In La Belle Époque keert een hopeloze romanticus terug naar een avond in 1974, toen hij de grote liefde van zijn leven voor het eerst ontmoette.

Westworld, maar dan met acteurs in plaats van robots.’ Zo kan je het concept van Time Travellers in het komische Franse drama La Belle Époque het best omschrijven. Rijke klanten kunnen elke periode uit de geschiedenis kiezen en vervolgens besluiten te dineren met Marie Antoinette of door te zakken met Ernest Hemmingway, waarna het bedrijf Time Travellers dat mogelijk maakt. Er worden sets gecreëerd en acteurs ingehuurd om de onderdompeling zo levensecht en compleet mogelijk te maken. 

Het is een interessant concept, maar het spreekt voor La Belle Époque dat schrijver/regisseur Nicolas Bedos (1980) dat idee ondergeschikt maakt aan een veel interessanter verhaal, over uitgebluste liefdes, nostalgie, en de bijna goddelijke kracht van de artistieke creatie.

Het huwelijk van zestigers Victor (Daniel Auteill) en Marianne (Fanny Ardant) loopt op zijn laatste benen. Victor zag een goede baan als illustrator bij de krant verdwijnen toen de krant online ging, en schampert sindsdien onophoudelijk over de Moderne Tijd. Marianne kan het op een gegeven moment niet meer horen en schopt hem het huis uit. 

Waarna Victor terechtkomt bij Time Travellers, dat gerund wordt door Antoine (Guillaume Canet), een goede vriend van zijn zoon. Daar mag Victor kiezen welk stukje geschiedenis hij opnieuw wil beleven. En de hopeloze romanticus kiest voor een avond in 1974 in café La Belle Époque in Lyon. De avond dat hij en Marianne elkaar voor het eerst zagen.

Wat volgt zou in een romantische komedie eenvoudig te voorspellen zijn, maar daar is deze film veel te slim voor. Regisseur Bedos introduceert een tweede verhaallijn – de jonge actrice die Marianne speelt is een oude vlam van Antoine – en weet die twee lijntjes soepel en vaak op verrassende wijze met elkaar te verweven. La Belle Époque is zo een zelfverzekerde  balanceeract geworden. Wat des te opvallender is als je beseft dat dit pas Bedos’ tweede film is, na Mr & Mme Adelman uit 2017.  

Het concept – dat herinnert aan The Truman Show en de films van Charlie Kaufman – zou trouwens zo maar eens opgepikt kunnen worden door Hollywood. Of de eventuele remake hetzelfde niveau zal hebben als het origineel, waarin humor en cynisme elkaar bijna vanzelfsprekend afwisselen, valt te betwijfelen. Een ding is zeker, het (bewust) politiek zeer incorrecte begin van de film zal je in de Hollywoodversie nooit terugvinden. 

La Belle Époque draait vanaf 2 januari in de bioscoop