De bejubelde oorlogsthriller 1917 van Sam Mendes is een zogenaamde ‘one-shotfilm’. Althans, zo lijkt het. De verbluffende techniek zit het drama gelukkig niet in de weg.

Om de indruk te wekken dat zijn film Rope (1948) in één onafgebroken shot was opgenomen, moest Alfred Hitchcock nog elf lange takes gebruiken en die zo onopvallend mogelijk aan elkaar monteren. Op een enkele filmrol paste destijds namelijk niet meer dan tien minuten beeld. Pas sinds de komst van de digitale camera, nu zo’n twintig jaar geleden, is het echt goed mogelijk om een anderhalf à twee uur durende ‘one-shotfilm’ op te nemen.

Nou ja, in theorie dan. Praktisch is zo’n klus welhaast onmogelijk uit te voeren. Vooraf moet alles minutieus worden uitgedacht, er zijn eindeloze repetities nodig, en tijdens die ene, allesbeslissende opname kunnen er duizend dingen misgaan. Niet voor niets heeft slechts een handvol regisseurs zich er tot nog toe aan gewaagd, en dan ging het steevast om relatief kleinschalige projecten. Memorabele voorbeelden: Russian Ark (2002), Victoria (2015), Utøya 22. juli (2018).

Binnen het Hollywoodsysteem zou zo’n echte one-shotfilm vermoedelijk nooit groen licht krijgen – veel te riskant. Zo werd het schijnbaar ononderbroken shot uit Oscarwinnaar Birdman (2014) gewoon gemaakt op z’n Hitchcocks: met tientallen geheime plakmomenten. En zelfs veel beroemde ‘long takes’ uit conventionelere Hollywoodfilms (Snake Eyes, Children of Men, Gravity) zijn stiekem opgebouwd uit meerdere shots.

Beeld van de opnames van 1917

Digitaal poetswerk

Hoe zit het met de nieuwe, nu al veelgeprezen en -bekroonde WO I-film 1917? Deze Brits-Amerikaanse coproductie, het voorlopige magnum opus van de Britse cineast Sam Mendes (American Beauty, Skyfall), is ogenschijnlijk ook een one-shotfilm. De camera zit van begin tot eind min of meer vastgeplakt aan een Britse soldaat (George MacKay) op het slagveld van Noord-Frankrijk, die met zijn maat (Dean-Charles Chapman) een cruciale boodschap moet bezorgen aan een verderop gelegen bataljon. In een stijl die soms doet denken aan een computerspel of virtual reality volgen we de jongens door loopgraven, stukken niemandsland en kapotgeschoten dorpen. Slechts eenmaal is er een zichtbare ‘cut’, als de held bewusteloos raakt en het beeld even op zwart gaat.

Goed, technisch beschouwd moeten we dus spreken van een two-shotfilm. Maar klopt die benaming dan wel? Nee hoor, in interviews bekent regisseur Mendes dat 1917 in feite bestaat uit tientallen shots, in lengte variërend van ongeveer één tot acht minuten, die met digitaal poetswerk aan elkaar zijn geplakt. Het is verbluffend knap gedaan. Cinematograaf Roger Deakins zal (terecht) veel lof ontvangen voor zijn duizelingwekkende camerawerk, maar editor Lee Smith verdient zeker ook een vermelding.

Uitsloven

Dat de visuele klasse van 1917 buiten kijf staat, maakt de film natuurlijk nog niet automatisch een meesterwerk. Bij dit soort projecten rijst onvermijdelijk de vraag waar al die technische bravoure nu precies toe dient. Staat de prominente vorm in dienst van het verhaal, of leidt die daar eigenlijk eerder van af? Orson Welles, een van de pioniers van de long take, was zelf opvallend sceptisch over de techniek. Gevraagd naar het iconische openingsshot van zijn film Touch of Evil (1958) zei hij ooit: ‘Ik heb altijd dubbele gevoelens gehad over dat shot, omdat het zo nadrukkelijk laat zien dat de regisseur zich aan het uitsloven is. Echt goede shots moeten juist niet te veel opvallen.’

Sam Mendes is het daar wel mee eens, zo blijkt uit een interview op de site Vox: ‘Het camerawerk in 1917 is niet bedoeld om aandacht te trekken. Ik wil niet dat mensen zich er al te bewust van zijn. Misschien let je er de eerste tien minuten op, maar daarna vergeet je het hopelijk omdat je wordt meegesleept door het verhaal.’

De camera vergeten zal de ene kijker beter lukken dan de andere. Persoonlijk vroeg ik me ook na de eerste tien minuten nog geregeld af hoe Deakins en zijn collega's bepaalde kunstjes hadden geflikt. Maar meegesleept werd ik zeker. Door het overlevingsverhaal, dat Mendes baseerde op oorlogsherinneringen van zijn grootvader. En door het intense acteerwerk, de hyperrealistische decors en indringende muziek van Thomas Newman. Maar zeker ook door de vorm zelf, door die nimmer wijkende camera, die je van meet af aan de loopgraven insleurt en de chaos en tragiek van de Great War adembenemend dichtbij brengt.

En zo heeft Mendes het precies bedoeld, legt hij uit in filmblad Variety: ‘Ik wil je als kijker het gevoel geven dat dit allemaal in realtime gebeurt. Dat je bij de personages aanwezig bent, dat je met ze meeademt en in hun schoenen loopt. En de beste manier om dat te bereiken is door nooit te knippen, door het publiek als het ware nooit een uitweg te geven.’