Hollywoods favoriete verhaal

Bradley Cooper en Lady Gaga in remake A Star is Born

, Rick de Gier

Bradley Cooper en Lady Gaga spelen verliefde popsterren in de zoveelste remake van A Star Is Born. Waarom blijft deze showbizzsmartlap zo geliefd?

Bradley Cooper en Lady Gaga in A Star is Born (2018)

Bradley Cooper en Lady Gaga in A Star is Born (2018)

Is A Star Is Born het ultieme verhaal over de showbusiness? In Hollywood vindt men schijnbaar van wel. Het melodrama over een aspirerend sterretje dat wordt ontdekt door een oudere beroemdheid, waarna zij de top bereikt en hij in de goot belandt, wordt daar steeds opnieuw verteld.

Voor de oorsprong van het verhaal moeten we terug naar de beginjaren van de cinema. Toen Hollywood in de jaren twintig werd overspoeld door argeloze jongens en meiden die vergeefs op beroemdheid hoopten, gingen de studio’s een soort ontmoedigingsfilms produceren; moralistische drama’s over de keerzijden van de roem, vaak losjes gebaseerd op echte schandalen. In 1932 verscheen een hoogtepunt in dit genre, What Price Hollywood?, over een tragische romance tussen een bleue actrice en een zwaar drinkende producent.

Het was deze film die als inspiratie diende voor het groots opgezette Technicolordrama A Star Is Born uit 1937 – althans, zo werd alom vermoed, want de plots van beide films leken zo op elkaar dat er bijna een rechtszaak van kwam. Er volgden twee succesvolle remakes van A Star Is Born: in 1954 een musicalversie met Judy Garland, en in 1976 een variant waarin het verhaal werd verplaatst van de film- naar de muziekindustrie, met Barbra Streisand als beginnende folkzangeres en Kris Kristofferson als zuipende ouwe rocker. De beroemdste scène uit de eerdere films – waarin de vrouw een Oscar wint en de man dronken de ceremonie verstoort – vindt in deze versie plaats tijdens de Grammy-uitreiking.

Barbra Streisand en Kris Kristofferson in A Star is Born (1976)

Whitney Houston & Will Smith

Alsof er ooit is afgesproken A Star Is Born elke twintig jaar nieuw leven in te blazen, werd er eind jaren negentig alweer een remake aangekondigd, aanvankelijk met Whitney Houston en Will Smith in de hoofdrollen. Het project werd echter eindeloos uitgesteld en doorgeschoven: sterren als Beyoncé, Tom Cruise en Leonardo DiCaprio waren er tijdelijk aan verbonden, en regisseurs als Oliver Stone en Clint Eastwood.

Ten slotte belandde de film bij acteur Bradley Cooper, die er nu mee debuteert als regisseur en coscenarist. Het verhaal is wederom gesitueerd in de popindustrie. Cooper speelt zelf een populaire countryster, en Lady Gaga het onbekende zangeresje dat hij ontdekt. Wordt er nog een verrassende draai aan de formule gegeven? Inhoudelijk nauwelijks. Qua plot blijft de film opvallend trouw aan de eerdere uitvoeringen. Hooguit zijn er wat elementen gemoderniseerd: de relatie tussen de hoofdpersonen is gelijkwaardiger, het taalgebruik ruiger, er zijn lgbt-personages. Tegelijkertijd houdt de film een uitgesproken ouderwetse kwaliteit – als er sporadisch een smartphone in beeld verschijnt, voelt dat bijna misplaatst.

Vanwaar dan toch de drang om dit verhaal steeds opnieuw te vertellen? In het blad Vanity Fair zei Hollywoodkenner Karina Longworth daar onlangs iets interessants over: ‘In Hollywood gelooft men heilig in de mythe dat er maar weinig ruimte is aan de top, en dat er dus voor elke ster die rijst ook weer een moet vallen. Dit is Hollywoods favoriete verhaal over zichzelf.’

Dat verhaal heeft wel iets tweeslachtigs, zegt Longworth: ‘In A Star Is Born stelt Hollywood zich zogenaamd zelfkritisch op, alsof de makers naast het publiek gaan staan en zeggen: “Kijk toch hoe vreselijk en mensonterend het er hier aan toegaat.” Maar intussen is de film ook een typisch Hollywoodproduct, waarin de showbizzfascinaties van het publiek juist worden gevoed.’

Bradley Cooper en Lady Gaga in A Star is Born (2018)

Assepoesterverhaal

Die tweeslachtigheid zit A Star Is Born inderdaad in de weg. De film wil enerzijds een onvervalst Assepoesterverhaal zijn, aangenaam zoet en niet al te realistisch, en anderzijds een tragedie die wel degelijk de sombere werkelijkheid weerspiegelt. Dat blijft een wat onevenwichtige mix, ook in de nieuwe versie van Bradley Cooper.

Het aardige aan Coopers film is wel dat hij de zwakheden in het verhaal lijkt te erkennen. Op zeker moment laat hij zijn personage iets zeggen over de beperktheid van muziek: een muzikant heeft maar twaalf noten tot zijn beschikking en hoeft dus niet te proberen een volstrekt originele melodie te verzinnen; het gaat er puur om hoe je een melodie brengt.

Dat lijkt een bewuste knipoog naar het publiek. Zo van: ‘Oké, dit verhaal is al vaker verteld en zit vol clichés. Maar ik maak er evengoed iets bijzonders van, let maar op.’ En jawel, op twee terreinen maakt Cooper er zeker iets bijzonders van. Zijn regie is voor een debutant opvallend trefzeker: dynamisch maar niet te glad, soms rauw, dan weer teder en intiem – het filmische equivalent van de countryrock van zijn personage.

En dan het acteerwerk. Cooper zet zowel de stoere rocker als de sneue dronkenlap volstrekt geloofwaardig neer, en Lady Gaga is niets minder dan een ontdekking (vooral voor wie gewend is haar hitjes op de radio weg te draaien). Haar charisma op het podium hoeft niet te verrassen, maar ook daarbuiten, zonder schmink en glitterkostuums, is ze betoverend, juist in haar aandoenlijkheid. A movie star is born, zullen we maar zeggen.

Het zijn de acteurs die geregeld doen vergeten dat het verhaal eigenlijk nogal drakerig is. A Star Is Born was in 1937 een schaamteloze smartlap, en is dat ruim tachtig jaar later nog steeds. Nu maar afwachten wat de onvermijdelijke volgende versie in (pakweg) 2040 zal brengen.

advertentie