Lars von Trier: pathologische provocateur

Deense filmmaker keert terug met The House That Jack Built

, Gerhard Busch

Na zeven jaar gedwongen ballingschap keerde filmmaker Lars von Trier in 2018 terug naar het Filmfestival van Cannes met de omstreden seriemoordenaarsfilm The House That Jack Built.

‘Kus je kinderen gedag. Ga een stukje wandelen in het park. Eet een tomaat alsof het een appel is. Schrijf een lieve post-it en plak die op je energierekening. Gooi wat steentjes in de fontein. Leer een paar zinnen in Xhosa. Ontdooi de vriezer. Alles is beter – echt alles – dan naar Lars von Triers The House That Jack Built te gaan.’ (Jessica Kiang in The Playlist)

En: ‘Nooit heeft Lars von Trier meer genoten van zijn reputatie als omstreden provocateur dan in The House That Jack Built. Ook al wordt het nooit helemaal duidelijk of de eigendunk in deze film serieus is of spottend.’ (Peter Bradshaw in The Guardian)

Plus: ‘Dit zijn maar een paar groepen die hij in deze film herhaaldelijk en nadrukkelijk probeert te kwetsen: vrouwen, de politie, iedereen die hem of een van zijn films in het verleden heeft verdedigd (god, wat voelen we ons stom nu), al zijn acteurs, mensen met kinderen, mensen die ooit kinderen waren, kunsthistorici, classici, Glenn Gould-fans, seriemoordenaars, mensen met ogen, mensen die voor hem applaudisseerden op de première, eenden [zie de film en je snapt meteen waarop gedoeld wordt, GB], en natuurlijk het festival zelf, dat deze film geselecteerd heeft.’ (Jessica Kiang in The Playlist)

En zo zouden we nog wel even kunnen doorgaan. Want de meeste recensies van Lars von Triers film The House That Jack Built, die in première ging op het afgelopen Filmfestival van Cannes, waren niet mild. En dat terwijl de nieuwe van Von Trier in Cannes juist een heugelijke gebeurtenis had moeten zijn.

'Is de film dan echt zo slecht? Zeker niet, de film is onevenwichtig, maar ook prettig respectloos en bijzonder indringend.'

Gerhard Busch

Persona non grata

Even terug in de geschiedenis: in 2011 wordt de Deense regisseur van het festival verbannen omdat hij op de persconferentie van zijn film Melancholia onverstandige grapjes maakt over zijn Duitse afkomst. Hij dacht altijd dat hij van Joodse afkomst was – Von Trier is een beroemde Joodse naam – maar vlak voor het festival kreeg hij te horen dat zijn echte vader geen Von Trier is, maar een Duitser, genaamd Hartmann. Von Trier constateert dat hij dus eigenlijk een nazi is, en hij bekent dat hij dat wel leuk vindt. ‘Wat kan ik zeggen. Ik begrijp Hitler wel …’

Tijdens de persconferentie wordt nog gegniffeld, want iedere journalist kent de pathologische provocateur en weet dat je hem niet al te serieus moet nemen. Maar op internet en in kranten valt die context weg, en heb je alleen zijn woorden nog: Jood, nazi, Hitler. Het ideale recept voor een rel, en die komt. Diezelfde dag nog. Kranten kruisigen de regisseur: ‘Von Trier geeft toe nazi te zijn!’ En Von Trier wordt tot persona non grata verklaard.

Lars von Trier tijdens Cannes 2018

Middelvinger

Terug naar Cannes 2018. Na zeven jaar verbanning drukt het festival de verloren zoon (vrijwel alle films van Von Trier gingen in Cannes in première) weer aan de boezem. Nota bene met een film die je heel goed kan lezen als een excuus voor de Hitler-opmerking van 2011. Nou ja, excuus, meer een verklaring, want Von Trier doet niet aan excuses. En eigenlijk ook geen verklaring, het is een middelvinger naar al zijn criticasters, want dat is de stijl van Von Trier.

En niet iedereen kan dat waarderen. Maar is The House That Jack Built dan echt zo slecht als de quote boven aan dit stuk suggereert? Zeker niet, de film is onevenwichtig, maar ook prettig respectloos en bijzonder indringend. Want hoewel de hoeveelheid bloed en smerigheid in deze film bleek afsteekt tegen de meeste andere seriemoordenaarsfilms, is Von Trier de betere filmmaker, waardoor het getoonde veel harder binnenkomt.

The House That Jack Built is, kort samengevat, het portret van een kunstenaar als seriemoordenaar. De Jack uit de titel is een onooglijk mannetje (gespeeld door Matt Dillon met uilenbril) dat naar eigen zeggen zestig moorden heeft gepleegd. In de film zien we hem in vijf verschillende hoofdstukken aan het werk bij het plegen van enkele van die steeds gruwelijker wordende moorden. En horen we hoe Jack in voice-over met ene Verge (die we pas aan het einde van de film te zien krijgen) zijn moorden bespreekt en vergelijkt met het maken van kunst. De conclusie ligt voor de hand: Jack is Lars en de moorden zijn de films van Von Trier.

Ik mag het Von Trier zelf voorleggen in een ultrakort interview dat we in Cannes hebben. Von Trier is niet in goeden doen. Hij trilt, moet lang over zijn antwoorden nadenken en is niet half zo gevat als in voorgaande jaren. De alcohol en pillen, waarmee de geestelijk instabiele regisseur jarenlang zijn dwangstoornissen en fobieën te lijf is gegaan, hebben hun tol geëist.

Von Trier zegt Jacks ambitie te herkennen. ‘Zijn ambitie om kunst te maken. Al zou ik het zelf natuurlijk niet zo doen.’ Op de vraag of hij nou Jack is of niet, zegt hij: ‘Al mijn personages zijn een beetje mij. Maar Jack waarschijnlijk het meest.’

In Cannes werd het publiek voorafgaand aan de vertoning gewaarschuwd voor het vele geweld in de film. En tijdens de persscreening verlieten zo’n beetje honderd journalisten de film voortijdig. Ik vraag Von Trier nog of dat genoeg is en even keert de oude meesterprovocateur terug. Met een twinkeling in zijn ogen antwoordt hij: ‘Nee … tweehonderd was beter geweest.’