Man, vrouw en slang in het paradijs

De driehoeksverhouding in Song to Song van Terrence Malick

, Karin Wolfs

In Song to Song stelt filmfilosoof Terrence Malick vragen over leven en liefde aan de hand van een driehoeksverhouding. 'Kun je leven van lied naar lied, van kus tot kus?'

Rooney Mara, Michael Fassbender en Ryan Gosling in Song to Song

Voordat de in Austin, Texas opgegroeide Terrence Malick (1943) filmer werd, was hij een veelbelovend filosofiestudent aan Harvard en Oxford. Malick bezocht de door hem zo bewonderde Duitse filosoof Heidegger in diens befaamde hut in het Zwarte Woud en belandde als docent op het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Maar toen hij daar op een dag les gaf over het belang dat Heidegger hecht aan de persoonlijke ervaring – in het hier en nu – als bron van kennis, viel Malick stil. Hij zou over angst doceren, maar voelde op dat moment geen angst. Dus kon hij er volgens Heidegger niets waarachtigs over zeggen. En dus zweeg Malick consequent de resterende tien minuten van de les. Het zou zijn laatste dag als academicus markeren, want Malick nam ontslag en vertrok naar het American Film Institute in Los Angeles om filmmaker te worden.

In de films die hij maakte – van de klassiekers Badlands (1973) en The Thin Red Line (1998) tot Gouden Palm-winnaar The Tree of Life (2011) – stelt hij spontaniteit altijd boven enscenering. Legio zijn de verhalen van medewerkers over hoe Malick op de set hele hordes klaarstaande crewleden en wereldberoemde acteurs rustig negeerde, zodat zijn cameraman een overvliegende roofvogel of een van een blad vallende kever kon vastleggen. Dat is immers het soort onmiddellijke waarheid dat Malick wil betrappen. De natuur beschouwt hij als vrij en puur, terwijl de voortschrijdende beschaving de mens enkel van die natuur vervreemdt. Daarom geeft Malick de ervaringen van zijn personages door een zwevende steadycam iets onwerkelijks mee. Alsof het leven in de moderne samenleving een van de realiteit losgezongen droom is.

'Kun je in deze wereld enkel leven van moment tot moment, van lied naar lied, van kus tot kus? Van het ene in het andere verlangen, zonder een idee van wie je bent?'

Terrence Malick

Devoot christen
Zo ook in Malicks nieuwe film, Song to Song, waar de eerste gedachte die het vrouwelijke hoofdpersonage met de kijker deelt, luidt: ‘Niets voelt echt.’ De film, die zich afspeelt in de muziekindustrie van Austin, Texas, gaat over een driehoeksrelatie tussen een muzikante (Rooney Mara), een songwriter (Ryan Gosling) en een producent (Michael Fassbender). Cameo’s zijn er voor de anarchistische punkrockgrootouders Patti Smith en Iggy Pop.

Al sinds zijn debuutfilm – Badlands, over een jongvolwassen seriemoordenaar en diens vijftienjarige vriendinnetje – is Malick geïnteresseerd in liefde als metafoor voor hoe de mens door zijn omgeving wordt bepaald. De stellen in Malicks films zijn een afspiegeling van de wereld waarin ze leven. Over het opgeblazen ego van zijn Badlands-personage zei acteur Martin Sheen eens: ‘Het was heel duidelijk in Terry’s script dat deze jongeman een beeld van zichzelf had dat buiten de werkelijkheid stond. Hij zag de wereld vanuit zijn eigen perspectief en projecteerde zichzelf daarin.’

Ergens zijn de driehoeksverhoudingen in films van Malick – devoot christen en zelf drie keer getrouwd – ook terug te voeren op die tussen man, vrouw en slang in het bijbelse paradijs.

Zo worstelen ook de verliefden in Song to Song met verleiding, verraad en macht. Met vrijheidsdrang en jaloezie. Met nieuwe en oude liefdes. Met een highbrow-leven versus een simpeler bestaan.

Rooney Mara in Song to Song

Slang
De slang duikt dan ook in menig Malick-film op: als een toevallig in het hoge gras wegschietende adder in The Thin Red Line, een over het water slingerend slangetje in The New World of een gigantische boa constrictor in een prentenboek, zowel in Days of Heaven als in The Tree of Life. In Song to Song zit een man wiens huid vol slangenschubben is getatoeëerd. Een van de mannen uit de driehoeksrelatie ontpopt zich bij gebrek aan een innerlijk kompas tot een slang van een man. Malick laat hem in een hotelkamer tussen twee callgirls door kronkelen. Wie in de snelle muziekbusiness niet stevig in z’n schoenen staat, dreigt zichzelf te verliezen.

Op het South by Southwest Film Festival in zijn woonplaats Austin, Texas dook Malick – die zich zelden in het openbaar vertoont en zich al helemaal niet laat interviewen – dit voorjaar verrassend genoeg op bij een nagesprek met acteur Michael Fassbender over Song to Song, geleid door collega-regisseur Richard Linklater (Boyhood). Over wat hem met deze film voor ogen stond, verwees Malick naar een gedachte van zijn vrouwelijke hoofdpersoon: ‘Kun je in deze wereld enkel leven van moment tot moment, van lied naar lied, van kus tot kus? Van het ene in het andere verlangen, zonder een idee van wie je bent? Waar leidt dat toe? Tot enkel chaos, rock-’n-roll! Michaels personage kan zich niets anders voorstellen dan zo’n fragmentarisch leven. “We verkeren in een vrije val,” zegt hij, “waar niemand thuis geeft.” Dat is een moeilijk gevoel om over te brengen. De beste manier om dat aan te pakken leek me een film maken op heel veel lokaties, met veel verschillende liedjes.’