Nu de bioscopen dicht zijn, kunnen we ons verdiepen in al die fraaie boeken die in de loop der jaren over film geschreven zijn. Nummer zes in een serie van acht: Final Cut – Art, Money, and Ego in the Making of Heaven’s Gate, the Film That Sank United Artists (1985) van Steven Bach.

Ze staan nog steeds trots op de posters en in de credits, maar vrijwel geen enkele grote, klassieke Hollywoodstudio is nog eigen baas. Ze zijn allemaal onderdeel geworden van een veel groter geheel. Columbia is eigendom van Sony, Paramount van ViacomCBS, en Warner van AT&T. Alleen Disney is nog van Disney.

Voordeel van zo’n grote broer is dat studio’s minder kwetsbaar zijn, dankzij de enorme financiële reserves. Nadeel is dat de grote broer altijd meekijkt, en ingrijpt wanneer een studio niet presteert. Want ook met films moet geld verdiend worden.

Maar film is geen product dat je keer op keer kunt reproduceren. En hoe wispelturig en onvoorspelbaar de filmwereld is, wordt prachtig beschreven in het boek Final Cut – Art, Money, and Ego in the Making of Heaven’s Gate, the Film That Sank United Artists uit 1985. Daarin kijkt Steven Bach – die eind jaren zeventig met David Field verantwoordelijk was voor de filmproductie van United Artists – terug op de allereerste film die ze samen produceerden: de inmiddels historische filmflop Heaven’s Gate (1980) van Michael Cimino, ‘de deal die het bedrijf zou verwoesten’.

United Artists wil een gevestigde ster in plaats van een Franse actrice met een ‘aardappelgezicht’

Zak geld

Eind jaren zeventig is United Artists ook een van de grote klassieke Hollywoodstudio’s. In 1919 opgericht door vier helden van de zwijgende film: D.W. Griffith, Charlie Chaplin, Douglas Fairbanks en Mary Pickford. De filmsterren hebben zich verenigd om zo zelf de touwtjes in handen te krijgen en niet langer in loondienst te hoeven werken van de machtige studio’s.

Maar Chaplin en consorten zijn betere makers dan managers en in 1951 moet het bedrijf van de ondergang gered worden door Arthur Krim en Robert Benjamin, twee advocaten die United Artists in een mum van tijd weer op de rails hebben. Hun succesmodel: kies de juiste mensen voor een project, geef ze een zak geld en laat hen vervolgens hun gang gaan.

Robert Chartoff, een van de producenten van Rocky (1976), zei daar ooit over: ‘Het is moeilijker om ze bij United Artists voor je project te interesseren, maar als je eenmaal binnen bent, krijg je veel meer vrijheid.’

Vooral vanwege Arthur Krims goede neus voor talent wordt de ene na de andere Oscar binnengehaald. Maar in 1978, United Artists is inmiddels onderdeel van verzekeringsmaatschappij Transamerica, verlaten Krim en Benjamin het bedrijf en richten Orion op. Iedereen denkt dat dit wel het einde van United Artists zal betekenen, behalve de nieuwe baas Andy Albeck en de vers aangestelde heads of production David Field en Steven Bach.

Die gaan naarstig op zoek naar nieuwe projecten, en in zijn boek neemt Bach ons mee achter de schermen van Michael Cimino’s Heaven’s Gate en vertelt hij tot in detail over de totstandkoming van dit toekomstige debacle.

Hoofdrolspeler Isabelle Huppert en regisseur Michael Cimino

Indrukwekkend

Op het moment dat Bach met de regisseur kennismaakt heeft Cimino nog maar één film gemaakt, Thunderbolt and Lightfoot (1974), met Clint Eastwood in de hoofdrol. Wel kan Bach alvast in het geheim een print zien van Cimino’s tweede, nog niet uitgebrachte film. Getiteld: The Deer Hunter. Bach weet vooraf niet veel over die film, schrijft hij, ‘behalve dat hij zich afspeelde in Vietnam en naar verluidt vijftien miljoen dollar had gekost, twee keer zo veel als begroot. Drie uur en vier minuten later wist ik een boel meer, onder andere dat Cimino een ster zou worden. De film was opwindend en indrukwekkend. Ook onderhoudend, afstotend, romantisch, aangrijpend, hard, verwarrend, irritant, technisch zelfverzekerd, rammelend qua structuur, en lang. Maar bovenal indrukwekkend.’

Dat willen Bach en United Artists ook wel, en dus wordt er gewerkt aan een deal. Maar zoals de producer van Rocky eerder al had ondervonden, is het niet makkelijk om binnen te komen bij de studio.

Zo wordt Cimino’s eerste idee – de verfilming van Ayn Rands The Fountainhead – gelijk van tafel geveegd. Te duur en te bewerkelijk. Nummer twee valt beter in de smaak. Een driehoeksverhouding die zich afspeelt in het Wyoming van 1892, waar veeboeren het opnemen tegen arme immigranten. Werktitel: The Johnson County War

United Artists heeft alleen wel wat aanmerkingen op Cimino’s script. Zo moet duidelijker worden waar het hoofdpersonage James Averill voor staat, het sombere einde moet aangepast worden en de film, die zich afspeelt op het Amerikaanse platteland in 1892, mag nooit voelen als een western. 

