Dakloze vrouwen worden zichtbaar in Les invisibles

Interview met regisseur Louis-Julien Petit over Les invisibles

, Karin Wolfs

In Les invisibles, een tragikomedie over dakloze vrouwen, laat de Franse regisseur Louis-Julien Petit de meeste bijrollen spelen door vrouwen die zelf op straat leefden.

Een dakloze vrouw die een huis krijgt toegewezen, mag niet langer door een maatschappelijk werkster worden begeleid. En dus staat ze in no time weer op straat. Want wie geen werk vindt, kan de huur niet betalen. In de Franse tragikomedie Les invisibles zijn gemeenteambtenaren doof en blind voor de tegenstrijdigheden in hun eigen daklozenbeleid. Tot ergernis van de maatschappelijk werksters van een daklozenopvang die met hun cliënten in die vicieuze cirkel gevangen zitten. Via de mail vertelt drukbezet scenarist/regisseur Louis-Julien Petit over de manier waarop ze in zijn film uit die cirkel ontsnappen. En over het belang van humor in tijden van gele hesjes.

Wie zijn ‘de onzichtbaren’ uit de titel?
Petit: ‘Met "de onzichtbaren" doel ik op minderheden die de maatschappij niet meer wil zien of aan de kant heeft geschoven. Dat zijn natuurlijk de dakloze vrouwen die centraal staan in mijn film, maar ook de maatschappelijk werksters die door de ambtenarij worden tegengewerkt bij het helpen van anderen. Die twee zijn met elkaar verbonden. Die verbondenheid vormt de kracht van het verhaal. Ik wilde proberen die vrouwen weer zichtbaar te maken. Om te beginnen voor zichzelf, door hun gevoel van eigenwaarde te herstellen. En vervolgens voor de samenleving, met deze film.’

Naïs Bessaih

'De basis van alle grootse sociale komedies ligt in een ernstige constatering'

Louis-Julien Petit

‘Zij zijn hamsters, wij zijn hamsters,’ zegt een maatschappelijk werkster op een gegeven moment over de vicieuze cirkel waarin zij en hun cliënten gevangen zitten. Grappig genoeg proberen ze die te doorbreken door met recycling geld te verdienen. Zelfs de structuur van de film is cyclisch. Wat spreekt u zo aan in cirkels?
‘Al mijn films draaien om cycli. In Les invisibles wilde ik laten zien dat je uit de administratieve zwaarte moet ontsnappen om tot oplossingen te komen. Het thema van de film is civiele ongehoorzaamheid. Dat is illegaal, maar rechtvaardig voor mijn personages. Moeten die in hun kooi blijven zitten of daaruit springen om oplossingen te vinden?’ 

Waarom en hoe heeft u met echte dakloze vrouwen samengewerkt?
‘Het begon met het boek Sur la route des invisibles van Claire Lajeunie. Dat is een verslag van het leven van dakloze Parijse vrouwen. Het zat vol emotie, grappen, achtergronden, maar een verhaal ontbrak. Daarom heb ik zelf een jaar in daklozenopvangcentra doorgebracht, op zoek naar materiaal voor een blijspel – in mijn ogen het enige middel om een verband te leggen tussen de kijker en dit moeilijke onderwerp. Op basis van wat ik daar meemaakte, heb ik personages bedacht. Die worden gespeeld door vrouwen die op straat leefden, maar inmiddels een dak boven hun hoofd hebben. Omdat ik waarachtig wilde zijn, was het vanzelfsprekend om met hen te werken. Zo zijn zij dus echte actrices geworden!’

Deborah Lukumuena (l) en Audrey Lamy in Les invisibles

Waar komt het verhaal vandaan van de dakloze Chantal, die in de gevangenis heeft gezeten? En het verhaal van vrijwilligster Hélène, die steeds met een appeltaart naar het opvangcentrum komt?
‘Tijdens mijn onderzoek in daklozenopvangcentra heb ik vele "Hélènes" ontmoet. Je weet nooit precies waarom ze in het centrum komen helpen, behalve dan dat het een gat vult dat elders is geslagen [Hélènes man wil bij haar weg, red.]. Ze komen daar om hun zichtbaarheid te herwinnen, om van nut te zijn in het hart van een groep. Chantal is een bijzonder geval. Ik had al een verhaal geschreven over een vrouw die haar man had gedood, omdat die haar mishandelde. Toen kwam Adolpha bij de audities langs, die toevallig hetzelfde bleek te hebben meegemaakt. Haar heb ik toen de rol van Chantal gegeven. Op een dag zei ze tegen me: “Weet je Louis-Julien? Toen ik op straat leefde, had ik enkel m’n humor nog. Dat heeft me gered.” Op de eerste draaidag pakte ze mijn hand en zei: “Wie kan er nou opscheppen dat ie onsterfelijk is dankzij een rol in een film? Nu ik onsterfelijk ben, kan ik sterven!”’

Les Invisibles is een goedvoelfilm over dakloosheid. Is het niet riskant dat probleem te bagatelliseren in tijden van gele hesjes, waarin mensen te weinig verdienen om normaal te kunnen leven?
‘Ik wilde geen goedvoelfilm maken, maar een sociale komedie. De basis van alle grootse sociale komedies ligt in een ernstige constatering. De humor zit hem vervolgens in hoe personages zich daartegen verzetten onder het mom: we hebben niets meer, dus we hebben alles te winnen! Ik ben beslist een utopist, maar ik geloof dat de mens weer centraal moet komen te staan in de discussie. Dat verbondenheid kracht geeft. In Les invisibles geven die vrouwen ons kracht, omdat ze zich verzetten. Omdat ze oplossingen proberen te vinden. Ik wil mijn camera midden in dat gevecht zetten. Om de humor daarvan te tonen. Want dat brengt waar het vandaag de dag wreed genoeg aan ontbreekt: hoop!’