Cinema op z’n intiemst

De Bankzitter: Lost in Translation

, Rick de Gier

Wat maakt Lost in Translation – keuzefilm van Zomergast Frans de Waal – toch zo’n heerlijk bitterzoete film, waarin alles lijkt te kloppen? We zoomen in op vijf belangrijke aspecten.

Scarlett Johansson en Bill Murray in Lost in Translation

1. De setting
Je hoeft niet in Tokio te zijn geweest om de vervreemding te begrijpen die Bob en Charlotte, de Amerikaanse hoofdpersonen van Lost in Translation, daar ervaren. Bob (Bill Murray), een filmster op z’n retour, is naar Japan afgereisd om een whiskeyspotje op te nemen. Charlotte (Scarlett Johansson), pas getrouwd en afgestudeerd, is meegekomen met haar man, een hippe fotograaf met een klus in de stad. Los van elkaar dwalen ze eenzaam door de metropool, die consequent wordt gefilmd met een verdwaasde outsidersblik. Bijkomen doen ze in het hotel waar ze allebei verblijven, een veilig maar tikje unheimisch niemandsland dat even goed op de maan had kunnen staan als in Tokio.

2. Het scenario
Het was vooral dit universele hotelgevoel dat scenarist en regisseur Sofia Coppola in Lost in Translation wilde vangen. Met haar vader, regisseur Francis Ford Coppola (The Godfather, Apocalypse Now), reisde ze vroeger vaak mee naar exotische filmsets en doolde dan net zo wezenloos rond als Bob en Charlotte in de film. Dat ze haar eenzame, verveelde hoofdpersonen eerst rustig introduceert, maakt de voldoening des te groter wanneer de twee in de bar van het hotel eindelijk contact maken. Dat gaat niet gepassioneerd, maar voorzichtig, aftastend, alsof ze beseffen dat ze op iets zeldzaams zijn gestuit. Hebben Bob en Charlotte een soort vader-dochterrelatie, of speelt er meer? Dat blijft spannend ambigu in Coppola’s met een Oscar bekroonde scenario vol rake observaties, milde satire en schaamteloze romantiek. Met als roerend hoogtepunt een zinnetje dat hij in haar oor fluistert – zo privé dat zelfs de kijker niet mag meeluisteren. Cinema op z’n intiemst.

3. Bill Murray
Coppola schreef de rol speciaal voor Murray en zei later dat ze de film zonder hem niet zou hebben gemaakt. Omdat de acteur zonder agentschap werkt, liet ze naar eigen zeggen wel honderd berichten achter op zijn antwoordapparaat voordat hij terugbelde. Murray had wel eerder quasi-serieuze rollen gespeeld, maar bewees hier, als vijftiger met stevige midlifecrisis, definitief meer te zijn dan de schmierende lolbroek uit komedies als Ghostbusters en Groundhog Day. Wat niet wegneemt dat hij ook in Lost in Translation onweerstaanbaar geestig blijft. De rol leverde hem een Oscarnominatie op – tot nog toe zijn enige.

4. Scarlett Johansson
Johansson was tijdens de opnames zeventien – veel te jong dus om een afgestudeerde, getrouwde vrouw te spelen. Als je het weet zie je het, maar de actrice had ook toen al voldoende talent en charisma om ermee weg te komen. De zelfverzekerde seksbom uit blockbusters als The Avengers en Ghost in the Shell is ze hier nog niet, eerder een wat bleu, vertederend meisje. Geen wonder dat ze vaderlijke gevoelens oproept bij Bob.

5. De muziek
Als er een prijs bestond voor de beste weemoedige-taxirit-door-een-stad-scène, verdiende Lost in Translation er zeker drie. De film is soms net een videoclip, waarin de muziek minstens zo belangrijk is als de beelden. Coppola wisselt flarden van haar favoriete droompop (Air, Phoenix, The Jesus and Mary Chain) af met originele composities van Kevin Shields, frontman van ultieme trip-band My Bloody Valentine. De muziek zorgt niet alleen voor de juiste sfeer, maar heeft ook een symbolische functie. Zoals de titel al suggereert, is miscommunicatie een hoofdthema in de film. Muziek kan dit probleem soms even doorbreken, zoals in een uitgebreide karaokescène waarin de Amerikanen en Japanners elkaar zingend en dansend begrijpen, en Bob en Charlotte kwijt kunnen wat ze op hun hart hebben. ‘I'm special, so special. Gotta have some of your attention, give it to me!’