'Wat er nu gebeurt zag ik echt niet aankomen'

Steven Wouterlood over Mijn bijzonder rare week met Tess

, Cecile Elffers

Diverse filmmakers hadden hun zinnen gezet op de rechten van het kinderboek Mijn bijzonder rare week met Tess van Anna Woltz, maar Steven Wouterlood ging ermee vandoor. ‘Voor een jong publiek moet je niet heel cool gaan doen.’

Alleenheidstraining, noemt Sam het. De jonge hoofdpersoon uit Mijn bijzonder rare week met Tess heeft een oplossing gevonden voor zijn doodsangst: als hij zichzelf nou elke dag een uur langer leert alleen te zijn, dan is het niet zo erg als hij als jongste van het gezin in zijn eentje overblijft; als iedereen doodgaat, dus.

Sam heeft een gelukkig bestaan: twee lieve ouders en een oudere broer, vakantiehuisje op Terschelling – één grote idylle, eigenlijk. Toch denkt hij veel na over de dood, zoals regisseur Steven Wouterlood (1984) dat als jochie ook deed.

Als Sam tijdens de zomervakantie het ongewone Terschellingse meisje Tess ontmoet, komt zijn wereld op z’n kop te staan. Hij raakt helemaal in de ban van Tess en wil haar helpen met haar grote geheim, maar is dat wel zo’n goed idee?

Mijn bijzonder rare week met Tess was als kinderboek een internationaal succes en nu verschijnt het verhaal van Sam en Tess ook in de bioscoop. De afgelopen maanden verscheen de film op festivals over de hele wereld, werd daar aan allerlei landen verkocht en viel in de prijzen, onder meer in Berlijn en op het New York International Children's Film Festival. Variety riep Steven Wouterlood zelfs uit tot een van de tien grootste Europese talenten van 2019.

Had u dit succes verwacht?
Wouterlood: ‘Ik had wel het idee dat het iets moois kon worden, maar wat er nu gebeurt zag ik echt niet aankomen. Het is toch altijd spannend hoe je film landt, en dit is ook nog mijn eerste lange bioscoopfilm.’

Waarom slaat de film zo aan, denkt u?
‘Ik denk omdat het een gelaagd verhaal is, met zowel spanning en humor als ontroering. Het zijn ook universele thema’s: voor het eerst verliefd worden, de strijd tussen twee broers, het nadenken over de dood. En het wordt allemaal op een lichte toon verteld en met elkaar verweven. Toen ik het boek las, werd ik daar meteen door gegrepen en ben ik koffie gaan drinken met Anna Woltz, de schrijver. Er bleken meer mensen geïnteresseerd in de filmrechten, en ook nadat ik die had bemachtigd hoorde ik van verschillende collega’s: o jammer, dat boek wilde ik doen! Ik denk dat Mijn bijzonder rare week met Tess ook in de traditie van Nederlandse jeugdfilms past. We schromen hier niet om lastige thema’s – seksualiteit bijvoorbeeld, of de dood – op een frisse, niet te verhullende manier te laten zien. Voor een jong publiek moet je niet alles uitleggen, of heel cool gaan doen. In plaats daarvan neem je je kijkers serieus, je beschouwt ze eigenlijk als volwassen. Dan krijg je een jeugdfilm die, als het goed is, ook volwassenen raakt.’

Still uit Mijn bijzonder rare week met Tess

Waarom was u de aangewezen persoon om dat felbegeerde boek te gaan verfilmen?
‘Ik kan me echt identificeren met de hoofdpersoon, Sam. Ik zit zelf ook heel erg in mijn hoofd en had als klein kind al dat ik ’s nachts wakker lag van de dood: wat als straks alles afgelopen is? Die beklemming las ik terug in het boek. Verder ben ik net als Sam de jongste van het gezin, en we kwamen veel op de Wadden. Dat zomerse, vrije eilandgevoel, dat je ouders je lekker zonder toezicht laten rondzwerven, dat was dus ook heel herkenbaar voor me.’

Waarom heeft u voor deze hoofdrolspelers, Sonny van Utteren en Josephine Arendsen, gekozen?
‘Je hebt regisseurs die 200 kinderen zien, ik heb denk ik dertig jongens en veertig meisjes gezien; het ging dus nog best snel. We hebben ook op Terschelling castings gehouden, om te kijken of er voor de rol van Tess niet een echt eilandmeisje was. Die vonden we helaas net niet; Tess is zó’n eigenzinnig, specifiek personage. Uiteindelijk zagen we Josephine en wisten we: zij is het. Iets heel interessants en intrigerends heeft zij, net als Tess: ze is ontzettend onafhankelijk, maar toch ook nog een klein meisje op weg naar volwassenheid. En Sonny, die heeft iets enorm ontwapenends: ik móét gewoon naar hem kijken en als hij lacht, lach ik vanzelf mee. Allebei zijn het echte talenten en, al weet je het natuurlijk nooit zeker met kindacteurs, ik denk dat we nog veel van ze gaan horen.’

Wat hoopt u dat Mijn bijzonder rare week met Tess met de kijkers doet?
‘Ik vind het heel waardevol als een film je kan laten voelen dat jij niet de enige bent die ergens mee worstelt. Dat de film je daardoor rust geeft, en troost, en kracht. Maar goed, nu lijkt het een heel zware film, terwijl het dat echt niet is! Ik wil dus juist laten zien dat zoiets als piekeren over de dood heel gewoon is, dat het bij het leven hoort. Sam is een gelukkig kind, maar toch zit hij hiermee. Laatst maakten we iets heel moois mee bij de Q&A op een filmfestival in Kroatië. Er stond een jongetje op dat zei: ik heb geen vraag, ik wou alleen maar even vertellen dat ik me ook soms heel alleen kan voelen en moet nadenken over de dood, net als Sam in de film. Er werd vervolgens heel hard voor hem geapplaudisseerd. En die jongen keek trots en ging weer zitten.’

Mijn bijzonder rare week met Tess draait vanaf 3 juli in de bioscoop.