Gameverfilming Sonic werd grondig aangepast nadat fans hadden geklaagd over het uiterlijk van hun held. Digitale personages roepen vaker gemengde gevoelens op, dit noemt men het uncanny valley-effect.

Poppen en wassen beelden die er net niet helemaal menselijk uitzien: Sigmund Freud kreeg er al de kriebels van, zo schreef hij in zijn essay ‘Das Unheimliche’, gepubliceerd in 1919. Een halve eeuw later introduceerde de Japanse roboticaprofessor Masahiro Mori de term uncanny valley – in het Nederlands ook wel ‘de griezelvallei’ genoemd – om dit fenomeen te duiden.

Volgens Mori’s theorie voelen we instinctief empathie voor een artificieel wezen dat menselijke trekken heeft, zoals een robot, een pop of een getekend personage. Hoe menselijker zo’n figuur, hoe meer we ervoor voelen. Maar er komt een punt – wanneer het wezen bijna menselijk is, maar net niet helemaal – waarop de empathie ineens kan omslaan in afkeer. We gaan dan een echt mens zien met een eng gebrek. Voor ontwerpers is het zaak dit schemergebied (in een grafiek verbeeld als een vallei) te vermijden.

Ter illustratie: robotje Wall-E vinden we schattig, Anna en Elsa uit Frozen nog sympathieker, maar de kerstman in The Polar Express – brrr.

In de cinema is de griezelvallei een relatief jong probleem, omdat hyperrealistische animatie pas mogelijk is sinds de opkomst van de computer. Een van de eerste ervaringen met het fenomeen vond plaats tijdens een testscreening van familiefilm Shrek (2001). De jongste kijkertjes begonnen op geheel onverwachte momenten te huilen – niet van het groene titelmonster of de enge draak, maar van de lieve prinses Fiona. Zelf begrepen ze vast niet precies waarom, maar de makers trokken hun conclusies en gaven Fiona een cartoonesker uiterlijk. Probleem opgelost.

Pin-up

In datzelfde jaar stonden de makers van animatiefilm Final Fantasy: The Spirits Within voor een raadsel: waarom trok hun verfilming van een razendpopulair computerspel zo weinig bezoekers? De animatiestijl was baanbrekend, daarover waren alle critici het eens; hoofdpersoon Aki werd zelfs zo levensecht gevonden dat ze als eerste fictieve pin-up in de ‘Hot 100’ van mannenblad Maxim werd opgenomen. Maar zoals Rolling Stone het verwoordde: ‘De film sleept je mee (…) tot je de kilte gaat opmerken in de ogen van de helden, en de mechanische kwaliteit van hun bewegingen.’

Ogen en bewegingen: ziedaar de twee grootste uitdagingen voor digitale animators. Van ogen verwachten we niets minder dan een weerspiegeling van de ziel van een personage, en een menselijk gezicht alleen al kan op duizenden manieren bewegen – ga er maar aan staan.

Een belangrijke stap was in dit opzicht de zogenaamde motion-capture-techniek, die rond de millenniumwisseling werd afgekeken uit de game-industrie. Hierbij worden eerst de bewegingen (en soms ook ogen) van een acteur gefilmd en die worden dan als basis gebruikt voor een digitaal wezen. De techniek leverde al veel overtuigende personages op, van Gollum uit The Lord of the Rings (2001-2003) tot cyborg Alita uit Alita: Battle Angel (2018), maar is ook weer niet het ei van Columbus gebleken – uncanny personages zijn er nog altijd genoeg in de cinema.

De digitale dakhazen uit de musical Cats werden genadeloos weggehoond door de internationale filmpers.

Recente voorbeelden: Cats en Sonic

Menig Hollywoodproducent ligt daar geheid van wakker. Want filmhelden die kijkers afstoten, leiden onvermijdelijk tot flops. Dat bleek afgelopen kerst weer toen de digitale dakhazen uit de musical Cats genadeloos werden weggehoond door de internationale filmpers. Wanhopig bracht producent Universal een week na de première nog een nieuwe versie van de film uit met verbeterde special effects, maar dat kon een debacle niet meer voorkomen: volgens experts koerst de studio mogelijk af op honderd miljoen dollar verlies.

Een vergelijkbare crisis speelde zich af rond de gameverfilming Sonic, die deze week in de bioscoop verschijnt. Toen de trailer vorig voorjaar online werd gezet, kwamen fans van het figuurtje massaal in opstand: waarom had hun geliefde cartoonegel zo’n eng, quasimenselijk gezicht gekregen, en zo’n levensechte pels? De filmmakers kwamen meteen in actie: ze boden hun excuses aan, verschoven de releasedatum en trokken vijf miljoen dollar extra uit de kas om Sonic ingrijpend te versimpelen. Na de lancering van de vernieuwde trailer konden ze opgelucht ademhalen: ditmaal waren de fans tevreden.

Links het ontwerp van Sonic the Hedgehog vóór de ingreep, rechts erna

Facelift

Zal de vallei ooit helemaal worden overbrugd? De almaar voortschrijdende techniek suggereert van wel. Zo werden er vorig jaar weer grote stappen gezet op het gebied van de-aging, zeg maar een digitale facelift waarmee acteurs tientallen jaren kunnen worden verjongd. Will Smith speelde een twintiger in Gemini Man, Robert De Niro een veertiger in The Irishmande resultaten waren nog verre van perfect, maar toch behoorlijk indrukwekkend.

Maar misschien is een andere vraag relevanter: moeten we die vallei überhaupt wel wíllen overbruggen? Want wat wordt er dan allemaal niet mogelijk? Er worden nu al overleden acteurs uit de dood gewekt voor virtuele rollen in films en reclames – Peter Cushing dook op in Rogue One, Audrey Hepburn in een reclamespotje voor chocola, en er wordt momenteel zelfs gewerkt aan een oorlogsfilm met een digitale James Dean in de hoofdrol.

Is dat allemaal nog ethisch verantwoord? Hoe gaat die ontwikkeling verder als er helemaal geen beperkingen meer zijn? En wat gebeurt er als het YouTube-publiek met de nieuwste Hollywoodtechnieken aan de haal gaat? Grote kans dat we de uncanny valley nog behoorlijk zullen gaan missen.

Sonic is vanaf 13 februari te zien in de bioscoop