Tel Aviv on Fire: verrassend opgewekte satire

Interview met regisseur Sameh Zoabi

, Rick de Gier

De Palestijnse regisseur Sameh Zoabi is afhankelijk van financiers uit Israël en Europa, die zich vaak met zijn werk bemoeien. Dit proces inspireerde hem tot het maken van de komedie Tel Aviv on Fire.

Films over het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn in de regel tragisch, boos, beklemmend, en soms uitgesproken activistisch. De Palestijnse regisseur Sameh Zoabi besloot het eens over een andere boeg te gooien. Zijn Tel Aviv on Fire is een luchtige komedie – waarin hooguit en passant wat tragiek en boosheid doorklinken, want helemáál zonder kan zo’n verhaal natuurlijk niet. 

Hoofdpersoon is de dertigjarige Salam (Kais Nashif, bekend uit Paradise Now), een weinig ambitieuze goedzak die werkt als productieassistent op de set van een Palestijnse soap die ook onder Israëli’s populair is: Tel Aviv on Fire. Hiervoor moet hij dagelijks vanuit zijn woonplaats Jeruzalem langs een checkpoint naar Ramallah. Wanneer hij een keer tegen de Israëlische grenswacht opschept dat hij weleens meeschrijft aan de soap, begint de soldaat suggesties te doen voor verhaallijnen – suggesties die tot Salams schrik steeds dwingender worden. 

'Van Palestijnse medewerkers mocht de grenswacht niet te sympathiek zijn, terwijl Israëli’s bang waren dat ik hun leger te kakken zette'

Sameh Zoabi

Het idee voor de film is uit het leven gegrepen, vertelt Sameh Zoabi via Skype vanuit New York, waar hij tussen het filmen door woont. ‘Als Palestijnse filmmaker krijg je met veel bemoeienis te maken. Er bestaat niet zoiets als een Palestijns filmfonds, dus ik ben afhankelijk van financiering uit Israël en Europa. Palestijnen die aan de film meewerken vrezen daarom dat ik niet kritisch genoeg kan zijn, terwijl Israëlische producenten weer beducht zijn voor Palestijnse propaganda. En Europeanen willen beide partijen te vriend houden, dus die dringen vooral aan op een gematigde inhoud. Dat zijn best pittige omstandigheden om onder te werken. Maar ik besefte al snel dat zo’n situatie ook veel komische potentie heeft. En dus verzon ik een komedie over een Palestijnse productie waar allerlei partijen zich tegenaan bemoeien.’ 

En, bemoeide iedereen zich er ook nu weer tegenaan?
Zoabi (lachend): ‘Uiteraard. Van Palestijnse medewerkers mocht die grenswacht bijvoorbeeld niet te sympathiek zijn, terwijl de Israëli’s bang waren dat ik hun leger te kakken zou zetten. Ik hoorde alle meningen geïnteresseerd aan, maar inmiddels doe ik dit werk lang genoeg om gewoon mijn eigen plan te kunnen trekken. Op de set vond ik de bemoeienis van de acteurs en producenten zelfs wel prettig, want daar kon ik inspiratie uit putten om scènes ter plekke nog iets aan te scherpen.’ 

Hoe kwam u op het idee van de soap? Bestaat zoiets echt?
‘Nee, maar het had wel kúnnen bestaan. Toen ik opgroeide, in de jaren tachtig, had je op de Israëlische televisie nog maar twee zenders. Palestijnen keken daar nauwelijks naar, behalve op vrijdagavond, dan werden er Egyptische films en series uitgezonden. Dat zorgde gek genoeg voor een zekere verbondenheid, want de volgende dag op straat had iedereen het er met elkaar over, ongeacht hun afkomst. Zoiets is er tegenwoordig niet meer, we leven veel meer langs elkaar heen. Dus die soap is voor mij ook een soort nostalgische constructie.’ 

Hoe zijn de reacties op de film? Kan men waarderen dat u lacht om ernstige zaken?
‘Ja, dat is me alles meegevallen. Zowel de Palestijnse als de Israëlische pers schreef er met een zekere opluchting over: eindelijk een blik op het conflict die wat lucht brengt. Ik denk dat het filmpubliek ook niet meer zit te wachten op schrijnende beelden van checkpoints en zo; daar staat half YouTube al mee vol. Als filmmaker moet je proberen nieuwe perspectieven te bieden.’ 

Maisa Abd Elhadi (l) als Mariam en Kais Nashif als Salam Abbas in Tel Aviv on Fire

Was het lastig om uw frustratie over de situatie in te houden en de toon luchtig te houden?
‘Je ziet heus wel iets van die frustratie in de film terug. Het feit dat ik het conflict reduceer tot een soap zegt genoeg. Dat is precies hoe de meesten van ons het conflict beleven: als een eindeloze soap die je de neus uit komt. Daarnaast heb ik het scenario heel bewust doorspekt met kleine momenten die de komische bubbel even doorprikken, zodat je als kijker denkt: o ja, de dagelijkse realiteit is helemaal niet zo ontspannen.’ 

Is het überhaupt mogelijk om een niet-politieke film te maken in een Palestijnse setting?
‘Ik denk het niet. Israëli’s kunnen dat wel: kleine, persoonlijke verhalen vertellen over bijvoorbeeld een huwelijk of een schoolklas. Maar zij worden in het dagelijks leven minder geconfronteerd met de politieke situatie. En bovendien hebben zij een florerende filmindustrie. Als Palestijnse filmmaker blijf je altijd afhankelijk van buitenlanders, die toch vooral verhalen willen zien waarin hun eigen aannames worden bevestigd. Politieke verhalen dus.’ 

In hoeverre kunnen Palestijnen uw films eigenlijk zien? Zijn er bioscopen in de Palestijnse gebieden?
‘Nauwelijks. Maar mijn films worden daar sowieso niet gedraaid, vanwege de Israëlische medewerking. Om die reden worden mijn films ook niet vertoond op Arabische festivals. Ik heb het meegemaakt dat Arabische programmeurs mijn werk zagen in Venetië of Rotterdam, en dan zeiden: “Goede film, echt een Palestijns verhaal ook, maar ons publiek gaat dat nooit pikken.”’ 

Dat moet zwaar voor u zijn.
‘Ja, dat is het wel. Het is een offer waarvan ik me van meet af aan bewust ben geweest. Ik kan er wel begrip voor opbrengen, maar vind het erg verdrietig, want het is koren op de molen van de Israëlische politiek, die Palestijnen wil verdelen en van hun identiteit beroven. Maar ik ga die strijd verder niet aan, ik stop mijn energie liever in nieuwe films.’

Tel Aviv on Fire draait vanaf 25 juli in de Nederlandse bioscopen