Waarom de zomerfilm een fantasieloos fabrieksproduct is geworden

Blockbusterblues

, Rick de Gier

Sinds Jaws staat de zomer onder filmliefhebbers bekend als het blockbusterseizoen. Heeft die traditie haar langste tijd gehad?

Jaws (1975)

Volgens de overlevering werd het merkbaar leger op Amerikaanse stranden nadat haaienthriller Jaws in de zomer van 1975 in première was gegaan. Maar lag dat aan een plotselinge angst voor dodelijke haaien, of aan het feit dat men opeens massaal naar de bioscoop trok? De zomer was het minst lucratieve filmseizoen, waarin Hollywood kansloze kliekjes opdiende, maar Jaws zette die traditie op haar kop: de film brak alle box-office-records.

En dat terwijl producent Universal er aanvankelijk weinig fiducie in had. Regisseur Steven Spielberg was bij het grote publiek nog onbekend, en de opnames verliepen bepaald niet gesmeerd. Pas na uitzinnige reacties van het testpubliek werd de film alsnog in honderden zalen tegelijk uitgebracht, vergezeld van een peperdure reclame-campagne.

Het succes van Jaws schudde Hollywood wakker. De zomer werd het seizoen voor luchtig spektakel dat met veel bombarie in de markt werd gezet. De zogenoemde blockbuster (vernoemd naar een in WO II ontworpen bom die complete huizenblokken kon wegblazen) kostte een lieve duit, maar leverde ongeëvenaard veel op. En niet alleen in de bioscoop. Met Star Wars bewees George Lucas dat je een goed concept eindeloos kunt uitmelken – in de vorm van speelgoed, boeken, snacks, games en tv-programma’s.

‘Er komt onvermijdelijk een implosie. Dan zal een hele rits van die megadure producties floppen, waardoor het systeem op z’n kop wordt gezet.’

Steven Spielberg

Implosie

We spoelen even vooruit naar 2013. Spielberg en Lucas, peetvaders van de zomerfilm, waarschuwen tijdens een interview dat het niet goed gaat met de blockbuster. Lucas: ‘De studio’s gaan voor goud, maar dat kan niet eeuwig goed gaan. Hun blikveld versmalt steeds meer. Vroeg of laat krijgen mensen daar genoeg van.’ Spielberg: ‘Er komt onvermijdelijk een implosie. Dan zal een hele rits van die megadure producties floppen, waardoor het systeem op z’n kop wordt gezet.’

Anno 2017 lijkt dit doemscenario steeds reëler. Wat zijn de grootste titels deze zomer? Cars 3, Pirates of the Caribbean 5, Alien 6, een verfilming van de pulp-tv-serie Baywatch, een zoveelste Planet of the Apes-film en ga zo maar door. Vergelijk dat eens met de zomers van twintig, dertig jaar geleden. In 1982 kon je naar E.T., Blade Runner, The Thing, Poltergeist, Tron. In 1994 naar Speed, Forrest Gump, True Lies, The Mask, The Lion King. Allemaal min of meer originele verhalen, in unieke stijlen verteld. Vervolgfilms en remakes waren schaars. Wat is er gebeurd? Waarom is de ooit zo amusante zomerfilm zo’n fantasieloos fabrieksproduct geworden?

Allicht is dat grotendeels aan internet te wijten. Door piraterij, het instorten van de dvd-markt en de opkomst van diensten als Netflix lopen studio’s veel geld mis, waardoor ze steeds minder risico’s durven te nemen. Daarnaast speelt de enorme groei van de internationale markt een rol. Alleen al in China wordt bijna dagelijks een nieuwe bioscoop gebouwd. Omdat het onbetaalbaar is om wereldwijd uitbundig te adverteren, zet Hollywood graag in op herkenbaarheid. Chinezen die genoten van Fast & Furious 7 gaan ook wel naar deel 8, redeneert men.

Vlnr: Despicable Me 3, Wonder Woman, War for the Planet of the Apes, Pirates of the Caribbean: Salazar's Revenge en The Mummy

Universums

Het fantasiegebrek en de berekening van de grote filmmaatschappijen nemen inmiddels absurde proporties aan. Incidentele remakes en vervolgfilms hebben plaatsgemaakt voor complete ‘universums’ die jaren van tevoren minutieus worden uitgestippeld. De trend werd ingezet door superheldenfabriek Marvel, die sinds Iron Man (2008) een netwerk aanlegt van tientallen onderling verbonden films, in de hoop dat fans van een bepaalde titel ook alle andere willen zien. Dit jaar brengt Marvel vier films uit (waaronder deze week een zoveelste avontuur van Spider-Man) en volgend jaar maar liefst zeven. Met budgetten van zo’n 200 miljoen dollar per stuk behoren deze films tot de duurste ooit, maar dankzij de overkoepelende formule is het geen ramp als er eentje flopt – zolang het merk maar overeind blijft en er continu merchandise wordt verkocht.

Dit concept is veelvuldig gekopieerd. Zo bouwt Marvels grote concurrent DC aan een eigen ‘extended universe’ rond Batman en zijn maten, verzon Legendary Pictures het MonsterVerse, met films over kolossen als King Kong en Godzilla, en hoopt Universal jaren vooruit te kunnen met het Dark Universe, dat onlangs van start ging met het Tom Cruise-vehikel The Mummy.

Overweldigend? Vermoeiend? Nogal. Op internet wordt druk gespeculeerd dat de door Spielberg voorspelde ‘implosie’ wel eens in 2018 zou kunnen plaatsvinden. Er verschijnen dan ruim veertig blockbusters die allemaal deel uitmaken van een franchise. Dat is bijna één ‘zomerfilm’ per week (het seizoen loopt intussen van maart tot en met september, met december als bonus). Hollywood concurreert zichzelf kapot.

Liefhebbers van de wat serieuzere cinema kunnen hier natuurlijk de schouders over ophalen. In het filmhuis en op Netflix zullen toch wel kwaliteitsfilms blijven verschijnen? Vast wel. Maar zou het niet zonde zijn als de traditie die weergaloos popcornvermaak als Indiana Jones, Back to the Future, Die Hard en The Matrix voortbracht  volledig werd gekaapt door de franchise-maffia?

Misschien valt er hoop te putten uit de geschiedenis. In de jaren zestig ging Hollywood ook bijna ten onder aan ideeën-armoede en trok men een nieuwe generatie filmmakers aan om de boel te redden. Wie die helden waren? Francis Ford Coppola, Martin Scorsese, Woody Allen, Roman Polanski – en ja, Steven Spielberg en George Lucas. Enfin, waar dat toe leidde, heeft u net kunnen lezen.

Vijf blockbusters die nog uit moeten komen

6 juli: Spider-Man: Homecoming
12 juli: Cars 3
13 juli: War for the Planet of the Apes
20 juli: Dunkirk
24 augustus: The Dark Tower