Cimino gaat aan de slag en verzint ook meteen een nieuwe titel: Heaven’s Gate.

Nog voor er een minuut van de film te zien is geweest, heeft deze al het etiket van megalomane mislukking opgeplakt gekregen

Casting

Het volgende waarmee de studio zich bemoeit is de casting. Met Kris Kristofferson als Averill hebben ze geen moeite, en ook niet met Christopher Walken als zijn rivaal Nate Champion, maar wel met de keuze voor Ella Watson, het ‘hoertje met het hart van goud’. Cimino wil namelijk de dan nog piepjonge en onbekende Isabelle Huppert, wat Bach niet ziet zitten. Die wil een gevestigde ster als Jane Fonda of Diane Keaton in plaats van een Franse actrice met een ‘aardappelgezicht’. 

Cimino houdt voet bij stuk en laat Bach en diens collega David Field naar Parijs komen om met Huppert kennis te maken. Ze zijn onder de indruk van de actrice, maar vinden haar nog steeds ongeschikt voor de rol van Ella. Toch stemmen ze ermee in, want The Deer Hunter is inmiddels uitgebracht en blijkt een groot commercieel succes, wat nog maar eens bevestigt wat ze eigenlijk al wisten: de enige echte ster van de film is Cimino zelf.

Dat vindt hij trouwens zelf ook. Vandaar dat hij – als de deal eindelijk rond is en de contracten getekend kunnen worden – erop staat dat de titel van de film niet Heaven’s Gate wordt, maar Michael Cimino’s Heaven’s Gate. Aldus geschiedt.

Megalomane mislukking

Cimino is eindelijk binnen bij United Artists en dus zou nu die vaak bezongen vrijheid moeten komen. En die komt ook wel. Totdat blijkt dat hij zich niet aan het opnameschema houdt en het budget enorm overschrijdt. Cimino is altijd op zoek naar het perfecte shot, ook al betekent dat tientallen takes of uren wachten op precies het juiste licht. Wat onder meer leidt tot ruzies op de set. En tot een bumpersticker op de auto’s van crewleden, met daarop de zin: ‘To hell with Heaven’s Gate!

Uiteindelijk krijgt ook de filmpers hier lucht van en nog voor er een minuut van de film te zien is geweest, heeft deze al het etiket van megalomane mislukking opgeplakt gekregen.

Dat is natuurlijk oneerlijk, maar niet per se onjuist. Het succes van The Deer Hunter is Cimino zo te lezen inderdaad naar het hoofd gestegen. De eerste versie die hij aan United Artists laat zien, duurt maar liefst vijf uur en vijfentwintig minuten. Waarbij het gevecht aan het eind alleen al anderhalf uur in beslag neemt. Bachs eerste reactie is ietsje anders dan destijds bij The Deer Hunter: ‘Dit is geen film, dit is vijfenhalf uur lang hemeltergende zelfbevlekking. (…) De beelden zijn prachtig, maar de film is niet om aan te zien.’

Cimino weet zijn film in te korten tot drieënhalf uur en dat is de versie die de filmpers te zien krijgt. Maar ook zij zien in wezen dezelfde lange, zelfingenomen film als Bach. Vincent Canby, filmcriticus van The New York Times, deelt de genadeklap uit door de film ‘een regelrechte ramp’ te noemen.

Cimino verwijdert nóg een uur uit de film, maar ook dit mag niet baten, want het publiek blijft weg. Michael Cimino’s Heaven’s Gate is dan allang geen film meer, het is een fenomeen geworden.

Still uit The Deer Hunter, de doorbraakfilm van Michael Cimino

Aangeschoten wild

Als je de film nu bekijkt, zonder alle opwinding van destijds, zie je een fraai geschoten, warrig vertelde western die lang niet zo slecht is als alle kritiek doet vermoeden, maar ook lang niet zo goed als Cimino zelf dacht. 

Cimino maakt in de ruim dertig jaar daarna nog vier films, maar zal het succes van The Deer Hunter nooit meer evenaren of zelfs maar benaderen. Hij overlijdt in 2016 op 77-jarige leeftijd.

En United Artists? Dat wordt door moederbedrijf Transamerica in 1981 verkocht aan rivaal MGM, omdat de productiemaatschappij na het echec van Michael Cimino’s Heaven’s Gate aangeschoten wild is geworden. Een slecht renderend onderdeel dat misschien wel aanzien heeft, maar vooral geld kost. En zoiets staat niet goed op de aandeelhoudersvergadering.

Tegenwoordig is Hollywood nog steeds de droomfabriek van vroeger, alleen is de nadruk wel erg op het fabrieksmatige komen te liggen. Het wemelt van de remakes, sequels, prequels en superhelden. Allemaal variaties op hetzelfde thema. Ondertussen wordt dromen gezien als gevaarlijk, want voor je het weet verandert zo’n droom – net als bij Michael Cimino’s Heaven’s Gate – in een nachtmerrie.

Michael Cimino’s Heaven's Gate is te zien via iTunes. The Deer Hunter is te zien via iTunes, Google Play en Microsoft Movies