want als je al die ellende binnen laat komen, ga je er kapot aan. Daar gaat onze film trouwens ook over. Over de afstand die je houdt als politieman. Want in zijn pogingen de vrouw te redden, gaat Asger veel verder dan het protocol voorschrijft. In Hollywoodfilms is dat meestal een reden om iemand tot held te bombarderen, maar in onze film wordt niet duidelijk of hij nou juist handelt of niet.’

De meldkamer in Den skyldige

De camera is de hele tijd op Asger gericht, wat de keuze voor de juiste acteur nog belangrijker maakt. Waarom koos u voor Jakob Cedergren?
‘Omdat hij een fantastische acteur is. Ik herinner me nog dat ik hem een kleine tien jaar geleden in Submarino zag. Ik zat nog op de filmacademie en besloot toen dat ik ooit een film met hem wilde maken. Hij was een van de zeven acteurs die op mijn shortlist stonden. Ik liet ze allemaal plaatsnemen achter de telefoon, omdat ik wilde zien of ik het interessant vond om naar hen kijken terwijl ze daar zo zaten. Bij Jakob had ik dat meteen. In zijn ogen is voortdurend iets aan de hand. Het is altijd alsof hij iets achterhoudt, waardoor hij mysterieus blijft. Dat was essentieel, want als je negentig minuten lang naar iemand kijkt, moet je niet na een halfuur al precies weten wie hij is.’

Sprak Jakob tijdens de opnamen ook echt met de acteurs die we horen in de film?
‘Zeker. We namen de film in heel korte tijd op en hadden lange takes. De kortste was vijf minuten, de langste waarin hij ook echt belde of gebeld werd wel 35. Ik zat in een andere ruimte met de acteurs die hem belden. Ik kon hem niet regisseren tijdens die lange takes, maar ik kon hem wel beïnvloeden via de andere acteurs. Dan zei ik dat ze hem agressiever moesten benaderen. Of juist heel lang moesten wachten met reageren. Om hem uit zijn evenwicht te brengen.’

Dat klinkt zwaar…
‘Dat was het ook. Meestal schiet je één zin en dan heb je weer een andere camera-instelling, nu schoten we soms wel een halfuur. Het was trouwens voor iedereen zwaar. Niet alleen voor Jakob, ook voor de andere acteurs en de cameramensen. (Möller denkt even na) Misschien niet eens zozeer zwaar als wel intens. En die intensiteit zorgde ervoor dat iedereen de hele tijd volledig gefocust was. Fantastisch. Het was echt een feest om deze film te maken.’

advertentie