Goed gejat

De Bankzitter: Fistful of Dollars

, Martin ten Broek

Dit weekend komt Fistful of Dollars op tv, de eerste film uit Sergio Leones Dollars-trilogie, de film die de western in de jaren zestig nieuw leven inblies. Het verhaal had Leone 'geleend' van Akira Kurosawa.

Per un pugno di dollari (1964) mocht pas in 1967 in de Amerikaanse versie Fistful of Dollars in de Amerikaanse bioscopen verschijnen. De reden: Akira Kurosawa en Ryûzô Kikushima, de scenaristen van Kurosawa's Yojimbo, claimden bij een Amerikaanse rechtbank dat het script van Leone een bijna exacte kopie van hun script was. De Japanners kregen hun gelijk, de studio moest vijftien procent van de wereldwijde opbrengst aan Kurosawa en Kikushima afstaan.

Dat is ook begrijpelijk en terecht, merkt iedereen die beide films bekijkt. De grote lijnen zijn hetzelfde, er zijn ruziënde groepen boeven, een slimme protagonist die ertussen gaat staan om er geld uit te peuteren, damsels in distress, gevechten, sympathieke kroegeigenaren en regeringslegers. Ook veel details zijn schaamteloos overgenomen: in één scene doodt de hoofdpersoon van de Japanse versie bijvoorbeeld drie boeven, en vertelt dan de begrafenisondernemer dat hij zich vergiste toen hij voorafgaans aan het gevecht twee lijkkisten bestelde. In de Amerikaanse versie gaan er vier boeven dood, terwijl de hoofdpersoon vooraf maar drie lijkkisten dacht nodig te hebben.

Nog een belangrijke overeenkomst: het zijn allebei erg goede films van meesterregisseurs. Yojimbo was weliswaar niet Kurosawa's beste - The Seven Samourai was epischer, Rashomon was slimmer, Ran was gepolijster - en Leone maakte zijn grootste meesterwerken, The Good, the Bad and the Ugly en Once Upon a Time in the West, een paar jaar later. Maar dat neemt niet weg dat beide films zeer de moeite waard zijn, spannend, humoristisch en meeslepend.

De zwart-wit fotografie van Kazuo Miyagawa is heel fraai, de Technicolor-beelden van Massimo Dallamano en Federico G. Larrayade zijn ook erg mooi. De muziek van Ennio Morricone is erg effectief, helemaal als die onder zo'n typische Sergio Leone closeup worden gezet, de muziek van Masaru Satô is ook heel erg sfeervol.

De schurk Unosuke in Yojimbo, gespeeld door Tatsuya Nakadai, is net zo'n onbetrouwbare schoft als Gian Maria Volontè's personage Ramón in de western. De helden, Joe (Clint Eastwood) en Sanjuro Kuwabatake (Toshirô Mifune), zijn ook ongeveer even cool, al heeft Eastwood het voordeel van die kleine zwarte sigaartjes en van het feit dat hij de hele tijd zijn ogen half dicht moest knijpen vanwege de felle zon en studiolampen.

Eigenlijk zijn beide films niet te missen. De western wordt dus dit weekend uitgezonden. En het zou fijn zijn als een zender ook een keer Yojimbo uit zou zenden. (Doe dan meteen ook maar een Kurosawa-retrospectief).